Drones in Brabant Ze vlogen boven Polen, Denemarken, Noorwegen, België – en dit weekend ook boven Nederland: onbekende drones. Op Vliegbasis Volkel zette het ministerie van Defensie wapens in. Vijf vragen over de onbekende vliegende objecten boven de vliegvelden.
Het vliegverkeer van en naar Eindhoven werd vrijdag stilgelegd, nadat bij het vliegveld meerdere drones waren gesignaleerd.
Demissionair staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman was er zaterdagnacht lang voor opgebleven, zo vertelde hij zondagmorgen in de talkshow WNL op Zondag. De krijgsmacht zette wapens in boven Vliegbasis Volkel.
Zowel op vrijdag als zaterdag vlogen er drones boven luchtmachtbasis Volkel, in Oost-Brabant. Ook werden er onbemande vliegtuigjes gesignaleerd boven Eindhoven Airport. De drones waren niet bewapend, liet demissionair minister van Defensie Ruben Brekelmans (VVD) dit weekend weten. Tuinman sprak van „kleine drones, quadcopters” die je „ook bij de MediaMarkt” kunt kopen.
Maar in luchtruim waar druk wordt gevlogen, zijn quadcopters een recept voor ongelukken. Op Eindhoven Airport werd daarom het vliegverkeer enkele uren stilgelegd. Op Vliegbasis Volkel werden vanaf de grond „wapens” ingezet, meldde het ministerie van Defensie in een persbericht – zonder nadere details te geven over of er is geschoten, en zo ja waarmee. Het Eindhovens Dagblad citeerde een omwonende die zei „vier knallen” te hebben gehoord. Volgens Brekelmans is het nog onbekend of er een drone is geraakt.
De incidenten rond Volkel en Eindhoven Airport volgen op een groot aantal dronewaarnemingen in heel Europa. In Polen moesten vorige maand gevechtsvliegtuigen (waaronder Nederlandse F-35’s) in actie komen toen Russische drones, waaronder Shaheds, het Poolse luchtruim binnendrongen. In Denemarken en Noorwegen werden daarna onbekende vliegende objecten gezien boven luchthavens, wat tot problemen leidde voor het vliegverkeer. Daarna was België aan de beurt: zowel boven Brussels Airport, de kerncentrale bij Doel als boven luchtmachtbasis Kleine-Brogel werden drones waargenomen.
De Poolse regering deed in september een beroep op artikel 4 van het NAVO-handvest, waardoor de bondgenoten bijeen kwamen in een spoedvergadering om te praten over de veiligheidssituatie. Kort daarop deed de Estse regering eveneens een beroep op dat artikel, nadat Russische gevechtsvliegtuigen het Estse luchtruim hadden geschonden. Volgens internationale media was de secretaris-generaal van de NAVO, Mark Rutte, geïrriteerd over de dreigende ‘inflatie’ van artikel 4 – dat overigens niet moet worden verward met artikel 5 (militaire bijstand).
De Belgische regering deed na de vele dronewaarnemingen geen beroep op de NAVO, maar vroeg wel assistentie van naaste bondgenoten zoals het Verenigd Koninkrijk, dat specialisten stuurde. Het Nederlandse ministerie van Defensie lijkt echter uit te willen stralen dat het de situatie onder controle heeft. Tijdens een video-interview met tv-programma Buitenhof stelde demissionair minister Brekelmans dat Nederland de „middelen” heeft om drones te „detecteren” en „uit te schakelen” en: „die middelen zijn de afgelopen dagen ook steeds ingezet.” Daarbij moet defensie steeds een afweging maken tussen het risico dat de drones vormen en het gevaar voor omwonenden als deze moeten worden neergeschoten: „Je wilt niet zomaar de zwaarste middelen inzetten.”
Over de Shahed-drones in Polen was geen twijfel mogelijk: de afzender was Moskou. Maar wie er achter de vele andere tientallen waarnemingen in Noordwest-Europa zat, is lastig vast te stellen. Minister Brekelmans stelde in Buitenhof dat het ging om verschillende types – zonder daarbij op details in te gaan.
De Belgische minister Theo Francken liet eerder weten dat het bij de waarnemingen boven luchtmachtbasis Kleine-Brogel niet ging om „hobbydrones”, maar om grotere systemen, die op grotere hoogte overvlogen – wat mogelijk wijst op een grotere, statelijke actor.
Een andere aanwijzing voor Russische betrokkenheid zijn de doelwitten die de drones kiezen. Het is een publiek geheim dat op Vliegbases Volkel en Kleine-Brogel Amerikaanse kernwapens liggen opgeslagen. Eindhoven Airport deelt zijn landingsbaan met een militaire vliegbasis, waarop een internationale NAVO-vloot aan tankervliegtuigen is gestationeerd.
Dat de Russen actief zijn in Europa staat vast: verschillende Europese inlichtingendiensten hebben het afgelopen jaar gerapporteerd over Russische sabotageacties op hun grondgebied. De afgelopen week nog werden op verschillende plaatsen in Polen spoorlijnen opgeblazen – waarna Warschau Rusland daarvan beschuldigde.
Dat wil overigens niet zeggen dat de drones boven Volkel door Russische agenten werden bestuurd. In talkshow WNL op Zondag opperde Tuinman duidelijk dat Nederlandse jongeren achter de incidenten zaten. De staatssecretaris verwees daarbij naar de zaak van twee tieners die in september werden aangehouden omdat ze in opdracht van Rusland met zogeheten wifi-sniffers langs strategische objecten in Den Haag waren gelopen. Tuinman waarschuwde: „Als jij met je drone boven Volkel vliegt, kun je een tijdje de bak in gaan.”
Drones zijn, behalve met het blote oog als ze niet te hoog vliegen, te detecteren met radar en het opvangen van het radiosignaal dat ze uitzenden. Om kleine drones zoals „multicopters” te onderscheiden van vogels is een speciale radar nodig. Zoals de Iris, ontwikkeld door Robin Radar in Den Haag.
Dat systeem, ooit ontwikkeld om vliegtuigen tegen vogelaanvaringen te beschermen, is doorontwikkeld als drone-spotter. Dankzij de zogeheten ‘microdopplerradar’ kan het verschillende typen drones classificeren. Het systeem, met een bereik van tien kilometer en geschikt voor alle weersomstandigheden, is actief op Schiphol, Rotterdam-The Hague Airport en op enkele Nederlandse militaire vliegvelden. Robin Radar heeft wereldwijd al meer dan driehonderd ‘vaste’ en mobiele systemen verkocht aan civiele en militaire klanten.
Op welke luchtmachtbases in Nederland zo’n systeem staat, is niet openbaar, maar Volkel en Leeuwarden, waar de geavanceerde F-35 is gestationeerd, hebben vermoedelijk prioriteit. Als de radar daar inderdaad staat, is het de vraag waarom het systeem dan de drones van vrijdag en zaterdag niet heeft opgemerkt. En zeker zo belangrijk: waar de drones vandaan kwamen of naartoe zijn gevlogen.
Juist vorige week heeft minister Brekelmans (Defensie, VVD) de Eerste Kamer toestemming gevraagd om meer Iris-radars te kunnen kopen, plus voertuigen, ten behoeve van „drone-interventieteams”. Volgens de minister is sprake van een „urgente dreiging”, gezien de „toenemende inzet van (ongeïdentificeerde) drones boven eigen grondgebied en kritieke locaties in het bijzonder”, schreef hij op 19 november. Hij wil de radarsystemen vóór het eind van het jaar kunnen kopen, omdat anders een optie bij Robin Radar verloopt en een vertraging van zeker een halfjaar optreedt.
Brekelmans wil ook extra geld uitgeven aan het mobiele luchtverdedigingssysteem Skyranger Combat C-UAS, geproduceerd door Rheinmetal. Dat systeem, uitgerust met een snelvuurkanon, is vooral voor slagvelddoeleinden.
De Nederlandse krijgsmacht gebruikt verschillende anti-dronesystemen, zowel voor verdediging tijdens militaire operaties in oorlogsomstandigheden als voor de bescherming van kritieke locaties zoals militaire vliegvelden in Nederland.
Voor de laatste taak is in 2023 bij het Israëlische bedrijf Elbit ter waarde van 55 miljoen dollar (48 miljoen euro) een onbekend aantal eenheden van het systeem ReDrone besteld. Vanaf 2025 wordt dat ingevoerd bij de krijgsmacht en binnen vier jaar moeten alle Nederlandse militaire vliegvelden en de marinehaven van Den Helder hiermee beschermd zijn.
ReDrone omvat een radar en andere elektromagnetische en optische sensoren om drones te detecteren, en elektronische onderscheppingsmiddelen. Daarbij wordt de radioverbinding tussen drone en bestuurder overgenomen, of verstoord, evenals het gebruik van GPS, waarmee de drone navigeert.
Voor crisissituaties in het binnenland zijn volgens defensie ook mobiele eenheden van 11 Luchtverdedigingsbatterij beschikbaar, die onder meer bewapend zijn met Stinger-raketten.
Bij de aanschaf van het ReDrone-systeem zei het ministerie van Defensie dat het bescherming biedt tegen drones tot een gewicht van twintig kilo. Mobiele varianten kunnen worden ingezet voor de verdediging van kritieke infrastructuur, bijvoorbeeld in de haven van Rotterdam.
Overigens is het aantal potentieel te beschermen kritieke installaties een veelvoud van de beschikbare of toekomstige capaciteit. Denk aan energiecentrales, stroom- en spoorwegknooppunten, industriegebieden, havens, drinkwatervoorzieningen of waterkeringen.
Behalve elektronische verstoring is het ook mogelijk drones buiten oorlogsomstandigheden „kinetisch” te onderscheppen, bijvoorbeeld door deze te beschieten of met andere drones. Schieten op drones boven bewoond gebied is een extreme stap en brengt risico’s met zich mee. Voor het gebruik van anti-drones nabij luchthavens en militaire vliegvelden – waar sowieso niet met drones mag worden gevlogen – moet om te beginnen wettelijk een nieuw regime worden opgetuigd.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC