Home

Museumdirecteur Jan Rudolph de Lorm stopt bij Singer Laren: ‘Bij Singer kwam ik thuis’

Singer Museum Singer Laren-museumdirecteur Jan Rudolph de Lorm gaat met pensioen. Aan de hand van een aantal kunstwerken kijkt hij terug op zijn successen in het Gooi. „Hoe meer ik groef, hoe meer heilige grond tevoorschijn kwam..”

Jan Rudolph de Lorm in het museum van Singer Laren bij een van de werken van zijn afscheidsexpositie.

Zijn eerste werkweek als directeur van Singer Laren, half februari 2009, staat Jan Rudolph de Lorm (66) nog levendig bij. „Het voelde alsof ik meteen in het diepe werd gegooid”, zegt hij.

Bij zijn aantreden woedde een discussie over De Denker van Auguste Rodin, het topstuk van het Gooise museum dat twee jaar eerder door bronsdieven was gestolen. Toen het beeld terugvonden werd, spraken experts van een ‘total loss’: het rechteronderbeen ontbrak en het schedeldak en de linkerarm lagen er bijna af.

Vanwege de ‘symboolwaarde’ voor Singer wilde het toenmalig bestuur van het museum De Denker toch laten opknappen. Voor de restauratie en een boek plus tentoonstelling over de opknapbeurt was een half miljoen euro bijeengebracht. De museumcommissie van Singer adviseerde anders. De voorzitter, conservator beeldhouwkunst Frits Scholten, jarenlang een directe collega en „maatje” van De Lorm bij zijn vorige werkgever het Rijksmuseum, vreesde dat restauratie van De Denker een ‘decorstuk’ zou maken. Op De Lorms eerste werkdag publiceerde Scholten op de opiniepagina van NRC Handelsblad een artikel. Koop een nieuw afgietsel van De Denker, schreef hij, en stel het beschadigde exemplaar voortaan tentoon als „een krachtig symbool van kunstvandalisme”. Diverse deskundigen deelden Scholtens mening.

Na een nacht nadenken hakte De Lorm de knoop door: het beeld zou toch gerestaureerd worden. „Ik vond de argumenten tegen opknappen wel heel ethisch. Als het gezicht van je kind na een auto-ongeluk in de kreukels ligt, stuur je het toch naar een plastisch chirurg? Misschien eerder een emotioneel dan een kunsthistorisch argument, maar ik ben nu eenmaal een emotioneel mens.”

Auguste Rodin (1840-1917): Le penseur (De denker), 1880, (zandgietsel ca. 1930-1937), brons, 72 cm hoog,

Eng vond hij zijn keuze wel, zegt De Lorm nu. De restauratie, met behulp van het originele gipsen gietmodel en een team van specialisten, slaagde echter wonderwel. Al jaren heeft De Denker weer een prominente vaste plek in het museum; boven de toegangsdeur in de ontvangsthal verwelkomt de peinzende bronzen man de binnenkomende bezoekers. De museumcommissie, die bij zijn voorgangers nog meekeek bij de programmering en aankopen, verdween. De Lorm: „Ik wou gewoon zelf beslissen.”

Levensverzekering

Als student kunstgeschiedenis van 25 begon De Lorm in 1985 bij het Drents Museum, later stapte hij over naar het Haags Gemeentemuseum. Daarna werkte hij bij het Rijksmuseum Amsterdam; tien jaar als conservator zilver, en vervolgens acht jaar als hoofd tentoonstellingen en publicaties. Zo’n vaste aanstelling bij het grootste museum van Nederland voelde als een levensverzekering, zegt De Lorm. Maar in 2008, bij zijn kennismakingsgesprek met de nieuwe Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes, gaf hij aan op zoek te gaan naar een andere baan. „Het ligt niet aan jou, zei ik tegen Wim, het is voor mij tijd om iets anders te gaan doen.” Een half jaar later zei De Lorm in zijn eerste interview als Singer-directeur: „Ik bestuur liever een Fiat 500 dan dat ik op de achterbank van een Rolls-Royce zit.”

Er speelde nog iets anders mee, zegt hij nu. De focus van Singer, met zijn aandacht voor de modernistische kunstenaars die rond 1900 in Laren en omgeving actief waren, lag dichter bij zijn hart dan de zeventiende eeuw van het Rijksmuseum. „Mijn ouders leerden elkaar kennen in het Haags Gemeentemuseum, waar ze beiden werkten. Ik kreeg het modernisme en de atonale muziek met de paplepel ingegoten. Bij Singer kwam ik thuis.”

Samen met algemeen directeur Evert van Os, die in 2014 naar Laren kwam, bouwde De Lorm Singer uit tot een drukbezochte culturele ontmoetingsplek. Trok het dorpsmuseum bij zijn komst nog geen 100.000 bezoekers, vorig jaar kwamen er ruim 300.000. Het verouderde en versleten museumcomplex ging onder zijn leiding ook flink op de schop. Het entreegebouw, de horeca en het Singer-theater zijn in 2017 volledig vernieuwd. Tuinarchitect Piet Oudolf ontwierp een nieuwe beeldentuin, en meer recent werd het museum compleet gerenoveerd en kreeg het een nieuwe vleugel. Vernieuwingen die voor ruim 90 procent gerealiseerd konden worden dankzij de ruim drieduizend donateurs die het museum inmiddels telt. Deze supporters, merendeels inwoners uit het Gooi, ervaren volgens De Lorm in het museum „een sterk thuisgevoel”.

Max Beckmann (1884-1950): Laren (Landschap met ruiter), 1943, olieverf op doek, 66×86 cm.

Zijn opvolger Doede Hardeman (45), tot voor kort hoofd collecties bij het Kunstmuseum Den Haag, treft een ander museum aan dan hij deed. Geen Fiat 500, zegt De Lorm, maar „een mooie, exotische Alfa Romeo, een auto die hard gaat en ook uit Italië komt”. De sollicitanten voor zijn baan, onder wie medewerkers van gevestigde instituten, prezen Singer unaniem als een van de toonaangevende musea. Die lof deed hem veel, zegt de vertrekkend directeur.

Zijn keuze voor een scherper inhoudelijk profiel pakte goed uit, constateert De Lorm. „Jan Sluijters ontwikkelde vanuit Laren het Amsterdamse luminisme. In een een-tweetje met Bart van der Leck ontwikkelde Piet Mondriaan in Laren De Stijl. De Duitse kunstenaars Max Liebermann en Max Beckmann schilderden hier. Hoe meer ik groef, hoe meer heilige grond tevoorschijn kwam. Die geschiedenis laten zien is onze kracht en ons bestaansrecht.”

Blokker

Onder zijn leiding kreeg het museum meer dan tweehonderd kunstwerken cadeau die hielpen om van Singer hét museum van het Nederlandse modernisme te maken. Verzamelaar Renée Smithuis schonk een grote collectie Hollands expressionisme. En Els Blokker, de weduwe van zakenman Jaap Blokker, doneerde zo’n honderd schilderijen van Nederlandse avant-gardisten van rond 1900, plus geld voor de nieuwe vleugel.

Gevraagd naar zijn favoriete aanwinsten noemt De Lorm twee schilderijen: Larens landschap met fietsers (1911) van Jan Sluijters, en Laren (Landschap met ruiter), een uit 1943 daterend doek van Max Beckmann, de Duitse schilder die vanwege het nazisme naar Amsterdam vluchtte. De Lorm: „Bij mijn komst hadden we nul werken van Sluijters uit zijn Larense periode. Dankzij Els Blokker zijn dat er nu elf. Landschap met fietsers is zo’n heerlijk optimistisch schilderij: langs een voetbalveld, destijds een vrij nieuwe sport, fietsen twee mannen en een vrouw over een smalle, met telegraafpalen omzoomde weg de moderne tijd tegemoet.” 

Jan Sluijters (1881-1957): Larens landschap met fietsers, ca. 1910-1911, olieverf op doek, 50×70 cm,

Met de Beckmann wil De Lorm het belang benadrukken van de ‘120 procent-regeling’, een in Den Haag soms omstreden fiscale stimuleringsregeling. Wie een kunstwerk van nationaal cultuurhistorisch belang doneert aan de Collectie Nederland mag 120 procent van de waarde verrekenen met te betalen erfbelasting. Toen een veilinghuis de Larense Beckmann in 2019 aanbood, hoorde De Lorm van de belangstelling van een verzamelaar die met het museum bevriend was. De collectioneur kocht het schilderij, gaf het in bruikleen aan Singer, en zegde toe dat hij het bij zijn dood aan de Collectie Nederland zal schenken, zodat zijn erven van de fiscale stimuleringsregeling kunnen gebruikmaken. Het stemt De Lorm opnieuw vrolijk dat zo’n belangrijk schilderij voor het grote publiek is gered: „Dat is het leuke van investeren in een netwerk, maatjes kweken op wie je kunt bouwen.”

Pleaser

De Lorm noemt zichzelf een pleaser. Hij houdt van „blijmakende” tentoonstellingen, kleurige exposities „vol geluksmomenten” die niet direct bedoeld zijn voor vakgenoten en hyperspecialisten, maar voor zoveel mogelijk bezoekers. Dat hij soms het verwijt krijgt alleen blije boodschappen te presenteren, deert hem niet. „Prima, ga ik me niet tegen verweren. Kom maar kijken, zeg ik. We hebben vaak genoeg de ambitie getoond ook scherp en maatschappelijk relevant te kunnen zijn.” Als voorbeeld noemt hij de met prinses Irene samengestelde expositie Wij zijn natuur, eerder dit jaar te zien. „Die tentoonstelling maakte duidelijk hoe je met hedendaagse kunst een kritisch verhaal kunt vertellen over hoe de mensheid zich buiten en boven de natuur heeft geplaatst, met alle gevolgen van dien.”

Robert Delaunay (1885-1941): L’équipe de Cardiff (Het team van Cardiff), 1913, olieverf op doek, 193,5×130 cm,

Zijn afscheidstentoonstelling, 1913. De grote kunstexplosie, beantwoordt meer aan zijn imago. Een scala aan schilderijen van groot formaat vol vrolijkheid en beweging, alle gemaakt in het jaar voor de Eerste Wereldoorlog. Zoals zijn favoriete doek, een monumentale kleurrijke verbeelding van het moderne Parijs door Robert Delaunay. De kunstwereld, stelt De Lorm in de catalogus, leek in 1913 te dansen op een vulkaan die op uitbarsten staat.   

Zijn opvolger kan de door hem ingezette lijn inhoudelijk verdiepen en maatschappelijk relevanter maken, zegt hij. „De contouren en het bestaansrecht van Singer zijn geborgd. Maar hoe naast het impressionisme en modernisme de hedendaagse kunst een plek te geven was voor mij een zoektocht. Ik denk dat Doede [Hardeman] daar veel beter in is dan ik.” 

Maandag 1 december is zijn laatste werkdag. Zodra hij deur achter zich dichttrekt, gaat hij in de ‘verhuismodus’, zegt De Lorm. Hij betrekt een oude koeienschuur op de Veluwe die hij tot woonhuis liet verbouwen. Op zijn laptop toont hij foto’s van een vijftien meter lange betonnen bak omzoomd met waterplanten. Tussen de kikkers heeft hij daar al zijn eerste baantjes getrokken. „Ik ga eerst een tijdje landen in de natuur, ervaren hoe het is om geen museumdirecteur meer te zijn.”

En daarna? Met een vriend maakte hij plannen voor een podcast over kunst. En als gids leidt hij een kunstreis naar Normandië. Een droom koestert hij ook. In zijn bezit zijn zeven handgeschreven reisdagboeken van een van zijn voorvaderen, schepen van Utrecht Jan Willem van Musschenbroek, die in 1820 een grand tour door Europa maakte. Daar een publicatie van maken is „een taakje” dat op hem wacht.

Tentoonstelling 1913. De grote kunstexplosie is nog tot 13 jan. te zien in Singer Laren.

Schenking Jan van Deene

Vlak voor zijn pensionering heeft Singer Laren-directeur Jan Rudolph de Lorm in Boston afspraken gemaakt over een schenking van drie schilderijen en twee schetsboeken van Jan van Deene (1886-1977). De donatie door Van Deenes kleindochter Wendy Janett betekent volgens De Lorm „een inhaalslag op de Nederlandse kunstgeschiedenis”.

Samen met vijf andere kunstenaars introduceerde Van Deene in 1913 op een tentoonstelling in Amsterdam de ‘absolute schilderkunst’. Deze stroming binnen de vroege abstracte kunst wilde met non-figuratieve kleurvlakken komen tot composities die „de heerlijkheid van het leven, de mooiheid, de liefheid ervan” weergeven. De expositie werd slecht ontvangen; een recensent sprak van ‘schilders-idiotisme’ en ‘kinderlegdozen in het groot’.

Op 1913. De grote kunstexplosie, zijn afscheidstentoonstelling, heeft De Lorm een zaal gewijd aan de weinige bewaard gebleven schilderijen van de absolute schilderkunst. Tijdens de aanloop naar de tentoonstelling ontstond contact met de in Amerika wonende kleindochter van Van Deene. Voor Singer Laren zocht De Lorm het schilderij „Peinture” IV uit, dat in 1913 in Amsterdam hing. Ook aan het Centraal Museum in Utrecht is een schilderij van Van Deene toebedacht. De kleindochter schenkt ook twee schetsboeken uit 1912, de tijd dat Van Deene met Jacob Bendien en John Rädecker in Parijs een atelier deelde. „De droom van een kunsthistoricus”, noemt De Lorm de schetsboeken. De kunstenaar beschrijft onder meer hoe hij in Parijs het werk van Kandinsky ontdekte.

Jan van Deene (1886-1977): „Peinture” IV, olieverf op doek, 200×100 cm

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next