De verkiezing van de voorzitter van de Tweede Kamer vergde dinsdag drie spannende stemrondes. VVD’er Thom van Campen kreeg uiteindelijk de voorkeur.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Onder Binnenhof-watchers gooide Thom van Campen voor de stemming over het Kamervoorzitterschap al hoge ogen. De VVD’er, die na drie stemrondes als winnaar uit de bus kwam, belichaamt het politieke midden van de Tweede Kamer, terwijl zijn concurrenten (GroenLinks-PvdA’er Tom van der Lee en zittend Kamervoorzitter Martin Bosma, PVV) de linker- en rechterflank vertegenwoordigen.
Toch leek het na de eerste ronde mis te gaan voor Van Campen. Van de drie kandidaten kreeg hij de minste stemmen: vier minder dan Van der Lee en 27 minder dan Bosma. Van Campen had echter het geluk dat in de eerste stemronde niemand afvalt. In de tweede ronde stemden een aantal Kamerleden die in eerste instantie voor Van der Lee kozen strategisch op Van Campen. De VVD’er kreeg toen tien stemmen meer en Van der Lee zeven stemmen minder.
Daarmee viel Van der Lee als kandidaat met de minste stemmen af en waren de kansen van Bosma verkeken, want stemmen voor een Kamervoorzitter van PVV-huize is voor de meeste linkse Kamerleden een no-goarea. Van Campen won de laatste ronde met 79 stemmen, tegen 69 voor Bosma (twee Kamerleden waren afwezig).
Van Campen is met zijn 35 jaar de jongste Kamervoorzitter in de Nederlandse geschiedenis. Zijn opponenten Van der Lee en Bosma waren beiden 61 jaar oud en lopen vele jaren langer mee in het politieke bedrijf dan de jonge VVD’er. Voor de Tweede Kamer was Van Campens leeftijd blijkbaar geen bezwaar.
Voor wie het cv van Van Campen kent, is dat niet zo vreemd. Het Kamerlid is er namelijk een uit de categorie Mark Rutte, Rob Jetten en Jesse Klaver: een geboren politicus die als tiener al warm liep voor een carrière in het openbaar bestuur. Voor mensen die hem als piepjonge VVD’er leerden kennen, was meteen duidelijk dat die jongen uit de Achterhoek het ver zou schoppen in de politiek.
Thom van Campen werd in 1990 geboren in Doetinchem. Hij is het middelste kind en de enige zoon in een protestants gezin met drie kinderen. Zijn vader werkte in het speciaal onderwijs en zijn moeder bestierde een eigen modezaak. Van Campen zat op dezelfde christelijke havo als de een jaar oudere Gideon van Meijeren, Tweede Kamerlid voor Forum voor Democratie.
Hij ging journalistiek studeren in Zwolle en werd op zijn 18de lid van de VVD. Zijn politieke belangstelling begon met de opkomst van Pim Fortuyn. Over zijn partijkeuze zei hij deze zomer in Trouw: ‘De VVD is een optimistische club die ervan uit gaat, zonder naïef te zijn, dat als we met elkaar proberen het beste te maken van ons leven het altijd beter, mooier en welvarender kan. Dat sprak me aan.’
Tegen De Stentor zei hij eerder: ‘Ik vind het heel belangrijk dat je je eigen keuzes kunt maken over je leven. Zoals wie je wilt zijn, van wie je houdt en wat je wil geloven en of je überhaupt wil geloven.’ De vrijheid om te beminnen wie je wil, is voor Van Campen ook privé belangrijk: op zijn zestiende kwam hij uit de kast als homoseksueel. Hij woont in Zwolle samen met zijn vriend Kais en zijn twee katten.
Een van de redenen dat Van Campen als een groot politiek talent wordt beschouwd, is dat hij met iedereen door een deur kan. In Zwolle, waar hij in 2011 gemeenteraadslid (en later fractievoorzitter) werd, nam hij het initiatief voor borrels na de raadsvergadering waarbij ook leden van andere fracties welkom waren. Als Kamerlid is hij een gangmaker in de VVD-fractie, dol op gezelligheid en een doorzakkertje in de kroeg.
Dat supersociaal zijn legt hem ook op politiek vlak geen windeieren. Als stikstofwoordvoerder van de VVD-fractie trok hij vaak samen op met NSC’er Harm Holman en GroenLinks-PvdA’er Laura Bromet. Samen legden ze in Kamerdebatten landbouwminister Femke Wiersma (BBB) het vuur na aan de schenen over haar tandeloze mest- en stikstofbeleid. BBB-fractievoorzitter Caroline van der Plas was de constante kritiek van coalitiegenoten Van Campen en Holman op Wiersma eind vorig jaar zo zat, dat ze dit aan de orde stelde in de coalitie: het tweetal moest dimmen.
Uit linkse hoek klonk toen wel de kritiek dat Van Campen en Holman dan wel luid blaften richting Wiersma, maar als puntje bij paaltje kwam (bij stemmingen) altijd binnen de lijntjes kleurden en braaf de coalitie bleven steunen.
In veel opzichten is Van Campen dan ook een typische VVD’er: meestal strak in het pak, een beetje ballerig-studentikoos en pragmatisch genoeg om in het partijbelang -als het moet - persoonlijke bedenkingen opzij te zetten. Zo stemde hij in 2021 met zijn fractie voor de bouwvrijstelling, hoewel hij toen al wist dat die stikstofdrempelwaarde voor bouwwerkzaamheden de toets van de rechter waarschijnlijk niet zou doorstaan.
Van Campen zal als Kamervoorzitter zijn autoriteit moeten vestigen, maar ook dat heeft hij waarschijnlijk wel in de vingers. Hij is een goede debater en kan ondanks zijn sociale en vrolijke aard bijzonder hard en scherp uit de hoek komen in Kamerdebatten.
Nadat hij dinsdagavond de voorzittershamer in handen kreeg, bedankte Van Campen zijn concurrenten Van der Lee en Bosma. Verder hield hij het kort. ‘We gaan aan de slag, de mensen in het land rekenen op ons. Ik sluit de vergadering.’
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant