Voetbalverslaggever Bart Vlietstra gaf jaarlijks de grootste Nederlandse 17-jarige voetbaltalenten door aan de Engelse krant The Guardian, waarna ze werden gekatapulteerd tot sterren van de toekomst. Nu vraagt hij zich af: was dat vroegtijdig hypen nou wel zo verstandig?
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Elk jaar publiceert The Guardian een lijst van de zestig grootste 17-jarige voetbaltalenten ter wereld. Tien jaar lang, van 2014 tot 2024, heb ik daaraan een bijdrage geleverd door telkens twee of drie Nederlandse spelers aan te dragen voor deze zogeheten Next Gen-serie van de Britse krant.
Andere media wereldwijd, ook in Nederland, nemen deze talentenverkiezing uiterst serieus. Talloze voetbalsites maken er melding van wie worden gezien als de sterren van de toekomst. Als een van die uitverkoren spelers in latere jaren iets opvallends meemaakt, wordt er ook vaak aan de verkiezing gerefereerd.
Hoe ging ik te werk? Ik liep niet alle wedstrijden van Oranje onder 18 en onder 19 af; wel had ik contact met jeugdtrainers van topclubs en van vertegenwoordigende elftallen. Soms ook met zaakwaarnemers (tot zo’n spelersagent wel erg vaak een speler naar voren schoof die hij zelf begeleidde).
Heel vaak hoorde ik mijn bronnen verzuchten dat het ‘appels met peren vergelijken’ was, en dat was natuurlijk ook zo. Gaat die begenadigde maar frêle middenvelder hoger reiken dan die al volgroeide, druk coachende, stabiele verdediger?
Het makkelijkst (en veiligst) was het om 17-jarige spelers aan te dragen die al hun debuut hadden gemaakt in de eredivisie en daarbij enige indruk hadden gemaakt. Die zouden er wel komen. Althans, dat dacht ik.
Maar nu ik terugkijk, valt het me ronduit tegen hoeveel van de 24 talenten die ik in totaal heb doorgegeven daadwerkelijk onbetwiste topspelers zijn geworden.
Drie kan ik er niet meetellen. Abdelhak Nouri liep helaas in 2017 op zijn 20ste hersenschade op na een hartstilstand. Jaden de Guzman en Shane Kluivert, die ik in 2024 tipte, zijn met hun 18 jaar nog wel erg jong.
Blijven er 21 spelers over. Voor Matthijs de Ligt, Xavi Simons, Lutsharel Geertruida en Jorrel Hato hoef ik me niet te schamen; zij hebben meerdere interlands gespeeld, en staan onder contract bij goede Engelse clubs. En Ryan Gravenberch is een onbetwiste voltreffer gebleken: basisspeler bij een internationale topclub, Liverpool, en het Nederlands elftal.
(En au, Frenkie de Jong heb ik gemist. Ik schatte Jari Schuurman, die inmiddels al jaren in de eerste divisie speelt, hoger in. En ook Tijjani Reijnders, Justin Kluivert en Quinten en Jurriën Timber ontsnapten aan mijn talentenvangnet.)
Geregeld vraag ik me twee dingen af: waarom hebben al die anderen de absolute top uiteindelijk niet gehaald? En is dat stempel van ‘supertalent volgens The Guardian’ daarbij eigenlijk van invloed geweest?
Om daarachter te komen benaderde ik acht destijds door mij ‘gescoute’ spelers. Met vier van hen kwam ik in gesprek.
Vlak na een gesprekje met meerdere journalisten, vorige week aan de rand van het trainingsveld van de KNVB Campus in Zeist, lukte het om Matthijs de Ligt nog heel kort een-op-een te spreken. Ik vertelde hem dat ik hem in 2016 bij The Guardian getipt had als supertalent.
‘O ja?’, zei de 26-jarige verdediger van Manchester United, terwijl hij al richting kleedkamer liep.
‘Ja, sommige jongens die ik heb getipt zijn al gestopt of hebben geen club’, zei ik om hem geïnteresseerd te krijgen in het onderwerp.
‘O, nou, dan is het met mij nog niet zo slecht gegaan’, zei hij glimlachend.
Nee, met De Ligt is het inderdaad niet zo slecht gegaan. Als Ajax-aanvoerder de halve finale gehaald van de Champions League, vervolgens voor veel geld gekocht door Juventus, Bayern München en Manchester United. In totaal is er al zo’n 200 miljoen voor hem betaald, een record voor een Nederlandse speler. De Ligt speelde al 52 interlands.
Toch gingen in het gesprekje met de journalisten veel vragen over de stagnatie in zijn ontwikkeling. Manchester United kent sportief dramatische tijden. De Ligts geschatte marktwaarde is gezakt van 75 miljoen naar 38 miljoen euro, en tijdens een voorgaande interlandperiode werd hij door bondscoach Ronald Koeman niet geselecteerd.
Zo jong al aangemerkt worden als toptalent heeft ‘heel grote voordelen, maar ook nadelen’, zegt De Ligt zelf. ‘Het voordeel is dat ik bij zulke grote clubs heb mogen spelen, en in zulke grote wedstrijden. Het nadeel is dat er al heel lang heel veel druk bij komt kijken.’
Of hij goed met loftuitingen kan omgaan, vraag ik. Hij knikt. ‘Dat denk ik wel, ja.’ Kort na zijn debuut bij Ajax kwam die lijst van The Guardian uit, en vervolgens kende hij inderdaad zijn beste seizoenen.
Op zijn 19de ging hij naar Juventus. Daar kreeg hij voor het eerst kritiek, zoals die later ook zou klinken bij wedstrijden van Oranje; dan ging het over zijn spel, maar ook over zijn fysiek en motoriek. Hij veranderde daarom een paar keer zijn krachtprogramma.
‘Ik ben iemand die veel nadenkt; dan ga je dingen anders doen dan je ze normaal deed. Nu heb ik een duidelijke blueprint van wat werkt voor mij. Ik ga er niet meer van afwijken, wat iedereen ook zegt.’
Mentaal heeft hij ook best wat te verhapstukken gehad in die negen jaar profvoetbal. ‘Binnen en buiten het veld. Op een gegeven moment loopt die emmer over. Dan is het het moment om het er met iemand over te hebben.’
Er wordt nu meer over het mentale welzijn van sporters gesproken, zegt hij. In de kleedkamer, maar ook door spelers in de media. ‘Daar is meer ruimte voor, gelukkig.’
Immer werd hij aangeduid als toekomstige aanvoerder van Oranje, of in elk geval als vaste basisspeler. Maar hij was nooit onomstreden. De Ligt zucht als hij de vraag krijgt hoe dat kan. ‘Er zijn veel verklaringen. Misschien kende ik op de verkeerde momenten een ongelukkige periode.’
Doordat hij zich dit seizoen fysiek beter voelt, is hij ook rustiger in zijn hoofd. Hij merkt dat hij ‘richting een vorm gaat die hij nog niet vaak heeft aangetikt’. ‘Ik voel me weer meer mezelf.’
Kik Pierie (25) moet lachen als hij hoort over de kritische vragen die De Ligt werden gesteld. Wie zou er niet blind tekenen voor diens carrière, vraagt hij zich hardop af achter een kop gembermuntthee in café-brasserie Vascobelo, nabij het Olympisch stadion in Amsterdam. ‘Iedereen toch? Waarom zijn we nou nooit tevreden?’
In 2017, een jaar na De Ligt, tipte ik Pierie, geboren in 2000. Met een aantal leeftijdgenoten die net als hij in The Guardian werden aangewezen als toekomstige wereldsterren, gaat het uitstekend. Erling Haaland, Vinícius Júnior, Ferran Torres, Alphonso Davies en Jadon Sancho zijn volgens website transfermarkt.com inmiddels tientallen miljoenen waard; de eerste twee zelfs meer dan 150 miljoen.
Met Pierie gaat het ook ‘supergoed’, vertelt hij. Maar wel op een andere manier. Hij stopte afgelopen zomer op zijn 25ste met voetbal, na drie seizoenen waarin hij in slechts 47 wedstrijden in actie was gekomen en ook een degradatie meemaakte met Excelsior.
We spreken elkaar een uur. Het is een leerzaam gesprek, vermakelijk ook wel, al komt er een indrukwekkende rij blessures voorbij. Inmiddels weet Pierie waar de popliteus en de syndesmose zitten in zijn lijf, zo vaak heeft hij dokters, fysiotherapeuten en andere heelmeesters bezocht.
Voortdurend werd hij teruggeworpen door kwetsuren (‘zes zware en nog wat kleinere’), telkens moest hij zijn ambities bijstellen. Behalve de fysieke pijn was er de zich ophopende mentale last. Telkens had Pierie het gevoel dat hij mensen teleurstelde: de trainer, de mensen op de club, de kring vertrouwelingen. ‘Ik begreep hun frustratie. Zelf was ik nog het meest gefrustreerd dat ik de verwachtingen niet kon waarmaken.’
Terug naar 2017. Het nieuws dat hij door een prestigieuze Engelse krant was opgenomen in een lijst met ’s werelds grootste talenten kreeg Pierie van anderen doorgestuurd. Oudere spelers wezen hem op de bijzonderheid ervan. Hij ging zich erin verdiepen. ‘Het gaf me een goed gevoel, het was alsof er een soort approved-sticker op me werd geplakt.’
Hij speelde in vertegenwoordigende jeugdelftallen van de KNVB. Bij Heerenveen zat hij in het hoogste jeugdteam, maar moest hij ook steeds vaker bij het eerste meedoen. ‘Ik speelde in vier teams, dat was eigenlijk best veel.’
Op zijn 17de werd Pierie basisspeler bij Heerenveen, en ineens zaten Manchester City, Manchester United en Chelsea voor hem op de tribune, zo hoorde hij na afloop. ‘Ik vroeg aan mijn vader: wist jij dit? Ja, zei hij, maar ik wilde het bij je weghouden. Dan denk je: wel gek allemaal.’
De pientere Pierie leerde de voetballerij en zijn mechanismen doorgronden. ‘Als een 17-jarige in de basis staat en twee goede crosspasses geeft, wordt er elke week wel wat positiefs over hem geroepen. Daar wordt een stuk van gemaakt, waar veel op wordt geklikt, waardoor er bij zo’n medium geld binnenkomt via advertenties.
‘De club vindt het prettig, want de waarde van de speler gaat omhoog, en ik kan me voorstellen dat de zaakwaarnemer er ook niet ongelukkig mee zal zijn. Maar een jonge speler is er het meest bij gebaat als hij in een fijne omgeving fouten kan maken. Dat wordt door zo’n lyrisch bericht onderbroken.’
Een speler van 17 moet zichzelf nog leren kennen, weet hij uit eigen ervaring. ‘Ik was nog een kind, ook al dacht ik dat ik al volwassen was. Je hoort de hele dag van je omgeving en je klasgenoten hoe goed je bent, je leest dat. Je krijgt heel veel vertrouwen. Je denkt: ik ben het, ik kan het aan, die verwachtingen. Ik hoor bij de beste zestig spelers van mijn leeftijd wereldwijd, wow.
‘Maar te veel complimenten krijgen is niet goed voor een jong mens. Want om die laatste procenten beter te worden, moet je veel meer doen en laten dan daarvoor.’
Dus eigenlijk is het niet goed, dat uitlichten van een 17-jarig talent, merk ik op.
‘Eigenlijk niet. Het is hetzelfde als vijf sterren geven op Booking.com aan een hotel dat nog in de steigers staat. De speler wordt gebruikt zonder dat hij het zelf wil.’
Maar er zit ook een andere, positieve kant aan de medaille. ‘Als je je bij een club minder ontwikkelt, kan een andere club denken: ja, maar twee jaar geleden stond hij nog in die lijst met toptalenten. Waardoor je nog een kans krijgt.’
Ajax kocht hem in 2019 voor 5 miljoen euro van Heerenveen, maar Pierie sloot al snel aan bij Jong Ajax. Hij moest wennen aan het niveau, aan de Ajax-cultuur. ‘Bij Heerenveen kende ik zelfs de naam van de kinderen van de wasserettevrouw.’
Hij kon zijn lijn qua prestaties niet doortrekken. ‘Daar is ook een aantal blessures uit voortgekomen.’
Er kwam kritiek, Pierie moest meer een vent worden om die hoge verwachtingen waar te maken, werd er geroepen. ‘Ik ben daardoor heel erg gaan overcompenseren.’
Ineens ging hij bij FC Twente, dat hem twee jaar huurde van Ajax, enorme tackles maken op de maandagochtendtraining. ‘Ik had een vaste receptuur, maar voor mijn gevoel werkte die niet meer. Ik ging die soep niet aanpassen met wat peper en zout, maar wilde van die soep een hamburger maken.’
Bij Twente begon het blessureleed. Door een langdurige rugkwetsuur miste hij zowat het hele tweede seizoen. Mentaal zat hij op dat moment het diepst: alleen, ver weg van zijn vertrouwde omgeving. Hij kreeg diverse adviezen voor behandelmethoden, maar ‘dat pakte niet altijd goed uit. Er zat een heel week gewrichtje in mijn rug, zo bleek achteraf, maar daar werd met hamers op geramd.’
Twente wilde niet met hem door. Pierie speelde een halfjaar bij Jong Ajax, waarna Excelsior hem huurde en hem vervolgens transfervrij overnam. Maar ook in Rotterdam bleef hij steeds weer tegen allerlei blessures aanlopen.
Hij ging revalideren bij een externe fysiotherapeut in Amsterdam en nam een voedingsspecialist en performancecoach in de hand. ‘Heb ik veel geld aan uitgegeven, maar daardoor keerde ik toch telkens weer terug.’
Excelsior degradeerde in 2024, terwijl Pierie geblesseerd op de tribune zat. In de eerste divisie was hij vorig seizoen nog van waarde, maar had hij toch ook weer blessures. Zijn contract liep nog door, maar hij besloot te stoppen.
Tijdens zijn vele revalidaties had hij wat studies gevolgd, bij bedrijven in de financiële sector meegelopen en zodoende een voldoende groot netwerk opgebouwd om in 2019 zijn eigen onderneming te kunnen starten, Kikstart Capital. Pierie adviseert inmiddels vijftien sporters hoe ze het best met hun kapitaal kunnen omgaan.
‘Ik bekijk mijn voetbalcarrière echt positief, ik weet daardoor superduidelijk wie ik ben en wat ik wil. Ik ben door die blessures uit het voetbalbubbeltje gekomen. Dat heeft me verrijkt als mens. Ik doe nu iets prachtigs, en heb iets anders prachtigs meegemaakt.’
Iets prachtigs? Het is toch niet geworden wat hij ervan gehoopt had?
‘Klopt. Maar ik ben keer op keer een enorme mentale strijd met mezelf aangegaan. En ik ben telkens teruggekomen. Daar ben ik veel trotser op dan op mijn transfer naar Ajax. Echt, ik ben superblij en gelukkig.’
Door naar Rotterdam. Daar zit de 20-jarige Mike Kleijn op me te wachten in de kantine van het trainingscomplex van Sparta. Kleijn moet het meestal doen met invalbeurten bij Sparta, soms speelt hij helemaal niet.
Vier jaar geleden gaf ik Kleijn door voor de Next Gen-lijst. Dat kwam mede door een gesprek met Hedwiges Maduro; die was assistent-jeugdbondscoach van Kleijn geweest, en was laaiend enthousiast. ‘Hij gaat het worden.’
Ook andere bronnen waren positief over de linksbenige middenvelder. Stabiel in zijn hoofd, goed aan de bal, verdedigend sterk, nu al een leider. Niet voor niets was hij aanvoerder bij Oranje onder 17 en 18.
Kleijn lacht als hij hoort waarvoor ik hem precies wil spreken. ‘O, heb jij dat destijds geschreven? Nou, dank je wel. Ik vond het leuk toen ik ervan hoorde, maar wel gek ook. Zit je bij de top 60 van de hele wereld. Dat gaf me een heel goed gevoel, een stukje erkenning.’
Hij weet niet of zaakwaarnemers en clubs na de publicatie van die lijst meer interesse in hem toonden. ‘Dat weet mijn vader.’
Die vader vertelt later door de telefoon dat de gekte rond Mike Kleijn zelfs al eerder op gang was gekomen. ‘Er kwam zelfs een zaakwaarnemer uit Engeland praten, toen was-ie nog maar 15, 16. We hebben dat allemaal afgehouden.’
Ja, het ging goed met Kleijn, destijds. Hij draaide in de zomer van 2022 de voorbereiding mee bij het eerste van Feyenoord, Arne Slot was zijn trainer. ‘Hij zag een moderne linksback in me.’
Na het eerste trainingskamp kreeg hij last van zijn lies. Als vervanger werd Quilindschy Hartman opgeroepen. Kleijn lacht. ‘Die heeft het goed gedaan natuurlijk: basisspeler geworden, international, mooie transfer naar Engeland.’
Kleijn bleef aanvankelijk in beeld, maar kreeg nog meer kleine blessures. Het is gissen naar de oorzaak. ‘Daar word je gek van. Je gaat je dingen afvragen: of je lichaam het wel aankan.’
Zijn vader: ‘Thuis werd-ie wat stiller.’
Hij speelde vooral bij Jong Feyenoord, en scoorde voor Oranje onder 19 jaar nog wel twee keer tegen Litouwen. ‘Kreeg ik weer een boost van.’ Toch besloot hij na overleg met zijn vader en zaakwaarnemer om in 2024 naar Sparta te gaan. ‘Sparta pakte meteen door, daaruit sprak vertrouwen. De speelstijl en wat ze van me verwachtten zag er positief uit.’
Kleijn moest bij Sparta de concurrentie aangaan met Djevencio van der Kust. Maar toen was er een trainerswissel en kwam de ervaren linksback Patrick van Aanholt van PSV erbij. Toch was Kleijn aan het eind van het seizoen nog een paar wedstrijden basisspeler.
Dit seizoen wilde hij meer wedstrijden in de basis beginnen, maar tijdens de voorbereiding liep hij een hamstringblessure op. Zeven weken eruit. ‘Dat is geen lekkere start’, zegt hij kalm.
Hij houdt hoop. Hij viel in tegen Feyenoord, Twente, Groningen. ‘Ik moet zo goed mogelijk trainen, mezelf laten zien. Soms is het moeilijk om er alles aan te blijven doen. Maar de mensen om me heen helpen me om door te blijven gaan.’
De aandacht die oplaaide toen hij werd aangemerkt als toptalent, is geluwd. ‘Toen wilde iedereen weten hoe het met me ging; ik kreeg veel berichten via Instagram, ook van zaakwaarnemers, en steeds meer volgers. Buitenlandse clubs toonden interesse. Krijg je blessures, dan valt dat allemaal weg.’
Hij doet er alles aan om fit te blijven: koudetherapie in een vriescabine, infraroodstraling, magnesiumbehandelingen. Het is een investering, maar voetbal is nu eenmaal zijn leven. En ook dat van zijn vader, die op Instagram vooral foto’s van zijn voetballende zoon post. De droom van een topcarrière is ‘stiekem’ nog levend. ‘Maar ik leef wel meer in het heden.’
Jegens Hartman voelt hij totaal geen jaloezie. ‘Goede gozer. Hij verdient alles wat hij krijgt. Soms denk ik wel: wat als ik toen niet geblesseerd was geraakt?’
De uitverkiezing in The Guardian heeft hem niet met te veel druk opgezadeld, vindt hij. ‘Het gaf me een goed gevoel. Jij was niet de enige die positief was toen, hoor. Ik weet nog dat Slot op de open dag in een volle Kuip zei: ‘Zonde dat een getalenteerde jongen als Mike Kleijn nu geblesseerd is geraakt.’ Dat koester ik. Ik heb nog steeds hoop.’
Hoop heeft ook de 28-jarige Timothy Fosu-Mensah nog steeds, vertelt hij aan de telefoon. In de jeugd van Manchester United, dat hem op zijn 16de overnam van Ajax, werd hij gezien als de nieuwe Paul Pogba.
Hij kwam door mijn toedoen in 2015 in de talentenlijst van The Guardian, en was ook uitstekend op weg om een topspeler te worden. De middenvelder debuteerde bij Manchester United onder Louis van Gaal als rechtsback, speelde drie interlands, en kwam daarna nog uit voor Fulham, Crystal Palace en Bayer Leverkusen.
Nu traint hij fanatiek voor zichzelf en bij voetbalscholen, om klaar te zijn voor ‘de volgende stap’. Zijn contract bij Leverkusen liep afgelopen zomer af.
Fosu-Mensah verwijt niemand dat hij nu clubloos is. ‘Ik heb bij alle clubs warme mensen meegemaakt. Vorig seizoen, onder Xabi Alonso, speelde ik niet; ook omdat ik in mijn laatste contractjaar zat, denk ik. Maar ik heb nog steeds veel van hem geleerd.’
De dag voordat ik Fosu-Mensah sprak, belde Granit Xhaka hem nog om te vragen hoe het met hem ging. Xhaka was bij Leverkusen aanvoerder. ‘Dat is mooi, dat zegt iets over de verstandhouding, over de wederzijdse waardering. Dat is winst.’
Ook bij Fosu-Mensah waren zware blessures een spelbreker. ‘Het programma is heel druk, veel sporters lopen een kruisbandblessure op.’ Zoals Florian Wirtz, een andere oud-ploeggenoot bij Leverkusen. ‘Gelukkig is hij erbovenop gekomen en speelt hij nu bij Liverpool. Prachtig. God heeft voor iedereen een ander pad.’
Hij moet nu zelf proberen routines te handhaven. ‘Niemand die zegt dat ik vroeg moet opstaan om te gaan trainen, maar dat blijf ik toch doen. Dat is een overwinning op mezelf.’
Dat hij werd gehypet, ziet hij niet als iets nadeligs. ‘Sommige jongens stijgt het naar het hoofd, maar ik kom uit een nederig gezin. Het voelde als een schouderklopje. Jonge jongens moeten luisteren naar oudere jongens zoals ik. Je kunt blessures krijgen, verkeerde mensen willen iets van je. Het gaat erom dat je altijd weer opstaat.’
Zijn carrière is zeker niet mislukt, en die van zijn vriend Javaîro Dilrosun – die ik in hetzelfde jaar tipte als toptalent, en die nu in Mexico speelt – ook niet. ‘Ik heb drie interlands gespeeld, hij een interland. Ik heb kwaliteit getoond, prijzen gewonnen. Dat lukt je niet omdat je er goed uitziet, of omdat ooit iemand heeft geschreven dat je talent hebt. Dat is het gevolg van keihard werken.’
Hij ziet zichzelf nog vele jaren voetballen op een goed niveau. ‘Ik heb getoond kwaliteit te hebben, dat heb jij toen kennelijk ook opgemerkt. Dat ben ik niet ineens kwijt of zo.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant