Home

Ruud Onstein was erbij toen Nederland crickethistorie schreef in 1964: ‘Winnen van de grote Australiërs was sensationeel’

Deze winter strijd Engeland in en tegen Australië om The Ashes, de belangrijkste wedstrijd in de cricketwereld. Deze tweejaarlijkse klassieker tussen de ‘kangoeroes’ en de ‘leeuwen’ heeft een rijke geschiedenis – met een wonderlijke Nederlandse voetnoot.

is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant.

In een Londense steeg met de naam Melbourne Place is de fameuze Engelse humor in steen gebeiteld. Op de gevel van Bush House staan drie beeldjes, stuk voor stuk een meter of vijf van elkaar. Rechts een leeuw, links een kangoeroe en tussenin een beteuterde man met een pet op, in de handen een cricketbal en een wicket, de houten paaltjes die omver moeten worden geworpen. De teleurgestelde cricketer in het midden is evident een Australiër. Wat de grap is? Het tafereel is het best zichtbaar vanuit het belendende Australia House, de hub van de Aussies in de Britse hoofdstad.

Het tafereel is niet geheel conform de werkelijkheid van de laatste decennia. Sinds eind jaren tachtig hebben de Australiërs duidelijk de overhand gehad in The Ashes, zoals de tweejaarlijkse wedstrijden tussen Engeland en Australië worden genoemd. De ene keer reizen de Engelsen naar Australië voor een serie van vijf zogeheten testwedstrijden, twee jaar later doen de Australiërs het omgekeerde. De laatste keer dat de Engelsen in eigen land zo’n serie wonnen was tien jaar geleden, terwijl ze in de winter van 2010-2011 voor het laatst zegevierden op de harde en droge velden van de voormalige strafkolonie.

The Barmy Army

Het Engelse cricketgezelschap is afgelopen week in het westen van Australië gearriveerd, alwaar donderdag in Perth de eerste vijfdaagse ‘test’ tussen de oude rivalen begint. De bezoekers worden ‘the tourists’ genoemd, een benaming die in geen enkele andere sport wordt gebruikt. Ze worden gesteund door Engelse fans, die de geuzennaam The Barmy Army hebben aangenomen, het gestoorde leger. In het begin van de 19de eeuw werden er speciale ansichtkaarten gemaakt, met foto’s van de spelers. Bij de amateurs, afkomstig uit de gegoede klasse, stonden de initialen voor de achternaam, bij de professionele spelers erachter.

Door de jaren heen hebben The Ashes veel belangrijke momenten gekend.

De benaming ‘The Ashes’ komt van een nep overlijdensbericht in The Sporting Times na de eerste thuisoverwinning van Australië tegen Engeland in 1882, waarin werd verklaard dat ‘het Engelse cricket is gestorven en zal worden gecremeerd, en de as naar Australië zal worden gebracht’. De Engelse aanvoerder Ivo Bligh beloofde indertijd ‘die as terug te vinden’. Tijdens de volgende tournee naar Australië werd hem een ​​terracotta urn met de as van de ‘bails’, de twee stokjes op de drie paaltjes uit een wedstrijd, overhandigd. De naam werd hiermee bevestigd en de urn zou de iconische trofee worden.

‘Not cricket!’

Cricket komt over als een nette herensport, maar hoe hard en gemeen het eraan kan toegaan bleek tijdens de tournee van 1932-1933, die de geschiedenis in zou gaan als de Bodyline-tour. Onder leiding van Douglas Jardine besloten de Engelsen de gevaarlijke Australische slagmannen, de legende Don Bradman voorop, het scoren te beletten door de bal niet richting bat en wicket te werpen, maar op het lichaam. Een Australische speler brak zijn schedel. Deze speelwijze – not cricket! – leidde zelfs tot een belangrijk diplomatiek incident tussen Engeland en Australië.

Drie jaar eerder had Bradman maar liefst 334 runs bijeen geslagen tijdens een Ashes-test op Headingley, het cricketstadion van Leeds. Dat record werd in 1939 verbroken door de Engelsman Leo Hutton, die in de Londense Oval 364 runs bereikte tegen the tourists. De grootste persoonlijke Ashes-prestatie werd in 1981 door de Engelse allrounder Ian Botham geleverd, die zijn team uit een volstrekt hopeloze positie de zege bezorgde door uitmuntend te slaan en te werpen. De naam van Botham, tegenwoordig lid van het Britse Hogerhuis, is onlosmakelijk verbonden met deze test op Headingley.

The Ashes was ruim drie decennia geleden ook het decor van de zogeheten ‘Bal van de Eeuw’. Op Old Trafford, het cricketstadion in de schaduw van het gelijknamige voetbalstadion, bestormde de jonge Australische spinbowler Shane Warne het crickettoneel door met zijn eerste worp tijdens een Ashes-test de paaltjes om te werpen van de ervaren Engelse slagman Mike Gatting. En hoe! De bal leek op het rechterpaaltje af te gaan, maar zodra deze de grond raakte, maakte hij een afslag naar links. Dit was de geboorte van de grootste cricketster aller tijden.

Nederland schreef cricketgeschiedenis

Te midden van al deze glorie is er een wonderlijke Nederlandse noot in de Ashes-geschiedenis. Na Engeland in de testserie van 1964 met 0-1 te hebben verslagen, kwamen de Australiërs, op weg naar huis, langs in Den Haag om op De Diepput een eendaagse wedstrijd tegen Oranje te spelen. Gadegeslagen door 3.000 toeschouwers, veel voor Nederlandse begrippen, rondom het veld van de Koninklijke Haagsche Cricket en Voetbal Vereeniging wisten de Nederlandse werpers de Australische slagmannen goed in toom te houden in de eerste innings. Wat volgde was cricketgeschiedenis.

De Nederlandse slagmannen gingen goed van start, maar beleefden vervolgens een inzinking waardoor de Aussies toch leken te gaan winnen. Maar toen betrad Ruud Onstein het veld, die een goed partnerschap ging vormen met Henny Wijkhuizen, zijn clubgenoot bij het Haarlemse Rood en Wit. Onstein trok zijn team over de lijn met ‘drie ferme slagen die maar liefst zestien runs opleverden. Twee ballen verdwenen buiten het stadion. ‘Het was een sensationele middag’, zo kijkt de 86-jarige Onstein meer dan zestig jaar later terug, ‘die in mijn geheugen gegrift staat! Winnen van de grote Australiërs.’

Sindsdien heeft het Nederlandse cricketteam andere grote prestaties verricht, zoals de zege tijdens de World Cup van 2009 tegen Engeland op Lord’s, maar die wedstrijd op de Diepput was de eerste keer dat Nederland internationaal faam verwierf. Onstein, coauteur van een boek over de Nederlandse cricketgeschiedenis, heeft nog een krantenknipsel uit The Daily Telegraph : ‘Het Australische cricketteam verliest van een Nederlands team’, redeneerde de krant in een commentaar onder de kop ‘In rouw’, ‘hetzelfde Australische team versloeg Engeland. Als er ooit een moment was het Engelse cricket te berouwen, dan is het nu.’

Het slaggeweld van Onstein op die augustusdag in de Swinging Sixties doet denken aan het ‘Bazball’ dat de Engelsen tegenwoordig spelen. Onder leiding van de Nieuw-Zeelandse coach Brendon McCullum en de flamboyante, in Nieuw-Zeeland geboren aanvoerder Ben Stokes, heeft Engeland een agressieve en vermakelijke cricketstijl ontwikkeld. Het is gericht op het snel scoren van runs en het nemen van het initiatief. De term, waar McCullum zelf een hekel aan heeft, werd bedacht door een journalist. ‘Baz’ is immers de bijnaam van McCullum.

Het kan heerlijk testcricket opleveren, zoals afgelopen zomer te zien was in een superspannende testserie tegen India, die na veel vuurwerk in 2-2 eindigde. Agressief spel is ook de enige manier om succes te boeken in het vijandige Australië, waar de Engelse tourists spottend worden aangeduid met ‘Poms’ (‘Prisoner of His Majesty’). In een tijdbestek van zes weken zullen de cricketers 25 dagen in de brandende zon staan. Hoogtepunt van oudsher is de vierde test in Melbourne, de stad waar 90.000 toeschouwers zich op Tweede Kerstdag zullen verzamelen voor The Ashes.

Met ’s wereldse beste slagmannen is Engeland deze winter licht favoriet. De ‘Bazballers’ moeten winnen, want bij een gelijkspel, zo is 143 jaar geleden afgesproken, blijft de as in ‘Oz’.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next