De Amerikaanse bibliothecaresse Dorothy Vogel was een van de bijzonderste kunstverzamelaars van de 20ste eeuw. Samen met haar man Herbert, een postsorteerder, bouwde ze een indrukwekkende collectie minimalistische en conceptuele kunst op, ondanks hun bescheiden inkomen.
is journalist van de Volkskrant.
In 1971 ontvangen Christo en Jeanne-Claude, het kunstenaarsechtpaar dat toen nog beroemd moest worden met het inpakken van iconen zoals de Pont Neuf in Parijs en de Reichstag in Berlijn, een telefoontje van Herbert en Dorothy Vogel. Tot hun grote vreugde toont het fameuze verzamelaarsechtpaar uit New York interesse in hun werk: eindelijk zouden de Christo’s hun huur kunnen betalen.
‘Ze wisten niet dat wijzelf nauwelijks onze huur konden betalen’, zou Dorothy vertellen in de ontroerende documentaire Herb & Dorothy (2008). Haar man werkte als postsorteerder, zij was bibliothecaresse. Tientallen jaren spendeerden ze zijn complete jaarsalaris aan het kopen van schilderijen en andere kunstobjecten. Boodschappen en woonlasten betaalden ze van haar inkomen. Ze hadden geen behoefte aan luxe restaurants en dure vakanties.
Zo bouwde het echtpaar vanaf de jaren zestig een imposante collectie op van ruim vierduizend werken, van Sol LeWitt tot Joseph Beuys, van Roy Lichtenstein tot Cindy Sherman. Zondag werd bekend dat Dorothy op 10 november op 90-jarige leeftijd is overleden, dertien jaar na haar man Herbert (1922-2012). Het verhaal van de bibliothecaresse en de postbeambte wordt aangehaald in elk boek over de kunst van het verzamelen. De boodschap: je hoeft geen multimiljonair te zijn om een indrukwekkende collectie op te bouwen.
Het is een aanstekelijk verhaal. Het kinderloze echtpaar woonde met hun vissen, schildpadden en (naar kunstenaars vernoemde) katten in een bescheiden tweekamerappartement in New York. Vanaf de jaren zestig raakte de huurwoning stampvol kunstwerken: dicht op elkaar hangend aan de muur, tegen het plafond geplakt en op deurposten getimmerd, opgeslagen onder het bed en in dozen en kisten.
Gezien hun bescheiden budget en dito woning waren het geen grote werken: ze moesten de nieuwe aankopen onder de arm mee naar huis kunnen nemen in de metro of taxi. ‘We kopen wat we leuk vinden, wat we ons kunnen veroorloven en wat in ons appartement past’, zei Dorothy.
Zij werd als Dorothy Faye Hoffman geboren op 14 mei 1935 in Elmira, een stadje in de staat New York. Ze was de dochter van een orthodox-joodse kantoorhandelaar en studeerde bibliotheekwetenschappen in Buffalo en Syracuse. Tot haar pensioen in 1990 zou ze als bibliothecaresse werken bij de Brooklyn Public Library.
In 1961 leerde ze haar man Herbert Vogel kennen, een jaar later trouwden ze. ‘Toen we trouwden, nam hij me meteen mee naar allerlei musea’, zei ze in 2017 in een interview. ‘Tijdens onze huwelijksreis naar Washington was een van de eerste plekken die we bezochten de National Gallery. Daar begon ik over kunst te leren.’
Herbert werkte ’s nachts als postsorteerder. Overdag, na slechts een paar uurtjes slaap, volgde hij cursussen kunstgeschiedenis. Samen namen ze schilderlessen. ‘Op een dag keken we elkaar aan en beseften we dat de andere kunstenaars beter waren dan wij, en dat wij beter waren in verzamelen dan in schilderen’, aldus Dorothy in het interview.
Al hun vrije tijd ging op aan kunst kijken in galeries en musea. Vaak hadden ze dezelfde smaak, al waren er zeker verschillen. ‘Mijn man hield van uitbundige kunst, terwijl ik de voorkeur gaf aan kunst die meer intellectueel was, maar we respecteerden elkaars visie. We genoten er enorm van.’
Vanwege hun bescheiden budget richtten ze zich noodgedwongen op opkomende kunstenaars en kochten ze veel minimalistische kunst. Die stroming was in de VS destijds nog niet erg in trek – de aandacht van rijke verzamelaars en musea ging eerder uit naar abstract expressionisme en popart.
Bij gebrek aan concurrenten konden ze bij New Yorkse galeries veel betaalbaar abstract werk aanschaffen. Zo waren ze een van de eerste verzamelaars die werk kochten van de conceptuele kunstenaar Sol LeWitt (1928-2007), met wie ze innig bevriend raakten. Ze wilden niet alleen kunst kopen, ze wilden de kunstenaars ook persoonlijk leren kennen. Hun huis werd museum, depot en ontmoetingsplaats ineen.
Gaandeweg bleek hoe goed hun neus was geweest voor jonge kunstenaars en ondergewaardeerde stromingen. Zo goed zelfs dat ze in 1992 hun collectie schonken aan de National Gallery, de plek waar ze ooit samen hun liefde voor kunst hadden ontdekt. Het museum beloofde dat de geschonken werken niet verkocht zouden worden, wat voor het echtpaar een belangrijke voorwaarde was. Ook gaven ze kunstwerken weg aan vijftig musea in alle vijftig Amerikaanse staten.
Ze vroegen geen geld voor de werken die inmiddels miljoenen dollars waard waren geworden, alleen kregen ze van de National Gallery een kleine toelage voor hun levensonderhoud. Omdat ze zo zuinig leefden, konden ze opnieuw kunst kopen, om die vervolgens weer aan het museum te schenken.
Nadat Herbert in 2012 was overleden, besloot Dorothy niet zonder hem verder te gaan met verzamelen. ‘Het was onze collectie en ik wilde die niet laten verwateren. Die moest zijn stempel dragen, dus heb ik het opgegeven.’
Geldgebrek was voor de Vogels overigens nooit een probleem om toch kunstwerken te verwerven. Zo vonden ze in 1971 een creatieve oplossing om aan een collage van Christo te komen. In ruil daarvoor paste het echtpaar drie maanden op diens kat Gladys.
Ze hadden miljonairs kunnen zijn, vertelde Herbert ooit tegen persbureau AP. ‘We hadden wat werk kunnen verkopen, in Nice kunnen wonen en dan zelfs nog wat over hebben.’ Misschien waren ze wat obsessief, beaamde hij. ‘But what can I say? I just like art.’
Het echtpaar had veel werk van de minimalistische kunstenaar Richard Tuttle, zoals een gerafeld stukje touw van 7,6 centimeter, dat met een spijkertje aan een deurpost was bevestigd. Het is nu in het bezit van de National Gallery.
Dorothy vertelde in 2018 dat ze veel lezingen bijwoonde en met veel kunstenaars sprak over hun werk, maar dat ze nooit een cursus kunstgeschiedenis volgde. ‘Je krijgt een beter begrip van wat kunst is door er rechtstreeks naar te kijken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant