Recensie Het vermakelijke ‘Nouvelle Vague’ van Richard Linklater gaat over het maakproces van ‘À bout de souffle’, de vernieuwende eersteling van regisseur Jean-Luc Godard.
Zoey Deutch als Hollywoodster Jean Seberg en Guillaume Marbeck als Jean-Luc Godard in 'Nouvelle Vague'.
Nouvelle Vague. Regie: Richard Linklater. Met: Guillaume Marbeck, Zoey Deutch, Aubry Dullin. Lengte: 106 min.
Het is 1959 en Jean-Luc Godard is bang dat hij de golf gemist heeft. Al zijn collega’s bij het dwarse filmblad Cahiers du cinéma hebben al een speelfilm op hun naam staan, onder wie Truffaut, Rohmer en Chabrol. Hun debuutfilms zorgden voor een revolutie in de Franse en wereldcinema, de immense invloed van de filmstroming nouvelle vague (‘nieuwe golf’) is nog steeds voelbaar. Als Godard naar Cannes reist om de wereldpremière van Truffauts Les quatre cents coups bij te wonen, ontmoet hij Georges de Beauregard, een filmproducent die best een gok wil nemen met het financieren van Godards baanbrekende debuut, À bout de souffle.
Over het maakproces van Godards de filmtaal vernieuwende eersteling gaat het vermakelijke Nouvelle Vague, ‘réalisé par’ Richard Linklater zoals de begintitels vermelden. Het is dan ook een volledig Franse productie, met onbekende Franse acteurs die erg lijken op de historische personages die ze spelen. De Amerikaanse actrice Zoey Deutch speelt Hollywoodster Jean Seberg, de vrouw die in À bout de souffle de New York Herald Tribune verkoopt en verliefd wordt op Michel Poiccard (Jean-Paul Belmondo), een voortvluchtige kruimeldief. Die schamele plot is voor Godard aanleiding voor cinefiele spelletjes, met (beeld)citaten uit zowel de Amerikaanse als Franse cultuurgeschiedenis, van romancier William Faulkner tot kunstenaar Pierre-Auguste Renoir. Godard neemt zijn debuut in twintig dagen op, drie weken die de filmgeschiedenis ingrijpend veranderen. Want waarom kan cinema niet speels, spontaan en ongedwongen zijn? En waarom is het scenario altijd heilig? Daar kun je al improviserend als een jazzmuzikant best van afwijken, zoals de in cryptische aforismen sprekende Godard bewijst.
Tot frustratie van De Beauregard en in mindere mate Seberg is Godard soms al na twee uur klaar met opnemen. Als hij geen inspiratie voelt, slaat hij zelfs een dag over. Maar er is inspiratie genoeg. Zo gebruiken hij en zijn als fotojournalist getrainde cameraman Raoul Coutard een rolstoel als dolly (de rails waarover een camera beweegt). Met zijn lichtgewicht camera verstopt Coutard zich in een grote bakkerskar om krantenverkoopster Patricia (Seberg) in de straten van Parijs te filmen: authentieker wordt het niet. Verder maalt Godard niet om continuïteit of een vloeiende montage. Nouvelle Vague eindigt met een uitleg wat ‘jump cuts’ zijn.
Gelukkig is Linklater bijna even speels als Godard, zo krijgt elk historisch personage een titelkaart waarbij de acteur die hem of haar speelt rechtstreeks in de camera kijkt. Ook op filmisch gebied is er veel te beleven aan Nouvelle Vague, die begint en eindigt in een filmzaal, met een prachtig shot waarin het beroemde slotbeeld van Truffauts Les quatre cents coups weerspiegeld wordt in Godards zonnebril.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films
Source: NRC