Fusie verfmarkt De dinsdag aangekondigde ‘fusie van gelijken’ van verfmaker AkzoNobel met het Amerikaanse Axalta is een nieuw hoofdstuk in een lange geschiedenis van overnames, afgeketste overnames en afsplitsingen van het concern.
Het Nederlandse bedrijf AkzoNobel groeide in de vorige eeuw uit tot een breed conglomeraat, maar specialiseerde zich vanaf de jaren negentig juist weer als verfmaker.
Een omzet van 17 miljard dollar, activiteiten in 160 landen, 173 productielocaties en 91 onderzoekscentra wereldwijd, 3.200 patenten. Het moge duidelijk zijn uit het dinsdagochtend gepubliceerde persbericht van verfmakers AkzoNobel en Axalta: het fusiebedrijf dat ze gaan vormen, wordt een mondiale speler van formaat.
AkzoNobel, het in Amsterdam gevestigde bedrijf met wortels diep in de Nederlandse bedrijfsgeschiedenis, gaat naar eigen zeggen een „fusie van gelijken” aan met Axalta, een Amerikaanse branchegenoot gevestigd in Philadelphia. Oftewel: AkzoNobel neemt de andere partij niet over en wordt evenmin overgenomen door de Amerikanen. Dit is een vrijwillige samensmelting van activiteiten.
Helemaal ‘gelijk’ zijn de twee bedrijven niet. De huidige aandeelhouders van Akzo krijgen 55 procent van het fusiebedrijf in handen, de rest is voor Axalta-aandeelhouders. AkzoNobel, dat onder meer de merken Sikkens, Flexa en Alabastine verkoopt, is gemeten naar omzet (11,5 miljard dollar in 2024) momenteel de derde verf-en coatingsfabrikant van de wereld, na de Amerikaanse concurrenten Sherwin-Williams en PPG. Samen met Axalta (omzet: 5,3 miljard dollar) wordt AkzoNobel in principe groter dan PPG, dus de nummer twee op de mondiale verfmarkt.
Het trans-Atlantische fusiebedrijf – dat een nieuwe naam moet krijgen – wordt een Nederlandse naamloze vennootschap en wordt gevestigd in Amsterdam, vanwege het „uitstekend functionerend hoofdkantoor en goede infrastructuur”, aldus het persbericht. Goed nieuws voor de Nederlandse fiscus, want dat betekent dat de verfreus hier (de meeste) belasting gaat betalen. Volgens vakbond FNV is het effect op de werkgelegenheid van AkzoNobel in Nederland (zo’n 2.200 banen, van de 34.000 wereldwijd) nog onduidelijk, schrijft persbureau ANP.
Een tegenvaller vanuit Nederlands perspectief is er ook: de beursnotering komt in New York, de notering aan de Amsterdamse AEX komt te vervallen. Akzo en Axalta lijken te kiezen voor de plek waar het meeste kapitaal voorhanden is: de VS.
Wat altijd fijn is voor beleggers bij zo’n fusie: er wordt waarde gecreëerd, althans op papier. AkzoNobel en Axalta beloven 600 miljoen dollar aan besparingen („kostensynergieën”), onder meer doordat aanbestedingen en leveringsketens kunnen worden samengevoegd. AkzoNobel en Axalta lijken elkaar geografisch goed aan te vullen: het eerste bedrijf is vooral sterk in Europa en Azië, het tweede vooral in Noord- en Zuid-Amerika.
Beleggers in AkzoNobel toonden zich evenwel ontevreden met de deal: dat aandeel stond dinsdagmiddag in Amsterdam ruim 3,6 procent lager. Axalta opende in New York juist 2,3 procent hoger, al was deze winst algauw gedaald tot krap 1 procent.
Bestuursvoorzitter (ceo) van het nieuwe Nederlands-Amerikaanse concern wordt Greg Poux-Guillaume, de Fransman die nu AkzoNobel leidt. Of hij een groot Akzo-stempel zal drukken op het fusiebedrijf, moet nog blijken, want voorzitter van de raad van commissarissen (‘chairman‘) wordt Rakesh Sachdev, huidig Axalta-voorzitter. Het Nederlands-Amerikaanse bedrijf krijgt een zogeheten one tier board, waarbij commissarissen en directie in één bestuur zitten, naar Amerikaans model. Bij zo’n bestuursmodel ligt soms de macht meer bij de chairman, soms bij de ceo.
Voor AkzoNobel begint een nieuw hoofdstuk in een lange geschiedenis van fusies, overnames, afgeketste overnames en afsplitsingen. Akzo ontstond 1969 als breed zout-, vezel-, farma- en verfconcern, door het samengaan van Algemene Kunstzijde Unie (AKU) en Koninklijke Zout Organon (KZO). Tot KZO behoorde de verfmaker Sikkens, ooit opgericht door de huisschilder Wiert Willem Sikkens in Groningen in 1792.
Akzo deed in de jaren tachtig en negentig enkele buitenlandse overnames en fuseerde in 1994 met het Zweedse Nobel. AkzoNobel ging verder op overnamepad en groeide verder uit tot een internationaal chemieconglomeraat, naar model van Bayer en BASF in Duitsland.
Maar conglomeraten raakten vanaf de jaren negentig uit de mode in de beleggerswereld: vaak was onduidelijk wat hun focus was en beurskoersen waren vaak gebaseerd op hun zwakste activiteiten. Onder topmannen Kees van Lede (1994-2003) en Hans Wijers (2003-2012) ging AkzoNobel zich verder specialiseren in verf en coatings. Van Lede stootte de kunstvezelproductie af, Wijers verkocht farmatak Organon.
In 2017 werd AkzoNobel zelf overnameprooi: het Amerikaanse PPG deed verwoede pogingen AkzoNobel te kopen. Die overname werd door de AkzoNobel-leiding afgewend. De conclusie was toen: het bedrijf moet zich als verfmaker snel verder versterken. De chemicaliën- en zouttak werd verkocht aan het Amerikaanse investeringsmaatschappij Carlyle en ging zelfstandig verder als Nouryon in 2018.
Vlak na de mislukte overnamepoging door PPG waren er al „constructieve gesprekken” gaande met Axalta over een „fusie van gelijken”, zei het bedrijf in oktober 2017. Toen leverde dat niets op. Acht jaar later wel: tot de fusie is nu officieel besloten, al moeten mededingingsautoriteiten nog wel hun fiat geven aan de deal.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC