Home

Opinie: Tijd om rijkdom te begrenzen, niet onze economische verbeelding

Het geloof dat de economie slechts gehoorzaamt aan onwrikbare kapitalistische wetten, brokkelt steeds meer af. Dat is hoopgevend, want de vraag is hoe lang we het ons nog kunnen veroorloven om het economische systeem níét te veranderen.

Terwijl in Brazilië de VN-klimaattop ten einde loopt en in Kenia landen praten over een mondiale belastingaanpak, lazen we onlangs het volgende: Tesla-aandeelhouders keuren een bonus van duizend miljard dollar voor Elon Musk goed: de rijkste 1 procent stoot opnieuw meer CO₂ uit, ruim twee keer zoveel als de armste helft van de wereldbevolking.

Dichter bij huis: de kloof tussen de Quote 500 en de rest van Nederland wordt wederom groter. Nieuws dat nog amper verontwaardiging heeft opgeroepen. De greep van het neoliberale denken is zo stevig dat we dit fundamentele onrecht al bij voorbaat lijken te accepteren. En zo blijft het debat over de vraag of onze (mondiale) economie mens, dier en planeet nog dient, uit – terwijl het steeds duidelijker wordt dat de huidige welvaartsverdeling de ongelijkheid en klimaatcrisis verergert. Tijd om het economisch bestel te toetsen aan rechtvaardigheid en het algemeen belang.

Over de auteur

Thom van Duuren is schrijver en docent in het middelbaar onderwijs en hbo en schrijft over onderwijs, duurzaamheid en burgerschap.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Illusie

Al decennia verkoopt het neoliberale denken dezelfde illusie: laat de markt haar werk doen, dan stijgt de welvaart voor iedereen. In werkelijkheid profiteert slechts een kleine, rijke minderheid, terwijl de middenklasse en armen achterblijven. Ook het zogenaamde trickle-down-effect, waarbij belastingvoordelen voor multinationals en vermogenden zouden doorsijpelen naar de rest van de bevolking, mist elk empirisch bewijs. Dat alleen extreme financiële prikkels tot innovatie leiden waarvan iedereen profiteert, is eveneens onbewezen.

Tot slot is het meritocratische geloof dat gelijke kansen vanzelf tot rechtvaardigheid leiden, wensdenken. Ongelijke omstandigheden en aangeboren verschillen – factoren buiten iemands invloed – maken korte metten met het idee dat iedereen krijgt wat hij verdient.

Ondertussen schaadt de huidige welvaartskloof aarde, democratie, mens én economie. De rijkste 1 procent stoot 15 procent van alle broeikasgassen uit; de rijkste 10 procent bijna de helft. Hun uitstoot groeit bovendien sneller dan die van de overige 90 procent, terwijl juist zij de middelen hebben om te verduurzamen.

Tegelijk beleggen zij nog altijd fors in vervuilende sectoren en financieren de lobby tegen effectief klimaatbeleid. Mede hierdoor raakt het democratisch proces verder gecorrumpeerd waarbij particuliere donaties en andere gekochte invloeden de politieke besluitvorming – denk aan de Verenigde Staten onder Donald Trump – ondermijnen.

Armoedebestrijding

Intussen stapelen de rijksten hun nauwelijks belaste vermogens op, terwijl het merendeel van de mensheid dringend behoefte heeft aan armoedebestrijding, duurzame ontwikkeling en sterke publieke voorzieningen. Onderzoek bewijst keer op keer dat investeren in zorg, infrastructuur en onderwijs juist de economie versterkt. Toch maakt het huidige fiscale stelsel arbeid duur en bezit goedkoop.

Inmiddels brokkelt het geloof dat de economie slechts gehoorzaamt aan onwrikbare kapitalistische wetten, steeds meer af. Over de hele wereld groeit het besef dat belastingbeleid wél kan worden hervormd. Een VN-plan voor mondiale belastinghervorming wint terrein en kan honderden miljarden vrijmaken voor het globale Zuiden. Tegelijk neemt de druk toe om belastingparadijzen te sluiten en voeren steeds meer landen een zogeheten exit-belasting in voor vermogenden die hun land verlaten.

Hoopgevend is ook het voorstel om grondstoffen en vervuiling zwaarder te belasten, zodat de heffingen op arbeid kunnen dalen. Onderzoek in Nederland laat zien dat zo’n verschuiving niet alleen vervuiling vermindert, maar ook banen schept en de economie versterkt.

Ook de superrijken

De situatie is inmiddels zo absurd dat steeds meer superrijken zoals de steenrijke erfgename Marlene Engelhorn en superinvesteerder en filantroop Warren Buffett openlijk voorstander zijn van forse belastingverhogingen. Ruim driekwart van de 2.300 ondervraagde miljonairs uit G20-landen gaf aan voorstander te zijn van hogere
belastingen op vermogen
. Eerder dit jaar riepen honderden miljonairs en miljardairs tijdens het World Economic Forum in Davos politiek leiders op om meer belasting te heffen. Wereldwijd ontstaan bewegingen onder namen als Proud to Pay More en Patriotic Miljonairs, die zich inzetten voor een structurele belastingverhoging van de rijksten.

Filosofen als Ingrid Robeyns vragen zich af waarom er wel een armoedegrens is, maar geen maximum aan rijkdom. Haar ‘limitarisme’ accepteert verdiende inkomensverschillen door ondernemersrisico en aantal werkuren, maar perkt de ongelijkheid wel in. Want een samenleving die zulke onverdiende verschillen toestaat, ondermijnt haar eigen politieke, ecologische en morele fundament.

De vraag is dus niet of we ons economische systeem kunnen veranderen, maar hoe lang we het ons nog kunnen veroorloven dat níet te doen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next