Home

‘Als ik een hele zaterdag thuis zou zitten, verveel ik me helemaal kapot. Dan ga ik liever iets verdienen’

Bij stratenmaker Hein Markus uit het Brabantse dorp Olland stond de tuin op zijn 25ste verjaardag vol met halve Abraham-poppen. Hij is zo veel mogelijk aan het werk. ‘Bij ons thuis is het altijd gas geven.’

is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.

Hoe ben je opgegroeid?

‘Op een klein boerderijke in Olland, waar ik nu nog woon. Mijn zusje is al uit huis. Ik ben eigenlijk nooit thuis. Ik kom er alleen om te slapen.

‘Na het werk ga ik meteen door naar de volgende klus, tot een uur of acht, negen. Als ik daarna thuiskom, ga ik meestal even op de bank liggen. Maar dat wordt vaak nachtwerk – ik val na vijf minuten in slaap en schiet om vier uur wakker. Vooral met dit weer. We hebben een oude kachel, die loeit goed.’

25 in 25

In de serie 25 in 25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl

Op welke school zat je?

‘Ik zat in Veghel op De Wissel, een school voor speciaal onderwijs.’ Knikt naar goede vriend en collega Julian, die ook aan tafel zit. ‘We werden ’s ochtends met een busje opgehaald, met nog een paar man meer.

‘Wij waren mennekes die altijd buiten wilden zijn. We reden met onze skelters naar een houtboer, en met het hout dat we daar ophaalden gingen we in de tuin zomaar wat in het rond timmeren. Dat kon gerust tien meter de lucht in gaan. We zijn vaak zat naar beneden gevallen. Daar leer je vanzelf van.’

Wat wilde je vroeger worden?

‘Loonwerker, maar daar waren ze het thuis niet mee eens. Daar valt niks in te verdienen, zei mijn vader altijd.

‘Ik heb eerst van alles geprobeerd in de bouw: metselaar, stukadoor, schilder, timmerman, loodgieter, tegelzetter. Maar de klik was er niet, tussen mij en het werk.

‘Nu ben ik stratenmaker. Hier heb ik echt plezier in. Binnen zitten, daar heb ik een hekel aan. Ik ben altijd aan het werk. Als ik een hele zaterdag thuis zou zitten, zou ik mezelf helemaal kapot vervelen. Dan ga ik liever iets verdienen.’

Knikt weer in de richting van Julian. ‘Zijn broer is 28. Hij doet niks liever dan de hele dag voor de computer hangen. Ik vind dat niks. Het is een verslaving hè? Bij een paar kameraden van ons zie ik het ook; ze komen thuis en schieten gelijk achter dat ding. Je ziet ze in het weekend ook niet, want ze spelen liever Mario Kart dan dat ze mee naar de kroeg gaan. Ik ben graag onder de mensen.’

Wat is jouw drijfveer om zo veel mogelijk aan het werk te zijn?

‘Niet stil kunnen zitten. Dat zit er van huis uit in. Bij ons is het altijd gas geven. Ons pap zit eigenlijk altijd in de schuur. Hij is metselaar en heeft een eigen bouwbedrijf. Mijn moeder werkt ook in het bedrijf. We hebben een hondenkennel, dus daar hebben ze ook zat werk mee. En dan zijn we nog vijf huizen aan het bouwen.

‘Vroeger zei ik altijd dat ik het bedrijf wilde overnemen, maar nee. Ik heb zeven jaar in de bouw gezeten, het is gewoon net niet mijn ding.

‘Als ik zie wat mijn vader heeft gepresteerd in 63 jaar… dat wil ik ook. Hij begon op zijn 20ste voor zichzelf, bouwde een hoop huizen en begon toen te investeren. Hij kocht huizen op bij een veiling, ongezien, die hij opknapte om weer te verkopen of te verhuren.’

Hoe laat begint de werkdag?

‘Ik moet om zeven uur op mijn werk zijn. Dus ik word wakker, was mijn gezicht, loop naar beneden, gooi mijn brood in mijn tas, jas aan, helm op en om zes uur rij ik weg met de scooter. Ik ontbijt nooit.’

Hein Markus is geboren op 20 juni 2000.

Woonplaats Olland

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘7. Het is geen 10, en dat zal het ook nooit worden, denk ik.’

Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Dat weet ik niet.’

Waar ben je over zeven jaar? ‘Dan woon ik op m’n eigen. Misschien heb ik een relatie en kinderen. Ik heb altijd gezegd dat ik er vier wil, en alle vriendinnen die ik heb gehad wilden dat ook. Maar twee is ook al leuk. Met twee kinderen heb je mooi het autootje vol zitten.’

Je hebt geen wekker nodig?

Grinnikt. ‘Jawel, die heb ik wel nodig.’

Julian: ‘En ’s zaterdags twee!’

Hein: ‘Meestal gaan we op vrijdag een pilske vatten. Dat wordt niet laat, maar dan kom je er ’s morgens toch lastig uit.’

Over Julian, die een blik energiedrank opentrekt: ‘Hij drinkt acht blikken Red Bull per dag. Tel eens uit wat dat kost.’ Julian lacht hard en zegt: ‘Als hij naar de friettent gaat, is hij voor 25 euro niet klaar!’ Hein: ‘Ik heb meegedaan aan een frikandellenwedstrijd bij ons in Olland, met de kermis. Mijn record is 17. Ik moest naderhand nog werken, bij een koeienboer – dat heb ik ook zeven jaar gedaan. Maar echt goed voelde ik me niet.’

Zou je een eigen huis willen?

‘Ik heb al een eigen huis, maar dat verhuur ik. Het is veel te groot voor mij om alleen in te wonen. Het is schuin tegenover ons. Volgende week ga ik naar een ander huis kijken. Dat koop ik samen met ons pap, of alleen. Huren doe ik niet graag, ik koop liever iets.’

Je hebt geen relatie?

‘Nee, voorlopig niet. Een kameraad is nu twee jaar samen met zijn vriendin en koopt meteen een huis samen. Dat ga ik niet doen. Als je een jaar of vijf, zes samen bent, vind ik het een ander verhaal.’

Wat voor een vrouw zou bij jou passen?

‘Daar moet ik nog achter zien te komen. Je moet een beetje hetzelfde in het leven staan, dus zij moet ook iemand zijn die graag werkt en niet de hele dag thuis zit. Je moet met z’n tweeën aan de toekomst werken.

‘Het hoeft van mij niet precies gelijk verdeeld te zijn. Er zal ook iemand het huis moeten bijhouden. Ik heb daar geen tijd voor. Stofzuigen en dweilen doe ik nog wel, maar dan houdt het een heel eind op. Strijken kan ik ook, maar daar heb ik geen zin in.’

Ik vermoed dat jij niet veel kleding hebt die gestreken hoeft te worden.

‘De kast hangt vol, maar ik draag één goeie broek per week. Thuis heb ik meestal een trainingsbroek aan, want een spijkerbroek ligt niet lekker op de bank.’ Wijst naar zijn werkbroek, die onder het zand zit. ‘Zo kom ik thuis. Daarom hebben wij ook geen stoffen bank. Wij hebben een oud leren bankstelleke.’

Een vriendin zal het misschien wel gezellig vinden om af en toe wat leuks te doen op zaterdag.

‘Dat kan ook wel, zaterdagavond. Kijk, ik kan het met 40 uur werken ook héndig redden, maar wat ik in mijn kop heb zitten: ik ga niet tot mijn 65ste werken. Nu ben ik jong, nu moet ik het verdienen. Als ik een jaar of 45 ben, kan ik een beetje gaan genieten.’

Zijn datingapps iets voor jou?

‘Nee, dat is niks voor mij. Festivals enzo, daar lukt het ook wel: Paaspop, Zwarte Cross, Wish, het 24-uurs Solex Race Festival. Er gebeurt regelmatig iets, zeg maar.’

Neem je ze dan mee naar je ouders?

Lacht. ‘Meestal blijf ik thuis weg.’

Help je mee in het huishouden?

‘Nee. Ik hoef niks te doen. Ik betaal 400 euro in de maand aan kostgeld. Ik help wel met dingen buiten, zoals schoffelen en grasmaaien. Dat vind ik allemaal wel mooi.’

Spaar je ergens voor?

Denkt lang na. ‘Dat weet ik eigenlijk niet. Ja, ik wil een Dodge Ram kopen, dat roep ik al vanaf mijn 18de.

‘Op vakantie gaan interesseert mij niet. Ik ben in mijn leven misschien drie keer op vakantie geweest. De laatste keer was in coronatijd, naar Kroatië, met de vriendengroep.

‘Ons pap ging ook nooit op vakantie. Hij zegt: ik blijf gewoon werken, dan heb jij het dadelijk goed.’

Je hebt wel een van de fysiek zwaarste beroepen uitgekozen.

‘Mijn collega van 55 is laatst aan zijn rug geopereerd. Een andere collega is 65 en helemaal versleten.

‘De brancheorganisatie voor stratenmakers heeft beslist dat wij één uur per dag op onze knieën mogen zitten en een half uur mogen bukken. Eigenlijk moet je steen en beton met water slijpen, tegen stof. Je moet een veiligheidsbril dragen, handschoenen aan, allemaal van die onzin.

‘Het is goed dat er nagedacht wordt over de belasting van het lichaam, maar aan de andere kant kun je niet óveral rekening mee houden. Soms moet je binnendoor fietsen, zeg maar.’

Daar kom je niet altijd mee weg, heb ik gehoord.

Grijnst. ‘Ik ben nu een paar weken mijn rijbewijs kwijt. Als het goed is, krijg ik ’m volgende maand weer terug. Ik ben aangehouden in de auto met één flesje bier te veel op. Dat was alleen niet de eerste keer. Vorig jaar ben ik gepakt met veel te veel op. We waren naar het voetbal geweest, ik reed binnendoor op de scooter naar huis. Vier maanden rijbewijs kwijt en een verplichte cursus.’

Wat vinden ze daar thuis van?

‘Ons pap zei: hedde d’r iets van geleerd?’

En?

‘Niet meer doen. Ik heb vrijstelling gekregen voor mijn scooter, maar ik kan gewoon niet zonder auto. Kijk, het is altijd lekker, nog zo’n flesje bier, maar ik moet het gewoon laten staan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next