Breda dempte in de jaren zestig zijn haven en een stuk rivier om plaats te maken voor autoverkeer en ’s lands eerste ondergrondse parkeergarage. Nu het vaarwater is teruggebracht met natuurvriendelijke kades is de stad een voorbeeld van duurzame stedenbouw.
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
In de binnenstad van Breda werpt Andreas van der Lee zijn hengel uit in de Nieuwe Mark. Onlangs ontdekte hij dat er vis zwemt in de gereconstrueerde stadsrivier. ‘Ik zag voorntjes, baars en snoekbaars. Sindsdien kom ik hier graag, het is mooi geworden.’ Hij wijst op de bakstenen kademuren met brede traptreden waarop passanten neerstrijken. ‘Ze hebben onder water zelfs korven voor de vissen gemaakt.’
De rivier die ooit langs de stadpoorten van de baroniestad liep, is terug van weggeweest. In de jaren zestig was het water, zoals in meer steden, deels gedempt om plaats te maken voor een autoweg en een ondergrondse parkeergarage – de eerste in Nederland. Zo trots als Breda aanvankelijk was, zo groot was de spijt toen de omgeving verloederde.
Rond 2000 besloot de gemeente om de haven bij de zuidwestelijke vestingmuur terug te brengen, met daarop aansluitend een deel van de rivier. Omdat uitgraven tot een diepte van 1,6 meter te duur was, kreeg die de vorm van een langgerekte vijver, door bewoners het ‘Eftelingwater’ genoemd.
Toch bleef de wens om het water bevaarbaar te maken. In 2018 tekende de gemeente een plan. Daarbij is, met behulp van een Europese subsidie voor ‘groene kades’, tegelijk ruimte gecreëerd voor natuurontwikkeling en klimaatadaptie. Een team van civiel ingenieurs en ontwerpers bedacht samen met de universiteiten van Wageningen en Delft een nieuw soort kademuren, waarin planten, vogels en insecten zich kunnen nestelen, en met ingemetselde vernevelaars.
Deze zomer is de eerste fase van de Nieuwe Mark voltooid: langs de bijna 1 kilometer lange kademuren stroomt het water weer. Het project staat niet op zichzelf; wereldwijd zoeken steden naar oplossingen voor klimaatverandering. Zomers worden heter, extreme regenval komt vaker voor. Waterpartijen en beplanting helpen om piekbuien op te vangen. Ze bieden ’s zomers verkoeling en vormen aantrekkelijke locaties voor woningbouw, in combinatie met ruimte voor ontspanning.
Onderzoek van de GGD, die het project monitort, toont dat mensen zich prettiger voelen in de aanwezigheid van natuur. ‘Het is een fijnere plek geworden’, oordeelt ook Daphne. Met haar collega Kim maakt ze tijdens de lunchpauze een ommetje langs het water; ze werken vlakbij. ‘Dit was een betonachtig, verlopen stuk stad. Nu voelt het als een verlengstuk van het centrum met zijn singels. De kades ogen alsof ze er altijd al waren.’
Voor het ontwerp is het ingenieursbureau Breda samen met Studio Mars en ODC Architecture verantwoordelijk. Zij verwerkten onder andere gerecyclede bakstenen in de kademuren en gebruikten een speciaal poreus voegcement waaraan mossen en planten zich kunnen hechten. Een en ander is vooraf getest met behulp van schaalmodellen; ze staan even verderop op straat.
Architect Laurens de Boer legt uit dat de kadewand is opgebouwd uit lagen. ‘Tussen de betonconstructie en de bakstenen bekleding is een vezelmat aangebracht. Die zuigt water op, zodat het metselwerk vochtig blijft en er planten in kunnen wortelen.’ Landschapsarchitect Donald Marskamp wijst op de gemetselde ronde gaten waaruit ‘kromgekweekte’ bomen groeien.
Het maken van natuurvriendelijke kades vraagt om een andere kijk op onderhoud, zegt landschapsarchitect Harold van den Broek. ‘Voorheen werden de kademuren jaarlijks met een hogedrukspuit gereinigd. Algen, bijzondere varens: alles werd weggespoten. Dat gaan we niet meer doen.’ Voor het beheer van de plantenstroken, waar onder andere wilgen, sporkehout en hondsdraf groeien, is een handboek gemaakt. Daarin staat of en wat er moet worden gewied.
Ondernemer Osman van restaurant L’Anatra is blij met de vernieuwde openbare ruimte voor zijn zaak, al was hij minder gelukkig met de werkzaamheden. ‘Twee jaar lang was de straat afgezet, waardoor we nauwelijks aanloop hadden. Gelukkig bleven onze vaste klanten komen.’ Eerst zou er een groenperk pal voor het pand komen, vult zoon Ertugrul aan. ‘Precies waar we het terras wilden. Dat is in overleg met de gemeente aangepast.’
Op verzoek van omwonenden is de weg langs het water na de bouwoperatie autovrij gebleven. Osman ziet tegenwoordig meer mensen aan de kade zitten. Hij denkt dat zijn restaurant ‘een trekpleister’ kan worden. Een groepje scholieren chilt op een bankje. Gevraagd naar wat zij van de Nieuwe Mark vinden, antwoorden ze dat ze niet eens meer weten hoe het hiervoor was.
Op de kruising aan de Markendaalseweg, waar de waterloop vooralsnog eindigt, kun je dat nog zien: een waterbak met kroos en betonnen randen. Het plan is om vanaf 2027 de rivier nog een halve kilometer richting het zuiden door te trekken en daar te koppelen aan de Vredenburchsingel. De kanoërs die komen aanpeddelen, hoeven dan niet langer om te draaien, maar kunnen een rondje door het centrum varen. Het voormalige militaire terrein aan de singel wordt getransformeerd in een stadspark, met aan de randen ruimte voor nieuwbouwwoningen.
Vooraf deed het ontwerpteam inspiratie op in Utrecht en Gent voor de vormgeving van de waterkanten. Inmiddels komen andere gemeenten in Breda kijken, vertelt Van den Broek trots. ‘Onlangs meldde zich zelfs een Chinese delegatie; die had interesse in onze natuurinclusieve kades.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant