In Nederland wordt de kans op sabotage door bijvoorbeeld Rusland steeds groter. Daarvoor waarschuwen experts en inlichtingendiensten. De spoorsabotage in Polen eerder deze maand laat zien dat Rusland bereid is om steeds verder te gaan met hybride oorlogsvoering.
Polen werd vorige week opgeschrikt door de sabotage van een belangrijke spoorlijn tussen Polen en Oekraïne. Zo'n voorval kan zich volgens experts ook in Nederland voordoen. Ons land is een belangrijke transporthub voor Europa en een verstoring door bijvoorbeeld sabotage kan in heel Europa gevoeld worden.
Rusland ziet Europa en dus ook Nederland als een legitiem doelwit voor aanvallen, denkt senior onderzoeker internationale veiligheid Koen Aartsma van Instituut Clingendael. Europa heeft in de oorlog tussen Oekraïne en Rusland namelijk de kant van Oekraïne gekozen.
"Europa voert min of meer een proxyoorlog tegen Rusland", zegt Aartsma. "Europa ondersteunt Oekraïne met bijvoorbeeld wapens en inlichtingen en is daarmee in de ogen van Rusland betrokken bij de oorlog."
Sinds de Russische invasie in Oekraïne in 2022 heeft Europa steeds vaker te maken met zogenoemde hybride aanvallen. Het gaat bijvoorbeeld om het hacken van websites, het platleggen van belangrijke computersystemen, desinformatie- en beïnvloedingscampagnes, en de laatste tijd steeds vaker sabotageacties.
Het opblazen van een spoorlijn tussen Polen en Oekraïne is volgens Yarin Eski, wetenschapper statelijke dreigingen van de Vrije Universiteit Amsterdam, "de zoveelste wake-upcall voor Europa". Hij stelt dat de geschiedenis zich lijkt te herhalen.
"Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd heel nonchalant gereageerd op de inval in Polen door Duitsland", zegt Eski. Het leek volgens hem toen ook geen directe dreiging voor andere Europese landen, maar uiteindelijk viel Duitsland overal in Europa binnen. "De geschiedenis heeft ons geleerd dat we niet weer in zo'n nonchalante houding moeten schieten."
Het nieuwe voorval in Polen maakt de situatie volgens Eski ook voor Nederland serieuzer. "Het laat zien dat Rusland bereid is om in Europa te saboteren. Het is minder ver van je bed dan je misschien denkt."
Ook inlichtingendiensten zien die dreiging, blijkt uit het rapport Dreigingslandschap Vitale infrastructuur van de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV). Daarin staat dat zogenoemde statelijke actoren een steeds groter risico vormen voor onze kritische infrastructuur. Daaronder vallen weg-, water-, spoor- en luchtverbindingen, maar ook internet, elektriciteit, gas en water.
Ondanks de spoorsabotage in Polen is de situatie volgens onderzoeker Aatsma niet heel anders dan begin deze maand. "Ik zie het als een glijdende schaal."
Doordat hybride aanvallen moeilijk herleidbaar zijn, durft een partij als Rusland volgens Aatsma steeds verder te gaan. Toch wordt ook in Rusland de afweging gemaakt hoe ver het wil en kan gaan om grootschalige escalatie te voorkomen. "Zowel Europa als Rusland probeert elkaars rode lijnen in kaart te brengen."
Met acties zoals de sabotage op het spoor in Polen test Rusland volgens wetenschapper Eski waar Polen en Europa rode lijnen trekken, maar probeert die rode lijnen ook op te rekken. Dat brengt Polen en Europa in een heel lastige spagaat.
"Als je niet reageert, zeg je eigenlijk 'ga maar door' en als je wel reageert, kan dat voor een escalatie zorgen", legt Eski uit. "Daarom wordt een reactie vaak in het midden gelaten." Hij stelt dat men vroeg of laat toch wordt gedwongen om één van beide kanten te kiezen.
Een ander probleem is volgens Eski dat hybride aanvallen of sabotage zelfs een zogenoemde false flag kunnen zijn. Daarbij wordt een situatie in scene gezet om bijvoorbeeld de publieke opinie te beïnvloeden of om een bepaalde tegenreactie te legitimeren.
"Het is overigens zaak niet te snel conclusies te trekken, want dat kan alarmisme en paranoia veroorzaken, met zelfs etnisch profileren als gevolg", stelt Eski.
Het kan volgens de wetenschapper ook voorkomen dat andere landen dan Rusland in Europa hybride aanvallen uitvoeren. Het doel daarvan kan zijn dat Rusland de schuld van een aanval krijgt om zo strafmaatregelen of een reactie tegen Rusland uit te lokken.
Daarom moeten we bij hybride aanvallen ook niet te snel conclusies trekken en daders aanwijzen, waarschuwt Aartsma. De aanslag op de Nord Stream-gaspijpleiding in de Oostzee is daar volgens hem een goed voorbeeld van. "Alle vingers wezen in het begin richting Rusland, terwijl achteraf bleek dat het waarschijnlijk de Oekraïners waren."
Ook Eski waarschuwt voor het te snel trekken van conclusies: "Dat kan zorgen voor onnodige paniek en wantrouwen. Bovendien kan het leiden tot etnisch profileren, wat niet mag, waardoor de verkeerde partij in de gaten gehouden wordt."
Source: Nu.nl algemeen