Geldpolitiek De overheid kan veel meer doen om privégeld te mobiliseren voor uitdagingen die ons allemaal aan gaan, schrijven Ernst Hobma en Hans Stegeman
We staan voor een gigantische verbouwing van onze economie. Woningbouw, haperende innovatie, verduurzaming, de maatschappelijke uitdagingen stapelen zich op. Voor al deze uitdagingen is geld nodig, veel geld. Dat geld kan de overheid niet allemaal zelf ophoesten, en dat hoeft ook niet; in Nederland is meer dan genoeg pensioenvermogen, spaargeld en belegd vermogen voorhanden. Over hoe we dit geld kunnen mobiliseren voor die maatschappelijke belangen zijn politieke partijen stil. Toch zijn er mogelijkheden om privaat Nederlands geld voor Nederlandse belangen in te zetten.
Ernst Hobma is economisch onderzoeker bij Triodos.
Hans Stegeman is hoofdeconoom bij Triodos.
Meer dan ooit zijn financiële markten internationaal met elkaar verbonden. Kapitaal is footloose, ongebonden: Nederlandse pensioenfondsen besteden beleggen uit aan (vooral) Amerikaanse vermogensbeheerders die het wereldwijd beleggen, Nederlandse spaarders gaan binnen het depositogarantiestelsel op zoek naar een bank die hen de hoogste rente biedt. En kapitaal is niet alleen footloose, het is ook maatschappelijk richtingloos: algoritmen bepalen waarin wordt belegd, gestuurd door rendementsverwachtingen.
Maar dat hoeft niet zo te zijn. Geld van Nederlanders, of het nu spaargeld is of pensioengeld, kan veel vaker worden ingezet voor onze maatschappelijke belangen. Er zijn twee redenen om dat te willen. Ten eerste, het is in het belang van Nederland dat we het allemaal goed hebben, nu en in de toekomst. En waar geld naartoe stroomt, bepaalt nu eenmaal mede hoe de economie van morgen eruitziet. Ten tweede is het geld dat banken uitlenen en pensioenfondsen investeren mede mogelijk gemaakt door ons allemaal. De stabiliteit van Nederlandse banken drijft bijvoorbeeld deels op de (impliciete) garantie van de Nederlandse overheid. Hierdoor kunnen banken goedkoper lenen en makkelijk spaarders aantrekken. Ook pensioenfondsen bestaan bij de gratie van verplichte pensioenopbouw.
Let wel: we stellen niet voor dat de overheid gaat bepalen wie welk zonnepaneel moet financieren, en tegen welke rente. Maar sturen op een systeemniveau kan wel. Bijvoorbeeld door te vereisen dat iedere bank een minimumpercentage van haar leningen aan duurzame energie verstrekt, of aan MKB-bedrijven. Of dat pensioenfondsen een bepaald deel van hun vermogen in de Nederlandse economie investeren.
Het lijkt zo’n simpel idee: we hebben grote maatschappelijke prioriteiten, dus zou de overheid ook moeten vereisen dat privaat geld oplossingen financiert. Wie kan daar nou tegen zijn?
De eerste tegenwerping is altijd dat de vrije markt vrij moet blijven. Zo levert zij maximaal maatschappelijke waarde. Dit is lariekoek. Ten eerste omdat deze markten allesbehalve vrij zijn. Er zijn maar enkele grote banken in Nederland, die kiezen waar ze geld aan uitlenen voor een groot deel op basis van publiek gereguleerde risicomodellen, die dus ook al sturen waar geld naartoe gaat, maar zonder duidelijk maatschappelijk doel. Een regel toevoegen maakt zo’n markt nauwelijks minder vrij. Hetzelfde geldt voor pensioenfondsen; hoe vrij is een markt waar een deelnemer verplicht inlegt?
Ten tweede is een financiële markt die zich richt op maximaal rendement helemaal niet altijd in lijn met breder maatschappelijk belang. Zo blijft het financieren van fossiele energie winstgevender dan duurzame energie, zelfs nu de prijs van duurzame energie lager ligt dan die van fossiel. Dan is investeren in fossiel dus goed voor investeerders nu, maar slecht voor klimaatverandering en ons allemaal in de toekomst. Waarom zouden we marktwerking boven alle andere waarden verheffen?
De derde tegenwerping, vaak gehoord in de discussie over pensioenfondsen, is dat pensioenbesturen alleen op het hoogst verwachte financieel rendement mogen sturen, omdat ze anders hun deelnemers mogelijk financieel benadelen. Dit argument was nooit sterk maar verliest alle kracht als de overheid een bijdrage aan maatschappelijke prioriteiten verplicht stelt. Immers, als ieder pensioenfonds bijdraagt aan de verbouwing, wordt er niemand benadeeld. Grote kansen dus voor politici die veranderingen voor elkaar willen krijgen, zonder de overheid alles te laten doen.
Politiek blijft het echter heel stil. Alleen het idee van een nationale investeringsbank wordt door een bredere groep partijen omarmd. Niks mis mee, maar waarom niet ook de slagkracht en het bestaande netwerk van de private sector inzetten?
De enige oase in de woestijn van de geldpolitiek is de Partij voor de Dieren. In het verkiezingsprogramma werd bijvoorbeeld gepleit voor een verplichte afbouw van fossiele investeringen, en voor het investeren van pensioenvermogen binnen ecologische grenzen. Bij de rest van de partijen is er niet of nauwelijks sprake van geldpolitiek. Heel gek, zeker omdat dit soort sturend beleid in de tweede helft van de vorige eeuw al succesvol is ingezet in meerdere Europese landen.
We staan voor grotere verandering en hebben geen tijd te verliezen. Het is logisch om hierbij de macht van private financiering te laten helpen. Dus is onze oproep aan alle politici die echt wat willen veranderen in Nederland: maak privaat geld een deel van je oplossing.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC