De Europese Commissie vindt het niet langer acceptabel dat militair vervoer door de EU-landen maanden kan duren door versnipperde regelgeving en trage procedures. Ze presenteert woensdag een pakket maatregelen dat de belangrijkste blokkades binnen twee jaar moet wegwerken.
is EU-correspondent van de Volkskrant. Hij woont en werkt in Brussel.
De huidige situatie, waarin alleen al de diplomatieke toestemming voor militair transport door een buurland 45 dagen op zich kan laten wachten, ondergraaft volgens de Commissie de geloofwaardigheid, slagkracht en paraatheid van de EU. Strikte afspraken tussen de lidstaten en uniformering van de militaire vervoersregels zijn ‘niet langer een optie maar een noodzaak’, staat in een ontwerp van het Militaire Mobiliteitspakket. ‘Onze vrede en veiligheid staan op het spel.’
De Commissie wil een ‘militair Schengen’ waarin het vervoer van soldaten en hun uitrusting binnen Europa net zo soepel verloopt als het paspoortloze reizen voor burgers in de Schengenzone. Dat maakt het werk van de Navo aanzienlijk eenvoudiger.
Over de knelpunten bij militair vervoer en de oplossing ervan, wordt al jaren gesproken tussen de lidstaten. Na de Russische annexatie van het Oekraïense Krim-schiereiland in 2014, besefte de EU-landen dat bij een eventuele aanval op een lidstaat de militaire hulp letterlijk lang op zich zou laten wachten. Sindsdien zijn er volgens de Commissie weliswaar stappen gezet, maar onvoldoende. ‘De bestaande versnipperde, onsamenhangende lappendeken van nationale regels, procedures en bureaucratische drempels veroorzaken ernstige knelpunten en vertragingen’, aldus de Commissie.
Het Mobiliteitspakket moet een eind maken aan deze nationale regelbrij. Benodigde vergunningen om militairen en hun materieel door de EU te verplaatsen moeten overal op dezelfde manier verkregen worden, en sneller. Diplomatieke toestemming voor militair transport mag maximaal drie dagen op zich laten wachten. Ook voor milieuvergunningen – het gaat immers om het vervoer van grote en soms gevaarlijke goederen (tanks, munitie, brandstof) – is het devies: soepeler en sneller.
De verstrekte vergunningen hoeven, als het aan de Commissie ligt, ook niet langer jaarlijks vernieuwd te worden. Ze blijven zo lang als nodig geldig. In noodsituaties als bedreiging van de EU of een lidstaat zijn de procedures nog sneller en krijgt militair transport voorrang op de weg, over het spoor of via havens en luchthavens. Uitzonderingen op de regels (denk aan milieu of werktijden) zijn dan toegestaan.
Naast andere regels moet de infrastructuur zelf aangepast worden op militair gebruik. Te veel wegen, tunnels en bruggen zijn te klein of zwak voor zwaar militair materieel. Ook havens en luchthavens zijn niet altijd geschikt voor militair transport en de breedte van de spoorlijnen is niet hetzelfde in alle EU-landen. De vereiste aanpassingen kosten veel geld. Die rekening is grotendeels voor de lidstaten, de Commissie heeft in haar voorstel voor een nieuwe meerjarenbegroting (2028-2034) 17 miljard euro voor dit soort investeringen gereserveerd.
Wegen, vliegvelden en havens moeten ook beter beschermd worden. Datzelfde geldt voor de energie- en communicatienetwerken. De recente verstoring van navigatiesignalen voor vliegtuigen (Oost-Europa), de onbekende drones bij vliegvelden (België, Denemarken) en sabotage aan het spoor (Polen, Frankrijk) maken duidelijk dat betere beveiliging van de vitale infrastructuur geen onnodige luxe is.
De Commissie wijst verder op het gebrek aan grote treinwagons en speciale veerboten die tanks, vrachtwagens en ander zwaar militair materieel kunnen vervoeren. De Commissie bepleit daarom een solidariteitspool waarin de EU-landen op vrijwillige basis aangeven over welke transportmiddelen ze beschikken en hoe die gezamenlijk ingezet kunnen worden. ‘In een Europese crisis komt geen enkele lidstaat alleen vooruit’, aldus het ontwerpvoorstel.
Voor een goede aansturing acht de Commissie een nieuwe militaire transportgroep noodzakelijk, waarin onder meer de lidstaten, de Commissie en de EU-buitenlanddienst vertegenwoordigd zijn. Elk EU-land moet een nationale transportcoördinator aanwijzen die daarin het overzicht heeft en het vaste aanspreekpunt is voor zijn EU-collega’s. De lidstaten en het Europees Parlement moeten de voorstellen van de Commissie goedkeuren.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant