Home

Eerste Kamer is met negentien fracties niet eerder zó versplinterd geweest

Niet eerder zaten zoveel verschillende fracties in de Eerste Kamer. Door meerdere afsplitsingen zitten nu negentien partijen in de 75 zetels tellende Senaat. Daardoor is de puzzel die partijen moeten leggen om meerderheden te vinden, nog ingewikkelder geworden.

Bij het installeren van de Eerste Kamer in 2023 telde deze vijftien verschillende partijen. Dat waren er al relatief veel.

Doordat meerdere senatoren besloten op eigen houtje verder te gaan, zijn dat er sinds afgelopen dinsdag negentien. Een recordaantal.

Momenteel zijn GL-PvdA (veertien zetels) en BBB (dertien) zetels de grootste partijen in de Senaat. Onder aan dat rijtje met zetelaantallen staan maar liefst zes zogenoemde 'eenpitters'. 50PLUS, OPNL, Fractie-Walenkamp, Fractie-Van de Sanden, Fractie-Beukering en Fractie-Visseren-Hamakers hebben allemaal maar één zetel.

De laatste vier partijen uit dat rijtje zijn senatoren die zich sinds 2023 hebben afgesplitst en alleen verder zijn gegaan. Zo is de Fractie-Walenkamp een afsplitsing van de BBB, zat de senator van Fractie-Van de Sanden eerder in de VVD en is de kersverse Fractie-Beukering een soort afsplitsing van JA21.

Senator Toine Beukering, die sinds afgelopen dinsdag in de Eerste Kamer zit, was eerder namelijk lid van JA21 en de aangewezen opvolger van JA21-prominent Annabel Nanninga, die vanwege de goede verkiezingsuitslag van haar partij naar de Tweede Kamer vertrok. Maar Beukering is geen lid meer van JA21. Hij nam daarom onder zijn eigen naam plaats op de Senaatszetel.

De Partij voor de Dieren had tot voor kort drie senatoren, maar is onlangs door ruzie uiteengevallen. Toen Niko Koffeman uit onvrede over de koers van PvdD zijn lidmaatschap opzegde, wilde Visseren-Hamakers niet meer met hem samenwerken. De derde senator sloot zich vervolgens bij Koffeman aan.

Daardoor is een gekke situatie ontstaan: want hoewel het partijbestuur achter Visseren-Hamakers staat, wordt zij op basis van de regels als de afsplitser gezien. De twee mannen mogen dus de naam PvdD nog uitdragen.

Emeritus hoogleraar staatrecht Paul Bovend'Eert noemt de situatie in de Eerste Kamer onwerkbaar. "Voor het aannemen van wetten heb je nou eenmaal een meerderheid in de Eerste Kamer nodig." En om die nu te krijgen, moet er met héél veel fracties gepraat worden.

Bovend'Eert benadrukt wel dat soortgelijke afsplitsingen al langer voorkomen. Dat probleem is dan ook niet opgelost door de eerstvolgende Provinciale Statenverkiezingen en de nieuwe Eerste Kamer die daaruit volgt.

Daarom moet het gesprek in Den Haag volgens Bovend'Eert gaan over hoe het parlement weer werkbaar kan worden gemaakt. Dat kan volgens hem door de Eerste Kamer op te heffen en te volstaan met een Tweede Kamer, zoals in Scandinavische landen. Een andere optie is de taak van de Eerste Kamer te beperken tot alleen oordelen over een wet. In dat geval zou de Tweede Kamer weer het laatste woord krijgen.

Volgens hoogleraar politicologie Tom van der Meer van de Universiteit van Amsterdam zijn de afsplitsingen zelf niet zozeer een probleem, maar het vinden van meerderheden in de Eerste Kamer in het algemeen wél.

Die meerderheden worden nog steeds vooral gezocht bij de grotere partijen, zegt Van der Meer. Alleen komt de verhouding in de Eerste Kamer nog maar weinig overeen met die in de Tweede Kamer. Neem de BBB: de partij is een van de grootste in de Eerste Kamer, maar heeft nu in de Tweede Kamer nog maar vier zetels.

De impact van de afsplitsers an sich zal beperkt blijven, denkt emeritus hoogleraar parlementaire geschiedenis Bert van den Braak. Veel afsplitsers stemmen niet wezenlijk anders dan hun oud-partijgenoten.

De situatie biedt ook kansen. Als BBB bijvoorbeeld niet achter een plan staat, kan er alsnog steun worden gezocht bij de andere kleine partijen. "Het kan in theorie dan juist makkelijker worden om deals te sluiten", zegt Van den Braak.

De Eerste Kamer moet ook worden meegenomen in het formatieproces, benadrukte verkenner Wouter Koolmees eerder deze maand. Zijn advies: denk alvast na over het "verzekeren van een breder draagvlak". Niet alleen in de Tweede Kamer, maar óók in de Senaat.

D66 en CDA, de partijen die nu werken aan een startdocument, zijn gezamenlijk goed voor maar 26 zetels in de Eerste Kamer. D66-leider Rob Jetten zei eerder deze maand al dat meer dan vier partijen nodig zijn om "grote begrotingen en heel spannende wetsvoorstellen aan een meerderheid te helpen" en houdt de Eerste Kamer daarbij ook "in het achterhoofd".

De vorige kabinetten konden nog redelijk uit de voeten zonder een meerderheid in de Eerste Kamer. Maar tegelijkertijd lag in de Senaat relatief weinig zware en politiek gevoelige wetgeving. Dat kwam mede door de meerdere gevallen kabinetten.

Dat gaat de komende jaren anders zijn. Denk aan de extra investeringen die voor Defensie moeten worden gedaan en de bezuinigingen die daarmee samenhangen. Daarvoor zal het door Koolmees geadviseerde brede draagvlak van groot politiek belang zijn.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next