Pleisters kunnen helpen om bloed te stelpen en vuil uit de buurt te houden, maar ze kunnen ook de genezing hinderen. Wanneer is het verstandig ze te gebruiken en wanneer niet?
is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen
Een kleuter met een geschaafde knie, een kras van een speelse kat of een wond door een flinke smak op straat: een ongeluk zit in een klein hoekje. Ontsmetten en een pleister erop dan maar, want dan gaat het sneller over en blijft vuil uit de wond, is het idee. Helpt een pleister bij wondgenezing?
Veel wonden bloeden of lekken vocht. Dat is nuttig, want daarmee spoelt ook vuil mee naar buiten. Bloed stolt buiten je aderen al vrij snel om te voorkomen dat je leegbloedt. Ontstekingscellen spoeden zich vervolgens naar de plek des onheils om dode cellen en ziekteverwekkers op te ruimen en geven het signaal ‘dit gat moet dicht’. Dan ontstaat een korstje. Ondertussen ontstaat dieper in de huid een soort raster waarin nieuwe cellen groeien. Zij duwen zich omhoog, waarna het gat zich vanaf de randen definitief sluit. Dat moet binnen twee tot drie weken gepiept zijn. Het korstje valt eraf, waarna het nog tot wel twee jaar kan duren tot je er niets meer van ziet, afhankelijk van hoe diep de wond was.
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
‘Een bloedende wond moet je eerst stelpen’, vertelt Jorn Langereis, wondconsulent in het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk. Dat kun je met een pleister doen, of met een gaaskompres, omdat die vocht opnemen.’ Vervolgens kun je er betadinezalf of een vetgaasje op doen en daaroverheen een pleister. Het voordeel daarvan, boven alleen een pleister: het plakt minder, waardoor je ook minder kans hebt het nieuw gevormde korstje mee te trekken als je hem er weer afhaalt – en de wond zich opnieuw moet gaan sluiten. Vooral voor ouderen en anderen met een dunnere huid is het belangrijk dat vastplakken te voorkomen.
Nog een nadeel van een pleister, zeker als die langer blijft zitten: die isoleert en geeft het opgenomen vocht terug aan de wond. De wondranden kunnen daardoor week worden en dat zit genezing in de weg. ‘Een gewone wond of schaafwond kun je gewoon aan de lucht laten drogen’, zegt Langereis.
‘Een gewone huis-tuin-en-keukenwond heeft geen pleister nodig’, zegt ook Jan Sinnige, arts-microbioloog in hetzelfde Rode Kruis Ziekenhuis. Er is namelijk een kans dat je met een pleister juist de aanwezige bacteriën ‘inmetselt’: door de pleister kunnen ze er niet uit. Dat is niet altijd erg, want niet alle bacteriën veroorzaken een infectie. ‘Maar met een pleister erop kun je een wond minder goed schoonhouden.’
Sommige bacteriën wil je niet in je wond hebben. Dat zijn bijvoorbeeld Staphylococcus aureus, Pseudomonas aeruginosa en groep A-streptokokken – ook wel bekend als de vleesetende bacterie. Die kunnen namelijk wel een infectie veroorzaken als ze met een heleboel zijn. Daar kun je wondroos van krijgen: een pijnlijke, warme en rode huid. ‘Maar dat voorkom je niet met een pleister’, zegt Sinnige. Bij gewone dagelijkse verwondingen komen dit soort infecties niet veel voor. In het ziekenhuis, bij grotere, ernstiger wonden, iets vaker.
En een gewoon wondje ontsmetten met alcoholdoekjes of chloorhexidine (Sterilon)? Ook niet nodig, volgens Sinnige. Dit soort desinfectiemiddelen doden namelijk niet alleen de aanwezige bacteriën, maar beschadigen ook je eigen herstellende huidcellen. Enorm veel kwaad kan het ook weer niet. Afspoelen met lauw water, tot de wond er schoon uitziet, is voldoende.
Maar, benadrukt wondconsulent Langereis, het maakt wel uit of je nog andere ziekten hebt. Bij mensen met een minder goede doorbloeding, zoals bij diabetes, genezen wonden minder goed. Bovendien voelen zij vanwege afgestorven zenuwen de pijn van een wondje soms niet, vooral als dat op de voeten zit. Ze lopen ermee door, waardoor ze een hoger risico hebben op infectie. ‘Pijn is een nuttig signaal’, zegt Langereis, ‘zodat je weet dat je een wondje hebt.’ Voor deze mensen is betadine goed om infectie te voorkomen.
Er zijn wel degelijk een paar gevallen waarin een pleister nuttig kan zijn, vinden beide deskundigen. Bij kinderen bijvoorbeeld, want wie wil er nou niet een vrolijk gekleurd plaatje op een knie? Sinnige: ‘Dat is eigenlijk een placebo-effect: je geeft een kind aandacht en misschien een kusje erop. Alleen dat al kan helpen dat het minder last heeft van die schaafwond.’
Ook voor sommige beroepen is het wel zo fris om een pleister op een wond aan je handen te doen, zoals voor mensen die in een keuken werken of op andere manieren in aanraking komen met voedsel. ‘Maar dat is meer om de omgeving tegen de bacteriën uit jouw wond te beschermen dan andersom’, zegt Sinnige.
Wondjes op je handen kunnen sowieso vrij irritant zijn: veters strikken of schrijven met een pen wordt soms knap vervelend door een papercut op je vingers. En een schaafwond op je knie kan naar schuren onder een spijkerbroek. In zulke gevallen kan een pleister ervoor zorgen dat je wondje niet de hele tijd ergens tegenaan schuurt en je hem steeds weer openhaalt.
Laat dus ook vooral het korstje lekker zitten. Als je het eraf krabt, moet de huid namelijk opnieuw herstellen. Doe je dat een paar keer achter elkaar bij hetzelfde korstje, dan kan een litteken ontstaan, omdat huidcellen er na een paar keer wel de brui aan geven om wéér nieuwe cellen te maken. In plaats daarvan vullen ze het gat met bindweefsel dat niet meer dezelfde functie als huidcellen heeft.
Aan gewone wondjes houd je doorgaans geen littekens over. En je hoeft er meestal niets voor te doen. Langereis: ‘Een wond wil zich van nature sluiten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant