Home

Tienermeisjes in gevaar brengen voor onze winst, dat is helaas nog niet uit de mode

is columnist voor de Volkskrant.

Twaalf jaar geleden stortte in Bangladesh het kledingfabriekencomplex Rana Plaza in, met ruim 1.100 doden tot gevolg. Bij gebrek aan ruimte in een mortuarium werden lichamen van de slachtoffers neergelegd op het schoolplein achter de fabriek. Als verslaggever van deze krant mocht ik daar indertijd een kijkje nemen.

Dat snikhete plein zal ik nooit vergeten: rijen dode tienermeisjes, gestorven terwijl ze voor een habbekrats kleding maakten voor merken als Primark, Mango en Benetton. Op de achtergrond waren graafmachines bezig om nieuwe slachtoffers te bergen. Aan de grijpers bleven gekleurde textielresten hangen, bedoeld voor de westerse markt.

Onder het motto ‘nooit weer Rana Plaza’ stemde het Europees Parlement vorig jaar voor een baanbrekende wet, de ‘anti-wegkijkwet’, de informele naam van de Europese wet inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen (Corporate Sustainability Due Diligence Directive, afgekort CSDDD). Met de nieuwe wet worden Europese bedrijven verplicht om onderzoek te doen in hun eigen productieketen naar uitbuiting en milieuvervuiling.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Want dit is het probleem in de kledingindustrie en in vele andere bedrijfstakken: opdrachtgevers weten niet altijd waar en hoe hun spullen worden gemaakt. De Europese zakenman of -vrouw sluit een contract met fabriek A, waar alles best keurig oogt. Maar A sluist de klus, al dan niet heimelijk, door naar de goedkopere fabriek B.

Hoe verder je afdaalt in deze keten, hoe vaker branddeuren op slot zitten en hoe kleiner de handjes achter de naaimachine worden. Niet elk Europees bedrijf voelt de noodzaak om deze rioolpijp van zijn eigen goedkope productie te verkennen. Zo weigerde het Zweedse warenhuis Ikea in Bangladesh om een algemeen geaccepteerd convenant inzake brandveiligheid te ondertekenen.

Daarom is zo’n Europese wet een grote vooruitgang. Maar helaas: deze wet komt er niet meer. Want in Europa waait inmiddels een andere, rechtse wind. Het gaat niet meer over dode textielarbeiders, maar over de handelsrelatie met de VS en ‘deregulering’.

Nederlandse werkgeversorganisaties lobbyden in Brussel wat af. Voorop in de tegencampagne ging Exxon Mobil. Volgens de Amerikaanse olie- en gasgigant zouden bedrijven als gevolg van de wet ‘verdrinken’ in bureaucratie. Exxon Mobil overwoog om desnoods Europa te verlaten.

Moraal van het verhaal: succesvol zaken doen kan blijkbaar alleen als je in landen ver weg ongestoord de boel mag vervuilen. En zo stemde het Europees Parlement vorige week in een 180 gradendraai voor het alweer uithollen van de anti-wegkijkwet nog voordat die echt van kracht is geworden.

Aanvankelijk zou de wet gelden voor vele grote bedrijven. Nu alleen nog voor een handvol megaconcerns, met elk meer dan vijfduizend medewerkers. De productieketen onderzoeken, dat hoeft bij nader inzien ook niet zo grondig: fabriek A moet in beeld zijn, onderaannemer B niet.

Er is politiek die bijna nergens over gaat, maar smeuiïg en toegankelijk is, zoals het ‘feeks’-appje van gewezen informateur Hans Wijers. Waar je ook staat in het politieke spectrum: dit begrijpen we en we vinden er ook allemaal iets van.

De Europese anti-wegkijkwet is het andere uiterste. Het gaat ons allemaal aan, maar het is een ingewikkeld verhaal. Al is het maar omdat het voorstel om de wet weer in te perken al even onbegrijpelijk het ‘omnibuspakket’ heet.

Maar uiteindelijk is het volgens mij eenvoudig. Tienermeisjes en andere mensen in gevaar brengen voor onze winst en goedkope spullen, dat is helaas nog niet uit de mode.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next