Home

De golfbaan in Oss is gegroeid, en daar vinden ze het geen sport voor de elite: ‘Hoe kleiner de bal hoe groter de kwal, dat geldt niet meer’

Ruimte voor sport Een kwart van alle sportruimte in Nederland wordt ingenomen door golf, een bezigheid voor de betergestelden. Hoe erg is dat? Op bezoek bij golfbaan de Oijense Zij in Oss. ,,De mensen vinden het hier keigezellig.”

Golfbaan de Oijense Zij in Oss.

Jan van Erp moet zijn koffie even laten staan. Hij wordt naar binnen geroepen, waar twee oudere dames staan te wachten. Even later keert de eigenaar van golfbaan de Oijense Zij terug op het terras van zijn clubhuis, een tevreden glimlach op het gezicht. ,,Zo, net twee nieuwe leden verwelkomd.”

Het is eind augustus en de golfbaan, gelegen aan de noordrand van de gemeente Oss, baadt in een ochtendzonnetje. Bij de tweede hole staat een groepje mannen in polo’s en korte broeken, er klinkt vrolijk gelach. Hoewel het een doordeweekse dag is, staat de parkeerplaats van de Oijense Zij al behoorlijk vol.

Van Erp, voormalig vertegenwoordiger in fokvarkens, draagt een eenvoudig donkergroen T-shirt en spreekt met een stevige Ossche tongval. Ooit, vertelt hij, was hier de boerderij van zijn ouders, waar hij opgroeide. Hij opende de golfbaan ruim twintig jaar geleden – hij bedacht het idee tijdens een bezoek aan een kennis in Engeland met een driving range. ,,Er was nog geen golfbaan in de gemeente Oss, een stad met zestigduizend inwoners. Ik dacht: dit móet slagen.”

Inmiddels heeft golfclub de Oijense Zij 260 leden en beslaat het terrein vijf hectare. Vier jaar geleden breidde hij de baan uit met twee extra holes, waardoor het de ‘qualifying status’ verkreeg – je kunt er je golfvaardigheidsbewijs (GVB) halen. De zaken gaan goed, zegt Van Erp: na een aantal moeilijke jaren door de kredietcrisis trok de toeloop weer aan. De ,,grootste klapper” was de coronapandemie, toen golf acht weken na de eerste lockdown als enige buitensport weer werd toegestaan. ,,De jeugd kwam toen ook. Twintig- en dertigjarigen die toch wat wilden doen en daar ook geld voor hadden, want verder was er niets.”

Golf groeit wél

De recente uitbreiding van de Oijense Zij bedroeg ruim een hectare (10.000 vierkante meter). Dat was de enige nieuwe sportruimte die de gemeente Oss er in de afgelopen vijftien jaar bij kreeg – terwijl de hoeveelheid vierkante meter sportruimte per hoofd van de bevolking er juist daalde. Dat past in een landelijke trend die NRC signaleert op basis van dataonderzoek. Waar andere sporten, zeker in grote steden, onder druk staan vanwege de strijd om ruimte, slaagt golf er wél in om flink te groeien. Van de 21 miljoen vierkante meter aan sportruimte die er tussen 2010 en 2020 in Nederland netto bijkwam, bestond 13 miljoen uit golfterreinen: twee derde van de groei. Zonder de golfbanen was de sportruimte per hoofd van bevolking in die periode met een halve vierkante meter afgenomen. In negen van de tien gemeenten die de grootste groei aan sportruimte kenden, werd tussen 2010 en 2020 een nieuwe golfbaan geopend.

Golf is – na voetbal, tennis en sportvissen – ’s lands vierde sport: er zijn in Nederland op dit moment 452.000 geregistreerde golfers. Maar het is ook een tamelijk exclusieve bezigheid: van alle sportbeoefenaars zijn golfers met afstand het meeste geld kwijt aan hun lidmaatschap, zo berekende het Mulier Instituut onlangs in zijn jaarlijkse ‘contributiemonitor’. Zo neemt een sport voor de betergestelden inmiddels een kwart van alle beschikbare sportruimte in Nederland in: 101 miljoen vierkante meter, volgens branchevereniging de Nederlandse Golf Federatie (NGF).

Vooral Noord-Brabant – en dan met name het oosten van de provincie – kent een hoge dichtheid aan golfbanen. Alleen al in de Metropoolregio Eindhoven liggen er achttien. In de gemeente Someren, ten zuidoosten van Eindhoven, opende in 2012 Golfbaan De Swinkelsche (90 hectare). In het naburige Asten, hetzelfde jaar: golfbaan Het Woold (80 hectare). In de gemeente Vught, sinds 2018: Bernardus Golf, gefinancierd door multimiljonair Robert van der Wallen (82 hectare).

Die Brabantse boom heeft volgens Kees van Geffen te maken met de verplaatsing van veeteeltbedrijven in het eerste decennium van deze eeuw. Van Geffen is wethouder Sport in Oss voor de lokale partij VDG – en was dat eerder ook al in de nabijgelegen gemeentes Uden en Ravenstein. Na de uitbraak van de varkenspest, zegt hij, kwamen er wettelijke maatregelen om stallen weg te krijgen bij kwetsbare natuurgebieden. ,,Er werden bedrijven verplaatst, daardoor ontstond er ruimte. Er waren in die tijd heel veel initiatieven voor golfbanen.”

Als wethouder in Oss was Van Geffen voorstander van de uitbreiding van de Oijense Zij. Het gaat om ,,een relatief laagdrempelige baan aan de rand van de stad”, zegt hij. Van Geffen erkent dat de golfsport veel ruimte inneemt (,,dat is wel een dingetje”), maar er is ook zoiets als vraag en aanbod: ,,Mensen hebben meer tijd en bestedingsruimte om te gaan golfen.” De uitbreiding die Van Erp realiseerde, prijst Van Geffen als ,,een stukje ondernemerschap.”

Jan van Erp, eigenaar van golfbaan de Oijense Zij in Oss.

Ten koste van het overige sportaanbod ging die extra ruimte voor golf niet, zegt de wethouder. Hij erkent dat het aantal vierkante meter voor andere sporten in Oss is afgenomen, maar zag de afgelopen jaren ook het aantal leden van traditionele sportverenigingen licht dalen. ,,Mensen willen minder in clubverband sporten, en ook op tijden die niet aansluiten op het traditionele aanbod.” Bovendien, zegt hij, zet de gemeente in op ,,intensivering” van gemeentelijke sportaccommodaties, onder meer door de aanleg van kunstgrasvelden en openstelling van sportparken buiten de traditionele openingstijden.

Geen blaren

Bij de Oijense Zij komen de twee nieuwe leden langs het terras gelopen, op weg naar hun eerste hole. ,,Alles goed geregeld, dames?” vraagt Van Erp. ,,Hebben jullie ook een handschoen? Dan krijg je in ieder geval geen blaren.”

De „populatie” van de sport verandert snel, zegt Van Erp. ,,Golf wordt gewoner. Ik zeg altijd: je ziet hier de projectontwikkelaar én de timmerman.” Het imago van golf als sport voor de elite vindt hij onterecht – in ieder geval hier, op zíjn baan. ,,Ze zeggen wel eens: hoe kleiner de bal, hoe groter de kwal. Dat is in Oss niet zo. We verwachten hier wel dat je netjes gekleed bent, in polo of T-shirt, maar de mensen hier vinden het keigezellig.”

Van Erp ziet zijn baan als laagdrempelig en toegankelijk voor iedereen. Hij heeft spelers uit alle leeftijdscategorieën. Hoewel gepensioneerde ouderen „een grote groep” vormen, komen er bij de Oijense Zij ook twintigers en dertigers. „De enige groep die moeilijk op de golfbaan te krijgen is, zijn kinderen.”

Dat komt ook door de kosten. Waar de golfer bij een traditionele 18-holesbaan al gauw 1.000 à 1.5000 euro aan contributie kwijt is, betaal je bij de Oijense Zij – met vijf hectare een kleine baan – voor een jaar onbeperkt golfen 615 euro, met een ,,behoorlijke korting” als je ook lid bent van een andere club. Een dagkaart is 30 euro; een ‘ballenkaart’ voor tien afslagen op de driving range kost de bezoeker 10 euro.

,,Je kunt golf zo duur maken als je zelf wil”, zegt Van Erp. „Qua spullen heb je een set golfclubs voor 300 euro, maar ook voor 15.000. Schoenen en kleding is hetzelfde verhaal. Al besef ik dat 300 euro voor sommige mensen heel veel geld is. De echte minima komen niet golfen, denk ik.”

Kostbare aangelegenheid

Bij de Nederlandse Golf Federatie erkennen ze dat hun sport een prijzige bezigheid is. Al vindt algemeen directeur Jan van Merwijk de vergelijking met de kosten bij andere sporten ,,niet helemaal eerlijk”. Voetbal- of tennisclubs, zegt hij, bevinden zich bijna altijd op door de gemeente gefinancierde sportparken, terwijl golf ,,nul bijdrage van gemeentes” krijgt. „De aanleg en het onderhoud worden helemaal door de golfers zelf opgebracht. Een golfbaan heeft al gauw een stuk of vijf à zes greenkeepers nodig. Samen met alle grasmaaiers, grasprikkers en zaaimachines is dat een kostbare aangelegenheid.”

Dat golfen veel ruimte in beslag neemt, ontkent Van Merwijk niet. Een 18-holesbaan is gemiddeld tussen de 50 en 80 hectare groot. Maar daar staat volgens hem veel tegenover. Vanwege de grote hoeveelheid golfers in Nederland is de bezetting van de banen hoog, „misschien wel hoger dan een gemiddeld voetbalveld of tennisbaan ergens in een stad”. En verder, zegt hij, bestaan golfbanen gemiddeld „voor de helft” uit groen: bomen, struiken en waterpartijen. Ze worden vaak ontwikkeld ,,in kale weilanden” of op oude vuilstortplaatsen. ,,Dat is niet-natuur of heel schrale natuur die door de komst van een golfbaan de functie van echte natuur krijgt – en de biodiversiteit stimuleert. Daar plegen wij vanuit de golfsport natuuronderhoud voor de BV Nederland.”

Remco Hoekman, bijzonder hoogleraar Sportsociologie en Sportbeleid aan de Radboud Universiteit, ziet in de praktijk „geen aanwijzingen dat golf de ruimte voor andere sporten verdrijft.” De groei van het aantal golfbanen, zegt hij, is „ook gewoon het gevolg van marktwerking. Door de vergrijzing neemt de vraag toe en in plattelandsgebieden is de grond relatief goedkoop.”

Volgens Hoekman zou de rol van de overheid vooral moeten liggen in stedelijke gebieden, waar de ruimte voor sport afneemt en de problematiek rond bewegingsarmoede en overgewicht groeit. „Er zijn grote regionale verschillen. Het is niet de bedoeling dat de overheid zegt: in heel Nederland is de ruimte voor sport gemiddeld genomen gelijk gebleven, alles gaat goed, dus we hoeven niets te doen. Het is lokaal maatwerk.”

Negen holes-baan

Als de koffie op is, wandelt Jan van Erp naar een heuveltje aan de rand van zijn golfbaan. Hij wijst naar de vlag bij de achtste hole. ,,Dit stuk vormt de laatste uitbreiding.” Aanvankelijk, vertelt Van Erp, had hij veel grotere ambities: een volwaardige negen holes-baan. De benodigde 25 hectare had hij al onder voorbehoud gekocht van de buren, er was 2,5 miljoen euro opgehaald via crowdfunding, de gemeente stond achter het plan. ,,Maar geen enkele bank wilde het financieren. Nu liggen de plannen in een la.”

Misschien dat hij zijn droom ooit nog realiseert, zegt Van Erp, maar op dit moment rekent hij nergens op. De grond is duur geworden, zegt hij – ook in Brabant. „Voor een terrein van 50 hectare ben je al gauw zes of zeven miljoen lichter. Het is makkelijk praten als je veel geld hebt.”

Golfers op golfbaan de Oijense Zij in Oss.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next