Europa wil voor zijn defensie minder afhankelijk worden van de rest van de wereld. En dat is te zien op de jaarlijkse wapenbeurs in Rotterdam. Opmerkelijk veel Europese bedrijven presenteren er hun nieuwste vindingen en producten.
In de grote hal van Ahoy in Rotterdam praten donderdag twee mannen over het forse pantservoertuig dat naast hen op de plavuizen staat. Het grijze ding heeft een geschutskoepel met een loop, rijdt op acht stevige wielen en lijkt het soort legervoertuig dat je al decennia aan het front kunt tegenkomen. Alleen: het heeft nergens een deurtje of luikje waar de bestuurders naar binnen kunnen.
‘Waarom zou je mensen de oorlog in sturen als je ook machines kunt sturen’, zegt een van de mannen, een Nederlandse ingenieur die bij het Estse bedrijf Milrem Robotics werkt, de bouwer van het voertuig.
‘Dat is waar’, zegt een ander, een Nederlandse oud-militair die nu bij het ministerie van Defensie werkt. ‘Maar de drempel om überhaupt iets ergens naartoe te sturen gaat wel omlaag.’
‘Als je tegenstander dat doet dan heb je geen keus’, zegt de ingenieur.
‘De wereld zou beter af zijn als niemand het deed’, zegt de defensieambtenaar.
‘Die wereld bestaat niet meer’, zegt de ingenieur.
Havoc, heet het voertuig in kwestie - een woord dat iets als chaotische verwoesting betekent. Het is een van de vele producten die donderdag in tientallen stands worden aangeboden en aangeprezen tijdens de jaarlijkse grote wapenbeurs van de NIDV, de Nederlandse vereniging van defensiebedrijven. Hier vinden zij en hun klanten elkaar – overal zie je de uniformen van de koninklijke landmacht, luchtmacht en marine. Hier wordt de nieuwe oorlog verkocht.
‘De belangstelling is groot’, zegt Marcel Verdonk, de hoogste commerciële man bij het Nederlandse Robin Radar, dat met een omvangrijke stand present is. Ook staatssecretaris Gijs Tuinman staat er even te praten. ‘Europa is nu echt wakker geworden’, zegt Verdonk.
Zijn bedrijf, vijftien jaar geleden begonnen met een bij onderzoeksinstelling TNO bedachte radar om vogels bij Schiphol te detecteren, heeft die technologie verder ontwikkeld om drones te signaleren – en die van vogels te onderscheiden. De radars worden al ingezet in Oekraïne, stonden bij de Olympische stadions in Frankrijk en zullen waarschijnlijk ook bij het WK volgend jaar van pas komen. Maar zeker na de komst van verdachte vliegende voorwerpen boven militaire vliegvelden in Zweden, Duitsland, België en Nederland loopt het nog meer storm, zegt Verdonk. ‘Die dreiging is acuut.’
De dreiging is er, en geld is er tegenwoordig ook, in overvloed. Na jaren van bezuinigingen heeft Nederland zich net als andere Europese landen voorgenomen het militaire budget te verhogen tot 3,5 procent van het nationaal inkomen. Dat komt neer op miljarden extra, elk jaar weer. Omdat Europa dat geld ook meer in Europa wil gaan besteden, kan het hard gaan. Robin Radar heeft inmiddels 220 man in dienst, zegt Verdonk. ‘Veel high tech banen voor Delftse ingenieurs.’
Het Centraal Planbureau plaatste daar deze week kanttekeningen bij. Volgens hun analyse is er sprake van een waterbedeffect: de mensen die een baan vinden in de defensieindustrie zouden anders elders gaan werken.
Oud-militair Julien Den Ouden, de directeur van Milrem Robotics in Nederland, vindt het werkgelegenheidsargument te kort door de bocht. ‘Wij zijn nu met VDL in Born begonnen voor Oekraïne robots te maken die gewonden van het slagveld kunnen evacueren. Daar ben ik best trots op. Limburg is echt een regio waar ze maakindustrie kunnen gebruiken.’
Ook stelt het CPB dat 61 procent van de orders van het ministerie van Defensie in het buitenland terechtkomt, waardoor veel geld weglekt, met name naar de Verenigde Staten.
Dat laatste ziet Verdonk veranderen. ‘We willen onafhankelijk worden van andere landen, ook van de Verenigde Staten. Daardoor zoeken Europese landen het steeds vaker Europees. Van onze Amerikaanse concurrent hebben we daardoor minder last.’
De beurs is daarom Europese dan andere jaren. Lockheed Martin, de fabrikant van de F-35, is nog steeds prominent aanwezig. Maar verder zijn het veel Europese bedrijven die hun inhaalslag laten zien. Het Duitse Rheinmetall met een vitrinekast vol artilleriegranaten, het multinationale Airbus met zijn eerste zwaarbewapende drone, het Noorse Nammo met zijn nieuwste bazooka’s.
De sfeer is als op een huishoud- of vakantiebeursbeurs. Een man in pak zet een semi-automatisch geweer aan zijn schouder, een man in uniform voelt aan de trekhaak van een aanhangwagen met een mortier erop. Tussen de suikerzakjes en de pennen slingert een ammunitiehandboek, met tabbladen voor elk kaliber kogels.
Een ander verschil met voorgaande jaren is dat er geen Israëlische bedrijven aanwezig zijn, al jaren een van de hofleveranciers van het Nederlandse leger. De organisatie meende dat het nogal wat gedoe zou worden om de veiligheid te garanderen, en dat andere bedrijven daar dan last van zouden hebben.
Voor de tientallen demonstranten buiten lijkt dat niet uit te maken. Ze staan trommelend achter een hek, met een overmacht aan politiebusjes daaromheen geparkeerd. Veel Palestijnse vlaggen, veel keffiyehs om de nekken. ‘Van Rotterdam tot Palestina, laat de rijken geen winst maken met de bezetting’, staat er op een spandoek. ‘Sloop de oorlogsmachine, voed de armen!’, gebiedt een ander. Ook zonder Israël is er genoeg om tegen te zijn.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant