De horrorfilm waarin nabestaanden na een moord of ongeluk terechtkomen, wordt vaak erger door de aanhoudende media-aandacht. Bij de moord op de 17-jarige Lisa, waarvan dinsdag de rechtszaak begint, lijkt de oproep om geen persoonlijke details te delen gewerkt te hebben. ‘Hopelijk is dit een ommekeer.’
Dat je kind wordt vermoord, je dochter van 17, ’s nachts van de fiets getrokken door een man, dat is niet te bevatten. Maar als het land vervolgens met haar naam aan de haal gaat en je geen krant kunt openslaan, geen tv-programma kunt kijken zonder dat het over haar gaat, over Lisa? Dat maakt het nog veel ingewikkelder.
Overal stapten progressieve actievoerders op de fiets om de nacht terug te eisen voor vrouwen. En ook aan de andere kant van het politieke spectrum werd naar ‘Lisa’ verwezen. Zo benadrukten extreemrechtse demonstranten op het Malieveld dat de verdachte afkomstig was uit een azc.
Hoe voelt het als je overleden kind publiek bezit wordt? Hoe ga je daarmee om?
‘Een van de eerste dingen die de familie tegen mij zei, was: Lisa is van ons, niet van iedereen. Dat is vanaf dat moment mijn uitgangspunt geweest’, zegt Selma Hetharia van Namens de familie, een onderdeel van Slachtofferhulp Nederland dat slachtoffers, achterblijvers en nabestaanden helpt bij de omgang met de media. Vanaf de eerste dag, 20 augustus, raakte Hetharia bij de familie van Lisa betrokken.
Het gezin zelf wil geen publiciteit. Maar Hetharia heeft wel toestemming om over dit onderwerp te praten. Want, zegt ze, ‘iedereen liep met Lisa weg’.
Dinsdag is de eerste voorbereidende zitting tegen de verdachte. Afgelopen dagen stond Hetharia’s telefoon opnieuw roodgloeiend. ‘Dan vroegen journalisten: willen de ouders al wat? Ik antwoordde dat ze rust en privacy willen. Een enkeling reageerde: er zal toch echt een moment komen dat ze naar buiten moeten treden. Dan denk ik: hoezo ‘moeten’ ze dat?’
Aanvankelijk wilden de ouders hun dochter helemaal uit de media houden, maar dat bleek onhoudbaar. Kort na de moord bleken sommige journalisten dingen te weten. ‘Er werd gezegd dat hier hoe dan ook over gepubliceerd zou worden’, zegt Hetharia.
‘De ouders voelden zich onder druk gezet. Het bracht veel spanning mee. Toen heb ik hen voorgesteld om alleen haar voornaam naar buiten te brengen, om toch iets vrij te geven. Daarbij verzocht ik om geen achternaam, foto en persoonlijke details over Lisa of haar familie te delen. Daar stemden de ouders mee in. In een statement voor de pers voegde ik nog een quote van hen toe waarin stond dat ze behoefte hebben aan rust en privacy. Zo waren hun wensen meteen duidelijk voor iedereen.’
En het werkte, stelt Hetharia met enige verbazing vast. ‘Dat was eigenlijk voor het eerst bij zo’n grote, mediagenieke moordzaak, terwijl we het heel vaak vragen. We zijn daar echt dankbaar voor. Hopelijk is dit een ommekeer in de journalistiek.’
Media-aandacht kan voor nabestaanden heel heftig zijn, zegt Janet van der Heide (53). Drie jaar geleden verloor ze haar man bij een ongeluk tussen een watertaxi en een veerboot op de Waddenzee. Hij was een van de vier doden. Al snel bleek dat zowel de schipper van de watertaxi, als die van de veerboot te snel had gevaren. Afgelopen zomer werden ze veroordeeld.
Het ongeluk was groot nieuws. ‘Je komt in een horrorfilm terecht en je hebt geen idee van wat er op je afkomt’, zegt Van der Heide. Ze sprak nooit in het openbaar over het ongeluk, maar wil nu graag uitleggen hoe het is als je opeens een foto van het afgedekte lichaam van je echtgenoot op een nieuwssite ziet. Hoe kwetsbaar je je voelt als de naam van je man – zonder jouw toestemming – bekend wordt.
Die bewuste dag, 21 oktober 2022, begon voor Van der Heide met drie gemiste oproepen van haar zwager en een bericht van haar schoonzus, die zich afvroeg of ze wist waar haar man was. ‘Ik had geen flauw idee’, zegt ze nu. ‘Hij was ’s ochtends vroeg vertrokken en ja, hij zou met de watertaxi naar Terschelling gaan. Mijn schoonzus vertelde dat er een ongeluk was gebeurd.’
Van der Heide opende de NOS-app en stuitte al snel op een bericht. ‘Ik dacht: dit gaat over mijn man.’ Ze probeerde hem te bellen, maar hij nam niet op. Daarna stormde ze naar boven, om haar zoons wakker te maken. ‘Mijn oudste reageerde heel verstandig. Hij zei: je gaat gewoon aan de keukentafel zitten. In geen geval stap je de auto in.’
Op tv volgde ze alle nieuwskanalen, van NOS tot Omrop Fryslân. Ondertussen belde ze naar gemeentehuizen, politiebureaus en ziekenhuizen. Ook via sociale media kwamen flarden informatie binnen, die ze moeilijk op waarde kon schatten.
‘Daar zagen we ook een foto van een persoon op een brancard die in folie was gewikkeld. Er stak een stuk van een oranje trui uit. Mijn man had ook een oranje trui. Dus ik ging zoeken – in de was, in de kast. Ik vond de trui. Op die brancard lag dus iemand anders.’
‘Slechte media-ervaringen kunnen de rouwverwerking verstoren’, zegt Jos de Keijser. De bijzonder hoogleraar deed onderzoek naar de MH17-ramp en werkte lang bij een polikliniek voor complexe rouw, waar hij vaak slachtoffers en nabestaanden van zogeheten man made disasters bijstond.
Gedurende het rouwproces krijgt deze groep nabestaanden vaak te maken met gevoelens van wraak en vergelding. ‘Traumatic anger is een hele normale reactie. Maar je ziet ook, na verloop van tijd, dat mensen minder vaak boos zijn. Ze pakken de draad weer op, besluiten dat de klootzak die dit heeft veroorzaakt hun leven niet meer mag beheersen.’
Gemiddeld duurt een rouwproces na zo’n man made disaster 2,5 tot 3 jaar. Maar, zegt De Keijser, ‘het duurt langer als het verstoord raakt.’ Er hoeft dan maar iets te gebeuren, en die boosheid laait in alle hevigheid weer op. ‘Dat kan dus gebeuren als media foutieve informatie publiceren, of beelden naar buiten brengen die het ongeluk weer oprakelen’, zegt hij.
Maar ook een slechte juridische procedure kan effect hebben, benadrukt hij. ‘Denk aan een rechter die ongeïnteresseerd kijkt tijdens het voorlezen van de slachtofferverklaring, of aan een politicus die verkeerde informatie verstrekt.’
Zo beweerde Geert Wilders dat de verdachte van Lisa’s moord al eerder voor een zedenmisdrijf was aangehouden en dat hij daarna weer was vrijgelaten. De politie tikte de politicus op de vingers. Wilders bood excuses aan.
Janet van der Heide kreeg pas na vierenhalf uur een agent te pakken, die haar kon vertellen dat haar man inderdaad werd vermist. Een kwartier later stonden er familierechercheurs voor de deur. De weken daarna leefde ze niet alleen in onzekerheid, maar ook ‘in een explosie van media-aandacht, waarbij alle anonimiteit en intimiteit vervaagde’.
Dat de naam van haar man, de leeftijd en hun woonplaats een paar dagen na zijn vermissing al in de pers werden gemeld, kan ze nog steeds niet bevatten. ‘De privacy van daders is goed beschermd’, zegt ze, ‘maar die van slachtoffers of nabestaanden?’
Ze was angstig, ging de deur nauwelijks nog uit. ‘Ik was compleet verdoofd, vroeg me bij elke passant af of die iets van me wilde, dacht bij wijze van spreken dat er fotografen in de bosjes lagen – wat niet zo was.’
Haar man werd pas na zestien dagen gevonden. ‘Ik kreeg een berichtje van de familierechercheur: er is een lichaam aangespoeld op Terschelling. Hou er rekening mee dat hij het is.’
Daarna barstte het circus opnieuw los. Nog voordat definitief was vastgesteld dat het lichaam van haar man was, kreeg ze al berichtjes van vrienden en bekenden. Gecondoleerd, wat fijn dat hij gevonden is, schreven ze. Ze hadden er op internet over gelezen.
‘Nog idioter: ik zat die dag op de bank, in afwachting van een bericht van de politie dat ik hem kon komen identificeren. Toen zag ik op een nieuwswebsite een foto van dat lichaam op het strand. Die foto was geblurd, maar alsnog confronterend. Daarop heeft mijn zoon de redactie gebeld, waarna de foto is verwijderd.’
Over het algemeen, zegt Selma Hetharia, is ze niet ontevreden over hoe de meeste media zich opstellen. ‘Als de maatschappelijke impact van een gebeurtenis groot is, is het logisch dat deze volop in het nieuws komt.’ Zo denkt ook Van der Heide erover.
Zes jaar geleden werd Namens de Familie opgericht, steeds vaker weten journalisten deze media-adviseurs te vinden en lukt het om te fungeren als intermediair tussen nabestaanden en media. ‘Want er zijn natuurlijk ook mensen die júíst graag hun verhaal willen doen’, zegt Hetharia.
Zo stond ze een familie bij wier naaste werd neergeschoten, en later overleed. Vlak nadat de familie het ziekenhuis had verlaten, werden de beelden van de schietpartij al op sociale media gedeeld. ‘Het slachtoffer werd bovendien neergezet als voetbalhooligan. De familie wilde graag haar verhaal vertellen, niet alleen om dat beeld recht te zetten, maar ook om te zeggen: ga met beelden van een misdrijf naar de politie en zet ze niet op sociale media.’
Nooit zegt Hetharia wat betrokkenen wel of niet moeten doen. ‘Ik schets alleen de verschillende scenario’s. Zeker in het begin komt er zoveel op je af. Als ik bij nabestaanden binnenkom die zeggen: het slachtoffer is van ons, en niet van iedereen, dan zeg ik: google hem of haar. Kijk wat je kan vinden op sociale media, en of je bijvoorbeeld accounts kan blokkeren. Daar moet je ook aan denken bij overlijdensadvertenties, welke informatie zet je daarin?’
In het geval van Lisa ontstond al snel na de moord de behoefte in haar woonplaats, Abcoude, om de 17-jarige te herdenken. ‘We hebben toen via de gemeente en de organisatoren van de herdenking ook de oproep gedaan: noem alleen de voornaam, verspreid geen foto’s. Dat vroeg ik ook aan school en sportclubs.’
Want áls de informatie eenmaal bekend is, is het lastig om terug te draaien. ‘De familie van Marianne Vaatstra had gehoopt dat het weer rustig zou worden op het moment dat de dader veroordeeld was. Dat was niet zo.’ Hetharia staat ook deze familie bij en benadrukt dat het een heel andere zaak is dan die van Lisa. In het geval van de in 1999 vermoorde Vaatstra was het lange tijd onduidelijk wie de dader was, en werden de media actief bij de zoektocht betrokken.
‘Maar wat deze familie erg moeilijk vindt, is dat het daarna nooit meer is gestopt’, zegt Hetharia. ‘Marianne is een verdienmodel geworden. Rond de tijd dat de dader, in 2024, op vrije voeten kwam, lanceerde Canal+ een serie. Die werd gepromoot met de zin dat de serie was geïnspireerd op de moord op Marianne Vaatstra. Dat was niet met de familie gecommuniceerd.’
Haar belangrijkste boodschap aan de media: ‘Probeer je vaker te verplaatsen in de positie van de nabestaanden en slachtoffers, en overleg voordat je iets publiceert. Dan geef je mensen in een kwetsbare en turbulente tijd nog iets van een gevoel van regie.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant