Nieuwsberichten zijn nooit volmaakt betrouwbaar geweest. Tweeënhalf jaar geleden schreef de krant dat een van haar redacteuren tijdens een lunchinterview twaalf garnalenkroketjes had gegeten. ‘12 Garn.kr./brood’, stond er. Maar was dat waar? Welnee! Kort daarna moest de krant beschaamd toegeven dat zij helemaal geen twaalf garnalenkroketjes had gegeten. „Zij had één keer het gerecht ‘twee garnalenkroketjes’.”
Zoiets is geen uitzondering. Ik heb een bonte verzameling correcties uit diverse kranten waaruit blijkt dat je niet alles moet geloven wat je leest. Nee, de vader van straatmuzikant Bennie Volkens werd na de oorlog niet alcoholist, hij werd accordeonist. „We betreuren deze fout.” En, nee, schrijfster Carry Slee kreeg van haar dochter geen cd met meditatieoefeningen van filosofe Joke Hermsen. „Hermsen laat weten dat ze nooit zo’n cd heeft gemaakt.”
Vorige week stuurden de Nederlandse media een brandbrief over informatievoorziening naar de informateur. De betrouwbaarheid van informatie is een zaak van landsbelang, schreven ze. Althans, letterlijk schreven ze dat grote bedrijven, die de informatie-infrastructuur in handen hebben, „een ernstige bedreiging vormen voor de democratische weerbaarheid, de strategische autonomie en daarmee de veiligheid van Nederland”.
Techbedrijven bepalen opeens wereldwijd welke informatie de burgers onder ogen krijgen. Of juist niet onder ogen krijgen. Daardoor verliest onze samenleving „haar greep op een op waarheidsvinding gerichte en pluriforme informatievoorziening” en dus moet die waarheidsvinding op tafel van de formateur en later van de regering komen te liggen. Dat leek me een prima idee.
Informatie is inderdaad een zaak van nationale betekenis geworden. En een regeringstaak. Dan gaat het niet alleen om informatie die de media bieden, maar om alle informatie die effect heeft op de stabiliteit van een democratie.
Beweerde je tot nu toe iets over garnalenkroketjes, over afspraken of betalingen, dan traden er controle- en correctiesystemen in werking. Maar nu er geen duidelijke afzenders en aanspreekpunten meer zijn, valt voor de burger onmogelijk nog te achterhalen wie wat waar over beweert en of degene die iets beweert überhaupt wel bestaat.
Vorige maand stuurde de bank me Het Oplichtings ABC toe. Daarin werd de moderne tijd uitgelegd in makkelijke taal. Het was de bedoeling, begreep ik, dat klanten daarna hoogstpersoonlijk zouden vaststellen of de teksten en beelden die ze onder ogen krijgen ‘echt’ zijn en betrouwbaar. Uit bekommernis om de informatievoorziening besloot ik onverwijld dit Oplichtings ABC van ABN Amro te gebruiken als richtsnoer voor het leven.
„De trucs van oplichters hebben vaak moeilijke namen”, schreef de bank. Die trucs kun je nou wel uitleggen in makkelijke taal, en dat deed de bank dus, maar ze gaf toe dat die uitleg zelf ook weer moeilijk was. En bovendien niet altijd afdoende. „De namen van deze soorten oplichting zijn vaak nog steeds moeilijk.”
Op dit punt dreigde ik zelf al meteen weer de kluts kwijt te raken, maar goed, de bank gaf de moed niet op en dus zette ik ook dapper door. Ik las de uitleg over deepfake-fraude. „Iemand stuurt jou een video waarin jij zelf te zien bent. Je schrikt, want het lijkt echt. Maar het is nep.”
Wat er nu precies nep was, als ik nota bene „zelf te zien” was, begreep ik niet goed, maar ik snapte wel dat die deepfakes worden gebruikt bij datingfraude, want dat stond er. „Het gebeurt bijvoorbeeld bij datingfraude. Tijdens een videocall lijkt jouw nep-liefde dan echt.”
Nu was ik helemaal het spoor bijster. Want wat was hier niet echt? De liefde niet of de geliefde? Gelukkig wist ik nog welk voorbeeld misdaadverslaggever Kees van der Spek ooit van datingfraude had gegeven: hij portretteerde een Urker visser die zeven jaar lang dacht een relatie te hebben met Sheryl Sandberg, de COO van Facebook. Die liefde was ontegenzeggelijk echt. Alleen de geliefde niet.
In feite bleek de bank van zijn klanten te eisen dat die niet zozeer op hun hart letten, maar vooral op het moderne betalingssysteem. „Scan je een QR-code? Kijk dan goed wat er op je scherm staat. Betaal pas als het klopt.” Hoe je in godsnaam moet weten dat „het klopt” zei de bank er helaas niet bij. Alles bij elkaar opgeteld vond ik het makkelijke ABC zelf heel moeilijk.
Volgens mij moeten we collectief uitzoeken wie we met informatie vertrouwen en hoe we nieuwe controle- en correctiemechanismen inrichten, nu we online leven. „Is er iets gebeurd wat raar voelt?” vraagt de bank. „Neem snel contact op met je bank.” Ja. Of met de media. Of met de regering. Waarheidsvinding is niet de verantwoordelijkheid van het individu, maar van de democratie.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren
Source: NRC