Home

‘Paul Biegel blijft een meester van de taal’

Gideon Samson Kinderboekenschrijver Gideon Samson (40) las De kleine kapitein (1970) van Paul Biegel opnieuw, het boek waardoor hij als kind „boeken ontdekte”. Herlezing riep gemengde gevoelens op.

„Ik moet een jaar of zeven zijn geweest toen ik ziek op de bank lag en De kleine kapitein van Paul Biegel las. Dat was voor mij een keerpunt; mijn ontdekking van boeken. Ik dacht: dit is dus lezen. Die week heb ik meteen de andere delen van de serie gelezen.   

„In het boek gaat de kleine kapitein met zijn schip, De Nooitlek, naar het ‘eiland van Groot en Groei’. Hij wordt vergezeld door drie andere kinderen: Marinka, Dikke Druif en Bange Toontje. Op hun weg naar het eiland maken ze allerlei avonturen mee.

„Ik herinnerde me De kleine kapitein vooral als een spannend boek. Er wordt een wereld geschetst waarin je graag wil verblijven. Ik had, zoals veel kinderen, een sterke fantasie en zag mezelf al als kleine kapitein op dat schip varen. In de wereld buiten het boek leefde die wereld voor mij voort.

„Ditmaal, 33 jaar later, las ik het voor aan mijn eigen kinderen van 4 en 6 jaar oud. Ik had hoge verwachtingen van het boek, omdat het in mijn jeugd zo’n kantelpunt was geweest. Maar de herlezing was eigenlijk vrij teleurstellend.

„De kleine kapitein voelde dit keer als een vlak personage: een jongetje dat koste wat kost op avontuur wil. Ik vond hem zelfs wat egoïstisch. Hij bepaalt voortdurend de koers, terwijl de rest hem gedwee volgt. Bovendien toont hij nauwelijks emotie; nu kwam hij op mij over als een clichématig figuur.

„Bange Toontje, ook aanwezig op het schip, wordt de hele tijd veroordeeld voor zijn angstigheid. Hij is de hele tijd bang en ik vond het jammer dat de andere personages in het boek daar zo weinig aandacht aan besteden. Tijdens het voorlezen aan mijn kinderen was dat wel een goed begin van een gesprek. We konden het samen hebben over wanneer je bang kan zijn en ook mag zijn. Ik was zelf een bang kind, dus ik zou het jammer vinden als mijn kinderen denken dat ze dat niet mogen zijn.

„Zelf zat ik daar blijkbaar niet echt mee toen ik het boek als kind las. Je moet natuurlijk oppassen dat je je eigen gevoelens niet op kinderen gaat projecteren. Als kind slurp je dat verhaal gewoon op. De teleurstelling die ik nu had over de personages, werd tegelijkertijd verzacht door mijn kinderen, want die genoten ontzettend van het verhaal.

„Wat geweldig blijft, is de taal. Die is opvallend rijk en ritmisch. Biegel verzint woorden die heerlijk klinken – zoals wanneer de Norse Heerser uitroept: ‘wel pot-spot-hot!’ En hij gebruikt poëtische vondsten als ‘wiebelende-wip-meisjes’. Dat maakt De kleine kapitein lekker om voor te lezen.

„Tegelijkertijd schuwt Biegel moeilijke woorden niet. De Norse Heerser zegt op een gegeven moment dat zijn ‘gezag is vertrapt’, een uitdrukking die mijn kinderen niet begrijpen, maar dat is helemaal niet erg. Als kinderboekenschrijver, en als ouder, moet je niet altijd door je knieën gaan voor kinderen.”

In de rubriek ‘Teruglezen’ vertellen boekenliefhebbers over een werk dat in het verleden veel indruk op hen heeft gemaakt.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next