Bewegingsarmoede
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Een volleybalclub die de wachtlijst opheft omdat er geen uitzicht is op plek voor nieuwe leden. Kleedkamers die gedeeld moeten worden door meerdere teams. Meer dan honderd kinderen die samen op één voetbalveld moeten trainen.
De sportruimte in Nederland staat onder druk, zo blijkt uit onderzoek van NRC. In de periode tussen 2010 en 2020 groeide het aantal vierkante meters voor sport weliswaar licht, maar regionale verschillen namen toe. Terwijl landelijke gebieden goed voorzien zijn, kromp in de grote steden – waar de problemen rond bewegingsarmoede en overgewicht het grootst zijn – het aantal vierkante meter per hoofd van de bevolking.
In de strijd om de ruimte legt sport het daar structureel af tegen woningen, kantoren en andere voorzieningen. Een van de oorzaken: voor sportruimte bestaat, anders dan voor woningbouw, scholen of parkeerplaatsen, geen wettelijke norm. De kwaliteit van het sportbeleid in gemeenten hangt dus, simpel gezegd, af van hoe geïnteresseerd wethouders zijn en hoe doortastend de gemeenteraad. Het gevolg: op sommige plekken in Nederland is sporten en bewegen niet meer vanzelfsprekend.
Vooropgesteld: er gaat veel goed. In Nederland bestaat nog altijd een robuuste infrastructuur aan sportparken; uit onderzoek blijkt dat negen op de tien Nederlanders tevreden zijn over de mogelijkheden om dicht bij huis te sporten – het hoogste percentage in de EU. Het aantal leden van de sportverenigingen is landelijk al tien jaar stabiel.
Het gaat er bovendien ook om hoe de ruimte wordt gebruikt: kunstgrasvelden kunnen drie keer zo intensief bespeeld worden als ‘gewone’ grasvelden, gemeentelijk sportparken kun je ook openstellen buiten de traditionele trainingstijden.
Toch is er reden tot zorg. Bewegingsarmoede en overgewicht zijn een groeiend probleem: volgens de laatste voorspellingen lijdt 64 procent van de Nederlanders in 2050 aan overgewicht. De sportdeelname van kinderen en volwassenen die in armoede leven, is de laatste jaren gedaald van 44 naar 38 procent. Dat terwijl de rijksoverheid 52 procent als doel had. Inactiviteit is dodelijk: volgens het RIVM overlijden jaarlijks 5.800 mensen aan gebrek aan beweging.
Als de sportruimte in stedelijke gebieden af blijft nemen – en met de uitdagingen op het gebied van woningbouw is dat reëel – dreigt een catastrofe. Oók voor de economie en de samenleving als geheel: burgers met een slechte gezondheid zijn ongelukkiger en minder productief.
De rijksoverheid vindt al twintig jaar dat Nederlanders meer moeten gaan bewegen, maar doet ondertussen te weinig. In een brief aan de Tweede Kamer erkende demissionair staatssecretaris Judith Tielen (Jeugd, Preventie en Sport, VVD) onlangs dat er een tekort aan sportaccommodaties dreigt, maar kwam vervolgens met een reeks onuitgewerkte maatregelen die het tij niet gaan keren, zoals meer ruimte voor sport in de Omgevingswet.
De enige manier om voldoende ruimte voor sport veilig te stellen, zijn landelijke voorschriften, in combinatie met voldoende geld voor gemeenten om zo’n landelijke taak uit te voeren. Een sportwet – waarin harde normen voor de hoeveelheid vierkante meter aan sportruimte per inwoner worden vastgelegd – wordt al enkele jaren door een aantal partijen in de Tweede Kamer bepleit. Tot nu toe was dit vruchteloos, maar de formatie biedt een nieuwe kans om afspraken te maken. Alleen op die manier kan de strijd tegen bewegingsarmoede gewonnen worden.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC