Home

Geen geheime feestjes meer: Surinaamse muziek heeft eindelijk de mogelijkheid de mainstream te bereiken

Roti kent iedereen, maar kaseko, kawina en kaskawi zijn nog grotendeels onbekende termen. Waarom dringt de aanstekelijke Surinaamse muziek, op een handvol hits na, maar niet door tot het grote publiek?

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.

Alles rolt en stroomt bij La Rouge. Op een filmpje is te zien hoe eerder dit jaar de vijftienkoppige Surinaams-Nederlandse formatie een tapijt van percussie neerlegt op het Kwaku Festival. Een ritme geweven door een batterij trommels met namen als skratjie en kwakwabangi. De bruisende percussierivier wordt doorsneden door vraag-en-antwoordzang ingekleurd met toetsen en bas.

Het heet kaskawi, het is Surinames aanstekelijkste dansmuziek en het zweept je genadeloos op, zelfs in de Amsterdamse regen. Op Kwaku deinen de paraplu’s terwijl daaronder luidkeels meegezongen wordt. Dan volgt de Surinaamse versie van ‘En nou de handjes’. Als de zanger de standaard voorzet geeft: ‘Hiepiepiepiepiep!’, volgt daarop massaal de enige juiste reactie: ‘Horéééééé!’

Iedereen gaat los op La Rouge. Het combo is een constante in de muziekscene in Suriname en die van Surinaamse Nederlanders hier. De band maakte sinds de oprichting in 1992 het relatief jonge genre kaskawi razend populair.

De hitlijsten? Da’s een andere zaak. Afgezien van twee nummers Je doet (Tipparade) en Als je weet wat je doet (Top 40), allebei op de soundtrack van de hitfilm Alleen maar nette mensen (2012), heeft de band niet gescoord bij een breed Nederlands publiek.

En dat terwijl er genoeg artiesten van Surinaamse afkomst zijn die wel vaste bezoekers van de charts zijn. Typhoon, Jonna Fraser, Ronnie Flex. Het zijn echter allemaal artiesten die meer actief zijn in de hiphop-, r&b- en pophoek. Je hoort de invloeden van Surinames muzikale nalatenschap wel in hun liedjes doorklinken.

Op Doorgaan van Ronnie Flex klinkt de urban kawina van de band Passion. Bij Jonna Fraser zijn Surinaams ritmen te horen. Op Typhoons bejubelde Lobi da Basi, het album dat de rapper en zanger maakte nadat hij in Suriname op zoek was gegaan naar zijn roots, liggen de invloeden voor het oprapen. In Hemel valt blaast een bazuinkoor mee en die rollende snaredrum is de motor van kaseko die in de moderne carrosserie van pop werd gehangen. Maar bands die als basis Surinaamse muziek hebben? Grotendeels afwezig.

The best kept secret in musical history

Dat is opmerkelijk. Omdat de Amerikaanse etnomusicoloog Kenneth M. Bilby, verbonden aan de Universiteit van Chicago, in de jaren tachtig al Surinaamse muziek the best kept secret in musical history noemde. En omdat een wezenlijk deel van de Surinaamse cultuur zich wél heeft genesteld in die van Nederland. Roti is al bijna net zo Nederlands als babi pangang en de taal, het Sranang, vormt het hoofdbestanddeel van wat we straattaal noemen.

Dus waarom zouden kaseko, kawina, en de moderne variant kaskawi, zoals gespeeld door La Rouge, niet deel kunnen uitmaken van de muzikale bloedsomloop van Nederland? Van popmuziek in het algemeen? Reggae is het wel gelukt. Ook een genre dat zijn oorsprong vond in een voormalige westerse kolonie van een westerse mogendheid. Ook Caribisch.

Het is exact die vraag die Isaac Menso, leider van La Rouge, zich destijds ook heeft gesteld. ‘Voor mij was het duidelijk dat als je wilt dat meer mensen jouw muziek leren waarderen, dat het op brede schaal aanslaat, je er zelf voor moet zorgen. Om deze muziek op de kaart te zetten, moesten we twee dingen doen. Sowieso de authentieke basis vasthouden. Maar daarboven moest niet alleen onze cultuur te horen zijn, ook andere culturen, sounds van andere genres als r&b moesten we erin verwerken.’

Kaskawi, kaseko en kawina

Kaskawi is een kindje van kaseko en kawina. Waar kawina louter uit percussie en zang bestaat, zijn er in het langzamere, meer melodieuze kaseko ook bijdragen van toetsen, gitaar en blazers. De rol van percussies is teruggebracht tot snaredrum en skratjie, de grote trom met de kleine bekkens. Kaskawi is traditionele kawina geüpdatet met toetsen en bas.

Menso, geboren en getogen in Amsterdam: ‘We waren zeker niet de eersten met die mengvorm. Voor ons had je al bands als Sukru Sani en Ai Sa Si, die ons stevig hebben beïnvloed. Maar we hebben er destijds wel voor gezorgd dat onze muziek aansloeg bij een jongere generatie Surinaamse Nederlanders.’

Daar droeg ook een indrukwekkende lijst van samenwerkingen aan bij. La Rouge deed het met partners als de groep K-Liber en Birgit Schuurman tot het Nederlands Blazers Ensemble en het Sweelinckorkest.

Kawina was muziek die een jonge generatie Surinaamse Nederlanders vaak alleen kende van de platenkast van hun ouders. Sterker nog, de voormalige toetsenist van La Rouge, Marlon Francis, was niet eens op de hoogte van het bestaan van kawina of kaskawi toen hij voor het eerst in aanraking kwam met La Rouge.

Francis (41): ‘Ik was 14 toen ik de kantine van mijn school, het Sweelinck College in Amsterdam-Zuid, binnenliep en ik iets hoorde waarvan ik verbijsterd raakte. Ik dacht: wat is dit?! Bleek dat een klasgenoot Bigi Banda Vol.6, het zesde album van La Rouge, had opgezet. Ter plekke zei ik: ‘Ik ga in deze band spelen.’’

Twee jaar later maakte hij deel uit van La Rouge. Inmiddels maakt hij onder zijn artiestennaam Mr Jetfly, naast andere genres, muziek die hij zelf future kawina noemt. Een elektronische genremix waarin kawina de basis vormt. Luister naar Mona Lisa van FS Green in de futurekawina-edit van Francis en je hoort de typische interactie van rollend, traditioneel slagwerk. Nu in een lager tempo, gekaderd in een popstructuur van couplet en refrein, en met één zanger die het nummer draagt. ‘Ik heb alle slaginstrumenten zelf ingespeeld. Daarboven plaatste ik elektronische effecten en filters.’

Je hoort een verwantschap met genres als afrobeat en het Zuid-Afrikaanse amapiano. ‘Wat La Rouge doet met sounds en genres uit popmuziek, heb ik naar een elektronisch niveau getild.’

Het maakt van Mr Jetfly een moderne (dance)producer die ook vanachter zijn laptop met software zijn muziek maakt. Zijn remix van Ku Lo Sa van de Nigeriaanse singer-songwriter Oxlade, te beluisteren op Soundcloud, ging wereldwijd de clubs over. ‘Ik kreeg enthousiaste reacties uit Kuala Lumpur, El Salvador, Zuid-Korea, noem maar op.’

Er zijn meerderen die traditionele ritmen met dance combineren, zoals een Jarreau Vandal of een dj Lamsi. Populair in de clubs, geen vaste waarden in de hitlijsten.

Platform om kawina aan de man te brengen

Francis is niet de enige jonge voorvechter van Surinames inheemse muziek. Sarah-Jane Wijdenbosch (39, artiestennaam Sarah-Jane) heeft een verleden als achtergrondzangeres bij Rita Marley, Sabrina Starke, Berget Lewis en Glennis Grace. Ze heeft deelgenomen aan The Voice of Holland, heeft aan het conservatorium van Amsterdam gestudeerd en als soulzangeres heeft ze twee albums gemaakt. Nu speelt ze de hoofdrol in de familiemusical Prinses Arabella. Maar haar hart heeft altijd bij traditionele Surinaamse muziek gelegen. ‘Bijna niemand weet dat ik begon met zingen in een kawinabandje.’

Ze is zich gaan toeleggen op soul en r&b nadat een vriend haar had geadviseerd haar horizon te verbreden. ‘Ik had een nieuwe route gevonden om mezelf als zangeres te ontwikkelen, maar kawina bleef altijd roepen. Dus toen ik een zekere bekendheid kreeg als r&b-zangeres dacht ik, wacht eens even, met de naam en de achterban die ik nu heb, heb ik een veel groter platform om kawina aan de man te brengen. Niet alleen de Surinaamse feestjes achter gesloten deuren, zoals vroeger, maar ik kon het een podium geven dat het verdient. Net als salsa en afrobeat heeft kawina de potentie om een mainstreampubliek te bereiken.’

Ze is mede-oprichter van 4 The Culture, een stichting die zich inzet voor het behouden en promoten van kawina, en werkt samen met The Black Excellence Kawina Orchestra. Een formatie die kawinaklassiekers covert, maar ze met arrangementen voor toetsen en blazers en en harmonische samenzang een melodieuzer karakter geeft. Tussen de nummers door doceert ze haar publiek over de geschiedenis van haar muziek.

Het orkest heeft opgetreden in Paradiso, Carré en het Concertgebouw in Amsterdam en dit jaar nog op het North Sea Jazz Festival in Rotterdam.

Ja, een groot deel van haar achterban volgde haar koerswijziging. Maar nee daar zat niet echt een uitbreiding naar een wit Nederlands publiek bij. Of toch, een beetje. ‘Op North Sea Jazz was het publiek voor 80 procent wit en dat ging helemaal los. Hetzelfde geldt voor ons recente optreden tijdens ADE in het Concertgebouw in Amsterdam.’

Het sloeg aan, maar bevestigde ook een beetje het beeld van Surinaamse muziek als feestmuziek die het vooral live goed doet.

Tweede en derde generatie

Vooralsnog heeft het succes op de podia zich niet vertaald naar de hitlijsten. Het is, nu nog, bescheiden en staat op naam van veelal jonge Surinaamse Nederlanders van de tweede of derde generatie. Op zich niet zo verwonderlijk, want dat ligt in lijn met een ontwikkeling waarin juist jongere generaties meer onbevangen omgaan met hun culturele nalatenschap en daarvan actief mengvormen delen buiten de eigen groep. Nusantara Beat, de succesvolle band van tweede en derde generatie Indonesische migranten, doet het ook met zijn muzikale erfenis.

Er bestond een zekere terughoudendheid van oudere generaties, die minder geïnteresseerd leken om hun cultuur te delen en zich liever bezighielden met het opgaan in een nieuwe gemeenschap.

Menso kan zich nog herinneren dat hij van zijn moeder thuis geen Surinaams mocht spreken. ‘En toen ik begon met muziek maken, door op straat te gaan spelen, keek iedereen me aan met zo’n blik van, wat zit die rare gast daar nou te drummen.’ Door de streng christelijke opvoeding van Francis kwam hij pas als tiener in contact met een wezenlijk deel van zijn cultuur. Hij noemt het een misplaatste bescheidenheid die bij oudere generaties leefde.

Bigi poku

Wetenschapper Rosita Leeflang (50), die vorig jaar aan de Surinaamse Anton de Kom Universiteit afstudeerde op kaseko, herkent het beeld. ‘Toen ik vertelde dat dat het onderwerp van mijn scriptie zou zijn, werd ik in mijn omgeving raar aangekeken. Want waarom zou je je als academicus bezighouden met kaseko?’

Ze denkt dat in die houding de ooit moeizame verhouding tussen de Surinamers en hun eigen muziek doorklinkt. ‘Tot 1971 was bigi poku, letterlijk ‘grote muziek’, de voorganger van kaseko met een kawinaritme en alleen wat blaasinstrumenten, bij wet verboden in Suriname. In de toenmalige Nederlandse kolonie werd het geassocieerd met winti, de Surinaamse inheemse godsdienst waarbij mensen door muziek in trance konden raken. Dat viel natuurlijk niet te rijmen met het christendom van de kolonisator.

‘Bigi poku werd alleen op huisfeestjes gespeeld. Op chique locaties als het Palace Hotel en Hotel Torarica was fini poku, verfijnde muziek, te horen. In de jaren zestig stond bij clandestiene feestjes altijd iemand op de uitkijk. Kwam er politie langs, werd er subiet overgeschakeld van bigi poku naar christelijke feestmuziek.’

Lieve Hugo

De legendarische Surinaamse zanger Lieve Hugo bewerkstelligde met een U-bocht in 1970 een brede herwaardering van Surinaamse muziek. Als grondlegger van de nieuwe kasekostijl deed hij met zijn Orchestra Washboard hier het Holland Festival aan, zweepte met zijn muziek het Concertgebouw op en bewees dat ook de Nederlandse culturele elite niet bestand bleek tegen de kracht van kaseko. Een paar witte bezoekers werd bevangen door winti.

Leeflang: ‘Toen explodeerde het. Lieve Hugo werd een hype op de Surinaamse radio en toen zijn soloplaat King of Kaseko uitkwam stonden er rijen dik voor de platenzaken.’

Er volgde een bloei van kasekobandjes, die ook hier in Nederland binnen de eigen gemeenschap furore maakten. De brede herwaardering voor kawina, in de vorm van kaskawi, liet tot begin jaren negentig op zich wachten.’ Menso zelf zegt dat hij eerst kaseko maakte omdat hij vroeger een vooroordeel had over kawina.

Eerste generatie

Leeflang weet niet precies waarom Surinaamse muziek niet is doorgedrongen tot een groter wit publiek, maar ze heeft wel haar vermoedens. ‘Het zal te maken hebben gehad met het feit dat mensen van de eerste generatie binnen hun eigen gemeenschap in hun comfortzone zaten. Daarbuiten waren ze bezig met integreren en hadden ze geen behoefte om hun cultuur actief te delen.

‘Wat zeker meespeelt is dat de kennis over het bestaan bij een groot deel van de autochtone Nederlanders gewoonweg ontbreekt. Er bestaat weinig interesse en dat is wel een vereiste om met Surinaamse muziek in aanraking te komen. Hier is het publiek heel erg op Amerika gericht. Er wordt geen noot kaseko op de Nederlandse radio gedraaid. Wat dat betreft heeft Typhoon met Lobi da Basi en de zoektocht naar zijn roots goed voorwerk verricht.’

Desinteresse

Ronald Snijders (74), fluitist en als etnomusicoloog in 1991 aan de UvA ook afgestudeerd op kaseko, denkt dat die desinteresse van het Nederlandse publiek een grote rol speelt. Snijders, die in 2022 de Boy Edgarprijs won, maakt al sinds de jaren zeventig muziek die zich weinig van grenzen aantrekt. Hij maakt net zo goed traditionele kaseko als jazz en funk, heeft gespeeld met Chick Corea en was lid van het Willem Breuker Kollectief. Hij wijst erop dat mensen hier in het verleden in groten getale al Surinaamse muziek hebben gehoord.

‘Denk aan Wasmasjien van Trafassi uit 1992 of, nog langer terug, de calypso annex kaseko B. B. met R. van Max Woiski sr. uit 1950. Maar vervolgens zijn de media niet voldoende geïnteresseerd om er iets mee te doen, om het bekender te maken.’

Francis noemt de late en gebrekkige aanwezigheid van Surinaamse acts op sociale media een hindernis voor verder verspreiding. Het ligt, volgens Menso, ook aan de marketing. ‘Je moet jezelf verkopen door collaboraties aan te gaan. Je hebt instanties of andere bekende artiesten nodig die het die push geven.’

Hij noemt het initiatief van Top Notch, het Nederlandse platenlabel, dat zich in zijn vroege bestaan op Nederlandse hiphop richtte, een mooi voorbeeld. Tien jaar geleden bracht het label het boek Sranan Gowtu (‘Surinaams goud’) uit. Een fraai overzicht van de geschiedenis van de Surinaamse muziek én een reeks heruitgaven van klassieke Surinaamse albums.

Menso: ‘Als je geen samenwerkingen buiten je eigen wereldje aangaat en je muziek zo mondjesmaat aan een nieuw publiek voert, haalt het niets uit. Je gaat geen roti in Volendam verkopen als je ze die niet eerst laat proeven.’

Tijdelijke opleving

Samenwerkingen met bekende sterren leveren veel airplay en hoge streamingscijfers op, maar het is vaak een tijdelijke opleving. Snijders: ‘Je ziet dat artiesten die bruggen bouwen, zoals Typhoon, Kenny B of Damaru met Jan Smit, wel succes hebben. Ze zingen ook, net als Woiski en Trafassi, in het Nederlands en dat helpt. Maar zo gauw Damaru het vervolgens in zijn eentje probeert, blijven de hits hier uit.’

Voorbeeld: toen de populaire rapper Cho samen met La Rouge eerder dit jaar het nummer Kande uitbracht, schoten de streamingscijfers omhoog. Waar Kande meer dan twee miljoen luisterbeurten heeft op Spotify, blijft La Rouge met zijn recentste nummers steken in de honderdduizenden. Alleen met Als je weet wat je doet haalde de band die hoge aantallen.

Snijders denkt een zeker superioriteitgevoel bij een deel van het Nederlandse publiek op voorhand dicteert dat het niet veel kan zijn als de muziek niets van hun eigen, vertrouwde waarden weerspiegelt. ‘En waarom is bij grote nationale evenementen als een oudejaarsviering nooit Surinaamse muziek te horen?’

Niettemin is iedereen optimistisch over een toekomstige brede verspreiding van Surinames muzikale erfenis. Volgens Snijders zal het niet lang duren voordat er hier, net als in Amerika, waar rock-’n-roll ontstond uit witte en zwarte muziek, ook een mengvorm wordt geboren. Leeflang acht een grote doorbraak in de toekomst onvermijdelijk. ‘Kaseko gaat ooit een Grammy winnen. Wacht maar af.’

Playlist

Lieve Hugo – Na Foe Sang Ede
Ewald Krolis and The Caribbean Combo – Mi Ni Merie Ding
Iwan Esseboom & The Funmasters – Wittie Visie
Sukru Sani – Wakaman
La Rouge (met QF en RMXCRW) – Als je weet wat je doet
Aptijt – Boeke
Sarah-Jane and the Black Excellence Kawina Orchestra – Yu Ab En
Oxlade – Ku Lo Sa losa ( in de futurekawina-edit van Mr. Jetfly)
Typhoon – Hemel valt
Ronnie Flex (met Bente en Passion) – Doorgaan

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next