In haar debuut claimt Anne Mieke Backer het personage en ‘seksbom’ Anne terug uit James Salters beroemde roman Spel en tijdverdrijf. Ik was dat meisje, zegt ze, ik was ook iemand! Maar heeft Anne daar ook baat bij?
is redacteur van Zondag en televisierecensent van de Volkskrant.
Word je als slet geboren of tot slet gemaakt?
Anne, het hoofdpersonage uit Ik was dat meisje van Anne Mieke Backer (1950), komt er niet helemaal uit. We spreken jaren zestig, een ingedut Frans provinciestadje, en het tienermeisje ontdekt dat ze met haar weelderige lichaam nogal wat teweeg kan brengen bij de mannen.
Fascinerend vindt ze het, hoe ze leraren sprakeloos krijgt door haar truitje een beetje strak te trekken, ze is in haar nopjes met ‘dat speelgoed dat zomaar gratis was gegroeid’ – tot de populaire meisjes beginnen te fluisteren.
Hoer, het woord blijft aan Anne kleven, en dus besluit ze het maar te omarmen. Geen De Beauvoir voor haar, ze verkiest Bardot en ambieert het om zo schaamteloos te zijn als zij. ‘Ik begon juist te geloven dat het in gebruik nemen van mijn vrouwelijke gereedschap het enige was wat mij restte om te ontsnappen’, en als haar wegen zich kruisen met die van een oudere, Amerikaanse man, uit de upper class en behept met het idee dat een liaison met zo’n ‘bloemknop die op uitbarsten staat’ nu eenmaal hoort bij een Europees avontuur, laat wat er volgt zich wel raden.
Het is een spel voor hem, tijdverdrijf, daar komt het meisje als volwassene op een pijnlijke manier achter. Het échte Frankrijk ontdekken, dat probeert hij via haar – zo’n grietje dat onder haar oksels naar uitjes ruikt en een goedkoop roze vest draagt, verre van chic, maar wát authentiek.
Ze was slechts een vehikel, niet meer dan een karikaturaal personage in zijn anekdoten, beseft Anne later, als ze de erotische roman leest die haar Amerikaan over hun tijd samen heeft geschreven. Ik was dat meisje is daarop haar weerwoord; beeldend kunstenaar Anne Mieke Backer reageert met dit debuut op James Salter (1925-2015), die in het alom gewaardeerde A Sport and a Pastime (1967, in het Nederlands vertaald als Spel en tijdverdrijf) zijn verhouding met een Frans plattelandsmeisje beschrijft, gebaseerd op zijn eigen ervaringen.
Nu is het de beurt aan Anne, vindt Backer, hoog tijd dat het object subject wordt. Inmiddels volwassen ziet zij zichzelf in drieën uiteenvallen: ‘degene die ik nu ben, de jonge vrouw zoals ik mijzelf herinner en het meisje in het boek’, en in die hoedanigheden blikt ze terug op dat wat voor haar in het beste geval liefde was, en anders op z’n minst een ontsnappingspoging uit het Annie Ernaux-achtige milieu dat haar veroordeelt tot een huwelijk met een boerenpummel.
In zijn Delage, een cabriolet met chromen velgen, touren ze door een Frankrijk dat aanvoelt als een Paturain-reclame: er pruttelt altijd wel ergens een pot-au-feu, etalages in boekhandels zijn gevuld met boeken van Sartre en Camus.
De Amerikaan is verrukt als hij een Bretonse streep aantrekt – ‘très français’, roept hij uit, ook al kent zij geen landgenoot die daadwerkelijk zo’n trui draagt.
Dat de Amerikaan zijn Frankrijk zo Frans mogelijk wil, daar kon ik nog wel bij, maar Backer heeft er ook een handje van: soms lijkt ze de clichés te omarmen, dan weer neemt ze ze op de hak, vooral als ze de roman van Salter tot een pastiche maakt. Seksscènes zijn bij vlagen als die in de beeldromans waar Anne zo van houdt, banaal: zijn sperma smaakt naar champignonsoep, zijn pik wordt beschreven als een slagboom die omhoogfloept wanneer ze zijn gulp openritst.
Haar zoektocht naar het vrouwelijke genot is nadrukkelijk feministisch, vastbesloten bladert Anne door bibliotheekboeken om te leren hoe dat nu precies werkt, klaarkomen als vrouw – het voelt wat geforceerd, te nadrukkelijk een tegenreactie op Salter, die zijn Amerikaan een beperktere seksuele voorlichting gaf.
Ik pakte Spel en tijdverdrijf erbij, het boek dat beantwoord moest. Backer heeft haar brontekst nauwgezet gevolgd, geen detail is over het hoofd gezien; waar Salter zijn Amerikaan geïntrigeerd laat zijn als ze zichzelf Jeanne d’Arc noemt en hem haar beul, beschrijft Backer juist hoe het meisje zich geneert voor deze dirty talk. Verrijkend om de twee na elkaar te lezen, en toch bestaat Backers boek op zichzelf, net als het ‘repliek-genre’ dat inmiddels doet. Zo’n personage dat haar verhaal terugclaimt is niet nieuw meer, maar wat Anne onderscheidt, is dat ze niet volledig uit is op een afrekening. Het feit dat ze vanuit die drie tijdslagen terugblikt, draagt daaraan bij: als naïef meisje zie je haar in het moment opgaan, als volwassen vrouw zie je haar met mededogen naar haar vroegere zelf kijken, de bittere nasmaak wegslikkend, om toch te concluderen dat ze óók een mooie tijd met hem heeft beleefd.
Want sprake van liefde, dat was er. Dat zie je ook bij Salter: ja, het meisje wordt geobjectiveerd, maar ook lees ik over een autonoom iemand, die ‘een eigen leven heeft’, ‘onverschillig doet’ en liefdevol en innemend is, hem fantasieverhalen vertelt die niet onderdoen voor de Odyssee.
Gelukkig maar, die ambivalentie maakt Anne veel meer dan slechts ‘dat meisje’, het lot waartoe het boek van Backer haar af en toe wél lijkt te veroordelen. Ja, de schrijver was gebonden aan het universum van Salter en daarmee aan het tijdsgewricht waarin een losbandige vrouw op veel meer kritiek kon rekenen dan nu, maar ergens wringt het dat dit personage zo leunt op dat archetype, dat we eigenlijk al weten hoe het meisje eindigt: als topless serveerster in een louche bar in New York, waar ze haar Amerikaan hoopte te vinden. Ze heeft haar lot, een ‘mannenfantasie’ zijn, geaccepteerd.
We lezen over aanrandingen, over een ‘vruchtje zonder bestaansrecht’ dat eindigt als bloederig hoopje in de toiletpot, we zien hoe haar moeder haar de deur wijst. Annes toon is gedistantieerd, uit zelfbescherming misschien, maar het bemoeilijkt meeleven. Terwijl dat nu juist is waar Anne baat bij zou hebben gehad – iemand die haar uit het cliché trekt.
Anne Mieke Backer: Ik was dat meisje. Ambo Anthos; 245 pagina’s; € 23,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant