Rechtszaak Nederland stelde Thailand voor een strafzaak te beginnen tegen coffeeshophouder Johan van Laarhoven. Die houdt nu de staat verantwoordelijk voor de gevolgen. „Ik ben mijn gezin kwijt: mijn vrouw en kinderen.”
Johan van Laarhoven.
Huiveringwekkend, zo noemt de voorzitter van de Haagse rechtbank herhaaldelijk het verslag van voormalig coffeeshophouder Johan van Laarhoven over zijn gevangenschap in Thailand. „We hebben gelezen over groepsverkrachtingen en zelfmoorden in de cel. Iedereen is het erover eens dat dat huiveringwekkend is.”
Van Laarhoven, eigenaar van de Brabantse coffeeshopketen The Grass Company, verhuisde in 2009 naar Thailand. Jarenlang woonde hij met z’n vrouw Tukta en twee kinderen in een villa in kustplaats Pattaya. Tot het stel op 23 juli 2014 door 120 Thaise agenten werd gearresteerd.
De daaropvolgende vijfenhalf jaar brachten Van Laarhoven en Tukta onder erbarmelijke omstandigheden door in de gevangenis. In januari 2020 komt Van Laarhoven vrij en wordt hij naar Nederland gevlogen.
„Het gaat beter dan toen ik in Klong Prem Prison – de hel van Bangkok – zat”, antwoordt Van Laarhoven wanneer de rechtbank vraagt hoe het gaat. „Maar […] ik heb aan die tijd veel lichamelijke en psychische klachten overgehouden. Ik ben mijn gezin kwijt: mijn vrouw en kinderen. Ik kan geen bankrekening openen of huis kopen. Ik ben persona non grata.”
En daarvoor houdt Van Laarhoven het OM verantwoordelijk. Het OM Zeeland-West-Brabant stuurde namelijk een brief op 14 juli 2014 waarin Thailand werd verzocht „een strafzaak te initiëren” tegen Van Laarhoven. Een week later werden hij en Tukta gearresteerd. Nadat Nederland bewijsstukken aan de Thai had overhandigd en drie Nederlandse agenten liet getuigen, werd de coffeeshophouder veroordeeld tot 103 jaar celstraf wegens witwassen. Tukta kreeg elf jaar cel.
Met een civiele zaak tegen de Staat der Nederlanden, die maandag diende, wil Van Laarhoven laten vaststellen dat Nederland onrechtmatig heeft gehandeld. Is daarvan sprake dan dient de veroorzaakte schade vergoed te worden – tientallen miljoenen volgens Van Laarhoven.
Naast hem in de Haagse rechtbank zit broer Frans, die zich bij de zaak heeft gevoegd. Sinds Johan en Tukta werden gearresteerd, voedt hij hun dochter op – zij wil vanwege de arrestatie geen contact meer met haar vader.
Voor de derde en laatste persoon die de zaak tegen de staat voert, moet de rechter zich richten tot een scherm. Per videoverbinding verschijnt een vrouw die hevig gebaart zodra de rechter vraagt hoe het met haar gaat. Ze zit in een groengeverfde kamer met systeemplafond en ventilator. „Het is een drama”, vertaalt de tolk. Tukta, inmiddels Van Laarhovens ex-vrouw, dept haar ogen met een zakdoek. „Ik had een warme familie, nu heb ik niets meer. Ik weet niet wat ik heb fout gedaan en waarom ik zes jaar in de gevangenis moest zitten. Ik was alleen de vrouw van Johan.”
Centraal in de zaak bij de rechtbank Den Haag staat de Nederlandse brief van juli 2014 aan de Thaise hoofdofficier van justitie. Daarin werd Thailand niet alleen verzocht een strafzaak tegen Van Laarhoven te initiëren wegens witwassen, maar ook om daarbij alle mogelijke dwangmiddelen in te zetten. Volgens Van Laarhovens advocaat Lisa Jie Sam Foek blijkt uit die brief dat het OM wilde dat Van Laarhoven en Tukta door Thailand zouden worden vervolgd.
De advocaat licht een mail uit die officier van justitie Lucas van Delft twee maanden na Van Laarhovens arrestatie naar de OM-top stuurde. Van Delft leidde in Nederland het in 2011 begonnen strafrechtelijk onderzoek naar Van Laarhoven, The Grass Company en andere verdachten op verdenking van de handel in verdovende middelen, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. „Door zich permanent in Thailand te vestigen, neemt hij het rechtssysteem en penitentiair systeem aldaar op de koop toe”, schrijft Van Delft. „Jarenlang heeft hij de lusten van het land gehad. Nu zijn de lasten aan de beurt.”
Hoewel de Nationale Ombudsman de handelwijze van het OM richting Van Laarhoven en Tukta in 2019 reeds als „onzorgvuldig” kwalificeerde, ziet het OM dat anders. Maandag betoogde plaatsvervangend landsadvocaat Cécile Bitter dat de cruciale brief van 14 juli verkeerd wordt geïnterpreteerd. Die moet gezien worden in het licht van het lopende strafrechtelijk onderzoek.
Om bewijs te verzamelen voor dat onderzoek deed Nederland op 27 juni 2014 een rechtshulpverzoek aan Thailand. De Thai werden verzocht Van Laarhovens telefoon te tappen, woning te doorzoeken en bewijs in beslag te nemen. De brief was slechts bedoeld om de behandeling van het verzoek te „bespoedigen”, aldus Bitter. Anders moest nog maanden worden gewacht en dat was een risico, omdat bewijs dan zoek kon raken. In Nederland, Luxemburg en Spanje waren vanwege de strafzaak namelijk al invallen geweest.
Ook had Nederland van Thailand te horen gekregen dat het rechtshulpverzoek sneller zou worden behandeld als de Thai zelf een strafrechtelijk onderzoek begonnen en Nederland daar schriftelijk om verzocht.
Dat Thailand Van Laarhoven vervolgens ook zou arresteren en veroordelen, had Nederland volgens Bitter niet verwacht. „Er is geen rekening gehouden met de concrete mogelijkheid dat dit zou gebeuren.” Dat Thailand wél tot arrestatie overging, betekent volgens Bitter niet dat de Nederlandse staat onrechtmatig jegens Van Laarhoven heeft gehandeld.
Van Laarhoven had tijdens de urenlange zitting moeite z’n emoties de baas te blijven. Eenmaal riep hij „leugens, leugens” door het pleidooi van de landsadvocaat. Zijn slotwoord moest hij door zijn broer laten voorlezen, omdat hij overmand was door tranen.
De rechtbank wil op 11 februari 2026 uitspraak doen. Dat duurt langer dan gebruikelijk, stelt de voorzitter: „Het is een belangrijke, gevoelige en lastige kwestie.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC