China en de Verenigde Staten zetten de wereldeconomie op zijn kop, terwijl de EU wordt vertrapt. De Nexperia-crisis? Dat is nog maar het begin, waarschuwt een Chinese deskundige.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was 18 jaar correspondent in Beijing.
‘We zijn slachtoffer van de geopolitiek, in plaats van dat we ertoe doen.’ Bruno Angelet, de Belgische ambassadeur in China, spreekt via een haperende videoverbinding vanuit Beijing een conferentie toe van de Brusselse denktank Friends of Europe. Europa is ruw wakker geschud, zegt Angelet: ‘We moeten onze zaakjes op orde krijgen.’
Want de ene crisis is nog niet voorbij of de volgende dient zich alweer aan. Nadat China eerder dit jaar de toevoer van aardmetalen had beperkt, is de Europese Unie nu overrompeld door een tekort aan chips als gevolg van de Nederlandse ingreep bij het bedrijf Nexperia. Die moest demissionair minister Vincent Karremans van Economische Zaken deze week onder zware internationale druk opschorten, nadat de Europese autoindustrie de productie deels had moeten staken omdat China geen Nexperia-chips meer leverde.
In Brussel is het somberheid troef. ‘Ik ben bezig een gestaag aftakelende relatie te behoeden voor verder verval’, zei Dominic Porter, namens de Europese diplomatieke dienst verantwoordelijk voor de betrekkingen met China, onlangs op een conferentie van Instituut Clingendael.
Het lijkt alsof de EU lijdt aan een geopolitieke winterdepressie, die zo ernstig is dat de patiënt zijn pessimisme niet langer onder stoelen of banken steekt. Hoog tijd voor een diagnose.
Grondstoffen zoals aardmetalen, halffabrikaten zoals chips en complete eindproducten die Europeanen zelf niet kunnen maken: opnieuw werd dit jaar keihard duidelijk hoe afhankelijk Europa van China is.
En dat is nog maar een voorproefje voor van wat komen gaat, want Beijing gaat zijn strategische voorsprong uitbouwen. Het nieuwe Vijfjarenplan, dat afgelopen maand door de partijtop werd besproken, puilt uit van beleid om de Chinese industrie wereldwijd nog dominanter te maken, met toenemende afhankelijkheid van Chinese productieketens in het buitenland tot gevolg.
Hoogleraar Wang Yiwei, de belangrijkste EU-specialist van de gerenommeerde Volksuniversiteit in Beijing, vermoedt dat de implicaties hiervan nog niet helemaal in Brussel zijn doorgedrongen. ‘Het woord ‘leidend’ staat niet voor niets veertien keer in het Vijfjarenplan. China verandert de wereld, daar zijn we transparant over, maar Europeanen zijn te lui om ons Vijfjarenplan te lezen. Jullie drinken liever koffie op terrasjes’, aldus Wang.
Europa lijkt op een patiënt die aan een weldadig infuus ligt van Chinese aardmetalen, chips en consumptiegoederen. Meestal druppelt er genoeg Chinees spul in de ader, waardoor plannen om ervan af te kicken blijven steken in goede voornemens. Als de patiënt toch op eigen houtje probeert af te bouwen, wordt het infuus dichtgedraaid en redt de zieke het niet op eigen kracht.
Afhankelijkheid van Chinees kapitaal is een onderbelicht probleem, dat door de affaire rond Nexperia vol in de schijnwerpers staat. De Chinese eigenaar van Nexperia zou bedrijfsmiddelen naar China hebben proberen over te hevelen voordat hardere Amerikaanse maatregelen tegen bedrijven met meer dan 50 procent Chinees eigendom hun beslag kregen.
De Nexperia-crisis kan zich elk moment bij allerlei westerse bedrijven herhalen, blijkt uit een nieuw rapport van AidData. Deze onderzoeksgroep van het Amerikaanse William and Mary College onthulde afgelopen week dat de Chinese financiële invloed in rijke industrielanden veel groter is dan tot dusver bekend.
Van 2003 tot 2023 investeerde China volgens AidData wereldwijd 2,1 biljoen dollar (2.100 miljard euro). Het leeuwendeel ging niet, zoals altijd werd gedacht, naar het mondiale Zuiden, maar naar rijke landen, de Verenigde Staten voorop. Chinese geldschieters zitten overal, maar ze zijn vooral dol op westerse techbedrijven met activiteiten die raken aan nationale veiligheid.
Naast de afhankelijkheid van Chinees geld kan Europa niet zonder Chinese producten, ook in gevoelige sectoren die de Europese veiligheid maken of breken. Of het nu gaat om Chinese communicatiesystemen, douanescanners of streekbussen, door de lens van nationale veiligheid bezien, zit daaraan een risico.
Het is echter een heksentoer om alle potentiële gevaren uit de handel met China te halen. Alternatieven zijn duur, of bestaan niet. Bovendien is de EU beducht voor Chinese repercussies middels het afknijpen van producten waar Europa echt niet zonder kan. Deze onzekerheid verdwijnt pas als Europa eigen veilige productieketens heeft. Dat kost jaren, als het al lukt.
Ooit waren Europeanen goed in het uit de grond stampen van nieuwe industrieën. Dat was te zien in China, waar buitenlandse investeerders Chinese zakenpartners de fijne kneepjes van industrieel management leerden. Tot de eeuwwisseling gebeurde dat vooral in joint ventures.
Overdracht van buitenlandse technologie was niet wettelijk verplicht, maar het delen van kennis hielp wel bij het regelen van vergunningen bij de Chinese overheid. Slimme buitenlanders bewaakten hun bedrijfsgeheimen: ze deelden slechts technologie waarvan ze wisten dat die binnenkort toch gemeengoed zou worden.
Rond 2005 veranderde dat. Toen werd de Chinese industrie zo goed dat slechts buitenlanders die cutting edge technologie meenamen de concurrentiestrijd overleefden, zegt Joerg Wuttke. Ruim een kwart eeuw vertegenwoordigde hij het Duitse chemieconcern BASF in China, waar hij ook lang de Europese Kamer van Koophandel leidde. ‘Vanaf dat omslagpunt ontwikkelden westerse investeerders samen met Chinese partners nieuwe technologieën. Dat leverde goedkope, vernieuwende producten op die de wereld overgingen’, aldus Wuttke.
Europese bedrijven verdienden er goudgeld mee, maar dit succesverhaal werd overstemd door gejammer van Europese ondernemers over het ‘gedwongen weggeven van onze kostbare technologie’. Dat paste beter bij de westerse vooroordelen over China. Bijvoorbeeld over Chinees kopieergedrag. Of het fabeltje dat Chinezen onder hun rigide politieke systeem nooit vrij en creatief kunnen leren denken.
Innovatie kan wel degelijk worden afgedwongen, bewees China, door nationale kampioenen te kweken met subsidies die het Chinees bedrijfsleven in staat stelde om gigantisch te investeren in onderzoek. Inmiddels staat de EU op achterstand, vooral op het terrein van digitale economie en groene technologie.
Daarom is de EU van plan investeerders van buiten de EU, Chinezen dus, te verplichten tot overdracht van hun technologie als ze hier fabrieken willen opzetten. De rollen zijn omgedraaid: nu is de EU het achtergebleven gebied dat Chinese know-how nodig heeft om zijn economie te moderniseren.
Europa had niets in te brengen toen de Amerikaanse president Donald Trump China dit jaar uitdaagde met een handelsoorlog, en het speelde ook geen rol toen Trump in oktober met zijn Chinese evenknie Xi Jinping een pauze inlaste. De nadelige gevolgen van hun titanenstrijd liggen echter wel op het bordje van Europese bedrijven.
Met exportbeperkingen heeft Beijing een krachtig wapen op scherp gezet. Elk moment kan de trekker opnieuw worden overgehaald, waardoor de EU zonder cruciale Chinese producten komt te zitten.
Aan de andere kant van het handelsconflict staat Washington, dat van zijn Europese bondgenoten verlangt dat zij zich conformeren aan Amerikaanse zwarte lijsten van Chinese bedrijven waarmee geen zaken mag worden gedaan.
Ingeklemd tussen deze twee rivaliserende grootmachten mist Europa het vertrouwde loket bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waar vroeger handelsgeschillen werden geparkeerd tot er een nette oplossing was. Het gezag van de WTO is echter tegelijk met de teloorgang van de rest van de internationale rechtsorde zo uitgehold dat deze organisatie tegenwoordig irrelevant is. Dat is lastig voor de EU: het gewicht van de reusachtige Europese markt vertaalt zich niet in geopolitieke staatsmacht die zich kan meten met China en de Verenigde Staten.
Die twee zetten de wereldeconomie op zijn kop, terwijl de EU aan de zijlijn staat. Natuurlijk is het een opluchting dat de Amerikanen hun plan nog meer Chinese bedrijven in de ban te doen hebben teruggedraaid in ruil voor Chinese beloften weer aardmetalen te leveren. Dat betekent niet dat Brussel die strategisch belangrijke mineralen heeft veiliggesteld. Die onderhandelingen met China lopen nog.
Vandaar dat Brussel aan de slag gaat met een oud voornemen voor de centrale inkoop van een eigen voorraad aardmetalen. Anders zijn Europese bedrijven bij de volgende ronde in de geopolitieke bokswedstrijd tussen de VS en China opnieuw het kind van de rekening.
In Brusselse wandelgangen klinkt wel stoer dat China met die verplichte technologie-overdracht aan Europa een koekje van eigen deeg krijgt, maar de vraag is of het werkt. Het Chinese ministerie van Handel heeft zijn bedrijfsleven juist expliciet verboden technologie met het buitenland te delen.
Wuttke waarschuwt dat Brussel met zo’n verplichting mogelijk de kip met de gouden eieren slacht. ‘Ik zou er voorzichtig mee zijn, we willen juist dat die Chinese hightechbedrijven naar Europa komen’, zegt hij.
Wie weet kunnen Europese en Chinese bedrijven dit soort maatregelen omzeilen door buiten de EU hun krachten te bundelen, bijvoorbeeld door samen met partners in het mondiale Zuiden nieuwe industrie op te zetten, suggereert Wuttke. Voor zulke optimistische vergezichten is echter durf nodig. Daaraan lijkt het Europa op dit moment te ontbreken.
‘Het Westen interesseerde het destijds niet dat China achterliep. Nu China in het voordeel is, doet de EU niets dan klagen. Waar is de Europese innovatieve dynamische mentaliteit gebleven?’, aldus hoogleraar Wang.
Het oude continent wordt opgejaagd door de VS onder Trump en uitgeput door de wissel die de Russische oorlog tegen Oekraïne op de EU trekt. Nu daalt ook het pijnlijke besef in dat drie eeuwen na de industriële revolutie het definitief is gedaan met het Europese leiderschap over de wereldeconomie.
In deze existentiële crisis steekt de lastige verhouding met Beijing op alle fronten de kop op. De EU zal zich in relatie tot China opnieuw moeten uitvinden. En snel ook, nu de komende jaren alles wat zo lang vanzelfsprekend was in rap tempo op de helling gaat.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant