De schrijfvaardigheid van scholieren in Nederland staat er slecht voor: 17 procent haalt het basisniveau niet. Volkskrant-lezers reageren.
Het gejammer over slechte resultaten in ons onderwijs houdt maar niet op. Begrijpelijk, want het gaat ook niet goed genoeg. Nu weer over teksten schrijven in het voortgezet onderwijs. De resultaten in het basisonderwijs blijven ook achter.
Het ligt natuurlijk niet aan onze leerlingen. Het ligt voor een belangrijk deel aan tekortschietend taalonderwijs. Taallessen die als losse flodders door de week heen kinderen onvoldoende ondersteunen bij hun taal- en denkontwikkeling. Wetenschappers en onderwijsontwikkelaars geven al langer aan welke verbeteringen mogelijk zijn, zodat alle leerlingen goede schrijvers en gemotiveerde lezers kunnen worden. Verbind taalonderwijs aan interessante en relevante thema’s. Taalontwikkeling en conceptuele ontwikkeling zouden hand in hand moeten gaan, en verbind het schrijven van teksten aan lezen en mondelinge taalvaardigheid.
Op IKC De Zwanebloem wordt zo gewerkt. In alle klassen, vanaf de kleutergroepen worden teksten geschreven. Leerlingen leren van jongs af aan dat je bij alle activiteiten in de klas spreker, lezer én schrijver kunt zijn en dat deze rollen elkaar versterken.
Dat start bij de keuze voor goede thema’s met verbinding met de buitenwereld. Ervaringen worden besproken en vormen opstapjes voor het schrijven van teksten. Over deze thema’s worden boeken en teksten gelezen en leest de leerkracht goede boeken en verhalen voor. Zo leren de leerlingen over de inhoud en over verschillende genres met hun taal- en tekstkenmerken.
Mijn leerlingen schrijven nu bijvoorbeeld verhalen over de 17de eeuw, waarbij ze in de rol kruipen van tot slaaf gemaakte, plantagehouder, ontdekkingsreiziger of koopman.
De kinderen kunnen pas in deze rol kruipen als er de juiste boeken en teksten zijn voorgelezen, de juiste achtergrondinformatie is aangeboden en de juiste gesprekken hebben plaatsgevonden. Juist in een verhaal met zo’n zwaar thema zie je het belang van context die kinderen geboden krijgen om de ethiek in de verhalen te kunnen vangen. En hoe vertalen we deze lessen naar het nu? Ook daar kan je weer een advies over schrijven met een stukje bewustwording. Als je binnen een betekenisvolle context eenmaal begint met schrijven, zie je dat je schrijven overal aan kunt verbinden.
Onze aanpak is dus verbindend en holistisch, met veel aandacht voor interactie en instructie. De leerkracht maakt het verschil. Maar het allerbelangrijkste is tijd om kwaliteit te leveren door veel samen te lezen en te schrijven, daarover in gesprek te gaan, gericht te evalueren en te reviseren. Rust in het rooster en de vakken overstijgen.
Tamara Noordermeer, Zin in Lezen-trainer en leerkracht op IKC De Zwanebloem, Zwaanshoek
Bij het lezen van het artikel ‘Inspectie bezorgd over lage schrijfvaardigheid onder scholieren’, rolde ik achterover van verbazing, vooral bij de woorden van de directeur Kennis bij de Onderwijsinspectie, Matthijs van den Berg. Schrijven is volgens hem meer dan spelling en grammatica: ‘Het is een manier om je gedachten onder woorden te brengen, een boodschap over te brengen, je mening te onderbouwen. Dat heb je overal nodig, de hele dag door.’
Mijn spontane reactie, die ik nu onder woorden probeer te brengen (en dat valt heus niet mee, al ben ik zelf onderwijzeres geweest en heb ik ook nog Nederlands gegeven), is: over wie heeft die Van den Berg het en heeft hij wel in de gaten dat het hier over schrijven gaat en niet over spreken?
Ook met alledaagse taken als sollicitatiebrieven heeft men grote moeite. Voor wie is het schrijven van een sollicitatiebrief een ‘alledaagse taak’?
Jarenlang was het vooral het tekortschieten op het gebied van spelling en grammatica dat aandacht kreeg. Ik denk dat het belang daarvan nog steeds niet te onderschatten is. Als je daar onzeker over bent, neem je zeker de pen niet ter hand (sorry, ik ben bijna 80), maar gelukkig kun je tegenwoordig via een app (bijna 80, ik ben bij de app blijven steken) je toch wel aardig redden als het gaat om een gedachte onder woorden te brengen of een boodschap over te brengen.
Anneke Klein, Bergen
Terwijl ik op de achtergrond wat klassieke muziek heb aanstaan, lees ik het artikel met betrekking tot de lage schrijfvaardigheid van middelbare scholieren. Ineens realiseer ik mij dat tussen beide onderwerpen veel overeenkomsten zitten.
‘Leerlingen schrijven buiten school vooral korte berichten op sociale media’, zo blijkt uit het uitgevoerde onderzoek. Voor de muziek geldt dit al veel langer. We horen tegenwoordig alleen nog nummers van hooguit drie à vier minuten (tenzij het een eentonig gedreun is, dan kan het oneindig duren).
Hoe anders dan in de tijd van Mozart, Verdi, Strauss, et cetera. Muziek die meer dan honderd jaar later nog wél steeds beluisterd wordt.
Hans de Bijl, Eibergen
Het persbericht dat meldt dat jongeren zich slecht kunnen uitdrukken in geschreven taal staat niet op zichzelf. Eerder deze week las ik in een artikel over het werk van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Benieuwd naar wat deze ILT is, heb ik de site opgezocht. Dat was schrikken.
Het taalgebruik waarmee het werk van deze inspectie wordt beschreven is weinig toegankelijk. Kijk, ik denk het wel te snappen, hoewel minder wollige en meer ter zake doende tekst wel op zijn plaats zou zijn. Maar zij die minder gevoel voor de Nederlandse taal hebben, zullen hier moeilijkheden ondervinden. Het is ‘ministerietaal’ en in mijn ogen helemaal onbegrijpelijk voor vele jongeren (en ouderen).
Ook bij de overheid is uitdrukkingsvaardigheid kennelijk nog geen vanzelfsprekendheid. Kortom, er is nog veel werk te verrichten.
Vic Wendel, Roosendaal
Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie blijkt de lage schrijfvaardigheid van middelbare scholieren. Als babyboomer prijs ik mij gelukkig met het onderwijs dat we in die tijd genoten hebben. Regelmatig ondersteun ik mijn kleinkinderen met de Nederlandse taal, zowel in het basis- als middelbaar onderwijs, en ik verbaas mij er over wat zij moeten leren.
Zo bestaan er bijna dertig (!) spellingscategorieën woorden, zoals ‘hakwoord’ ‘plankwoord’, ‘klankgroepenwoord’, et cetera. En dat dan naast de ‘gewone’ woordsoorten als ‘vragend-’, ‘aanwijzend-’ of ‘onbepaald voornaamwoord’, en ‘nevenschikkend-’ of ‘onderschikkend voegwoord’. Ook een alinea heeft tegenwoordig een onderverdeling in ‘tweedeling’ of ‘driedeling’.
Wat voegt dit allemaal toe? Vind je het vreemd dat ze Nederlands geen leuk vak vinden? Leer de leerlingen eerst basisvaardigheden, zoals wanneer je d’s en t’s moet schrijven in plaats van al deze ballast. En laat ze een tekst lezen zonder over allerlei randzaken te moeten nadenken.
Verder moeten leerlingen op de computer verslagen schrijven met inleiding, inhoudsopgave, hoofdstukken, en bronvermelding. Dat wordt allemaal van internet gekopieerd en een beetje aangepast in hun eigen woorden. Waar is de tijd gebleven dat ze een handgeschreven opstel moesten schrijven? Daarmee leer je tenminste een helder verhaal te vertellen in je eigen woorden.
Ans van der Geest, Beverwijk
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant