Home

Mohammed Mrabet is analfabeet. Hoe kon hij toch literaire meesterwerken publiceren?

De Marokkaanse Mrabet vertelde de verhalen, de Amerikaanse schrijver Paul Bowles tekende ze op. In Mohammed & Paul, nu te zienn op Idfa, geeft documentairemaker Nordin Lasfar een inkijkje in hun werkwijze. Was het terecht dat Mrabet zich misbruikt voelde?

is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.

Het is de bloedhete zomer van 2008. Nordin Lasfar, schrijver Asis Aynan en ondergetekende zijn op pad in de Marokkaanse havenstad Tanger, op zoek naar de woning van literair fenomeen Mohammed Mrabet, toen 72.

In Nederland is hij nauwelijks bekend, maar voor ons, jonge Marokkaanse Nederlanders, is Mohammed Mrabet een ware held. Hij heeft nooit op school gezeten, kan schrijven noch lezen, maar wist dankzij de hulp van de wereldberoemde Amerikaanse schrijver en componist Paul Bowles meesterwerken te produceren als Love With a Few Hairs, The Lemon, Chocolate Creams and Dollars.

Rechttoe rechtaan boeken zijn het, soms met een flinke vleug magisch realisme, en handelend over de maatschappelijke onderklasse van Marokko, waar het leven bepaald wordt door armoede, (seksuele) uitbuiting, koloniale verhoudingen, drugs, maar ook een ijzeren wil om te overleven.

Dit zijn boeken die direct appelleren aan een belangrijk deel van onze identiteit als jongemannen met wortels in Marokko, het land dat onze ouders vanwege economische motieven achter zich hebben gelaten.

Op bezoek bij Mrabet

Het duurt even, maar dan vinden we eindelijk Mrabets woning. Hij doet de deur zelf open, een korte, tanige man, met een scherpe, onderzoekende blik. Het wordt een genoeglijke middag, waarin Mrabet aan een lange kiefpijp lurkt en smakelijke anekdotes deelt over het Tanger van vroeger, toen hij zich er als straatschoffie staande probeerde te houden.

Maar Mrabet is ook behoorlijk bitter: over een gebrek aan erkenning, maar vooral over zijn vriend en vijand Paul Bowles (1910-1999) die hem zou hebben dwarsgezeten.

In de jaren daarop verlies ik Mrabet een beetje uit het oog – andere interesses en literaire voorkeuren komen ervoor in de plaats. Documentairemaker Lasfar blijft wel gefascineerd door de auteur, vooral door zijn moeizame relatie met Bowles, en neemt zich voor om ooit een film te maken over de twee schrijvers.

Film in wereldpremière

Die film, Mohammed & Paul – Once Upon A Time in Tangier, is er nu eindelijk en beleeft op dinsdag 18 november zijn wereldpremière op het Idfa .

De film is deels historisch onderzoek, deels een dromerige verbeelding van Mrabets magisch realistische verteltalent. Lasfar zocht in Amerika figuren uit het Amerikaans literaire establishment op die Bowles en Mrabet van nabij hebben meegemaakt, en dook in Bowles’ persoonlijke archieven, vol brieven en cassettebandjes, die opgeslagen liggen in Amerikaanse universiteiten.

Tussendoor wordt een even fascinerend als onthutsend beeld geschetst van het Tanger vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen de havenstad een trekpleister was voor westerse schrijvers en kunstenaars op zoek naar drugs en goedkope seks.

Begin november, in een Amsterdams koffiezaakje, vraag ik Lasfar nog eens terug te halen waarom we destijds op bedevaart naar Mrabet waren gegaan.

‘Mrabet maakte iets heel anders dan de westerse literatuur die ik hier in Nederland tegenkwam. Hij verliest zich niet in ellenlange beschrijvingen van de gedachtewereld van zijn personages. Ze handelen vooral, en af en toe hebben ze een gedachte. Aan de hand van deze handelingen wordt uiteindelijk wel een groter punt gemaakt. Het vertelt je iets over de onderkant van de Marokkaanse samenleving, over de botsing tussen het Oosten en het Westen.

‘Een goed voorbeeld vind ik Look and Move On (1976), misschien wel zijn beste roman, en sterk autobiografisch. Daarin raakt de hoofdpersoon bevriend met een Amerikaans echtpaar. Op een gegeven moment zegt de Amerikaanse vrouw tegen hem: je leeft op straat, ik wil je redden. Maar de hoofdpersoon denkt: hoezo wil je mij helpen? Ik kan prima voor mijzelf zorgen, ik heb mensen om mij heen, familie.

‘Het enige wat jij wilt, denkt de hoofdpersoon over de Amerikaanse vrouw, is dat ik met jou in bed duik. Maar daar bedankt hij voor, want hij heeft goed in de gaten hoe jonge Marokkaanse mannen door westerlingen seksueel uitgebuit worden. Wanneer die westerlingen weer weggaan, blijven de jongemannen achter in Tanger, misschien met wat geld in hun zakken, maar geestelijk kapot. Als geesten dwalen ze rond door de stad.’

Eerste literaire liefde

Lasfars eerste literaire liefde is Paul Bowles. Hij ontdekte de Amerikaanse schrijver ergens midden jaren negentig, toen hij bij toeval op een tv-documentaire over de Amerikaanse schrijver stuitte. Op beeld verscheen ‘een welbespraakte, gedistingeerde, oudere Amerikaanse schrijver’, zag Lasfar, wonend in Tanger.

Bowles bezocht Marokko al in de jaren dertig en vestigde zich – mede uit de behoefte om afstand te houden tot het verstikkende artistieke milieu in New York – in 1947 definitief in Tanger, samen met zijn vrouw Jane.

Lasfar las het eerst Bowles’ bekendste werk, The Sheltering Sky. Het boek handelt over drie Amerikanen op reis door Noord-Afrika, die gaandeweg, terwijl ze steeds verder de genadeloze woestijn intrekken, geestelijk desintegreren. Het is een existentialistische vertelling, vergelijkbaar met Albert Camus’ De vreemdeling, waarin de westerse mens vergeefs grip probeert te krijgen op een wereld die hij niet begrijpt.

Thuis heeft Lasfar een persoonlijk door Bowles ondertekend exemplaar van The Sheltering Sky. In 1998 klopte Lasfar op de bonnefooi aan bij Bowles in Tanger om de schrijver zelf te ontmoeten. Een foto van de ontmoeting – een piepjonge Lasfar naast de grijze en geanimeerde Bowles – komt ook voorbij in Mohammed & Paul.

‘Ik had in interviews gelezen dat mensen altijd bij hem welkom waren, ze kwamen van overal aangewaaid. Hij was heel vriendelijk, stelde veel vragen. Ik denk dat hij het ook wel leuk vond dat juist iemand als ik bij hem aan de deur stond: een Marokkaanse Nederlander, met interesse in zijn werk. Hij was vooral witte, westerse bewonderaars gewend. Daarna ben ik nog een keer langs geweest, in augustus 1999 – drie maanden voor zijn dood.’

Keerzijde van de Beat Generation in Tanger

In Mohammed & Paul wordt Bowles geportretteerd als de vooruitgeschoven post van een groep Amerikaanse auteurs en kunstenaars, de zogeheten Beat Generation, die vanaf de jaren vijftig in Tanger neerstreken. Grootheden als William S. Burroughs, Jack Kerouac en Allen Ginsberg – bewonderaars van Bowles – werden door Tanger aangetrokken vanwege de speciale juridische status van de kuststad.

Tanger was destijds een zogenoemde ‘internationale zone’, een gebied onder het gezamenlijk beheer van meerdere Europese landen. In deze ‘internationale zone’ heerste – bij gebrek aan één bewindvoerder – een zekere wetteloosheid. Westerlingen, met hun westerse valuta, konden zich er heer en meester wanen en hadden er ongelimiteerde toegang tot drugs en prostituees, vaak jongens uit de armoedige onderkant van de samenleving.

In romantische terugblikken op de aanwezigheid van de Beat Generation in Tanger in de jaren vijftig wordt de kuststad omschreven als een spannende en creatieve broedplaats. In werkelijkheid, zo laat Mohammed & Paul zien, bezagen deze gevierde auteurs de stad hooguit als exotisch decor, en de lokale bevolking als primitievelingen die je naar hartenlust kunt uitbuiten.

‘Tanger werd in de westerse pers heel lang voorgesteld als een soort literaire magneet’, zegt Lasfar. ‘Zelden werd erbij verteld wat al die schrijvers er eigenlijk kwamen doen. Voor een belangrijk deel bezochten ze Tanger om er alles te kunnen doen wat God verboden heeft.

‘Ik herinner mij een dagboekfragment van William S. Burroughs, die achteloos schrijft dat hij op een maandag en op een woensdag seks heeft gehad met – zo denkt hij – twee verschillende jongetjes. Maar als hij er langer over nadenkt realiseert hij zich dat het een en dezelfde jongen was, alleen droeg hij de ene dag een djellaba en de andere dag andere kleren.’

Maakte Bowles zich ook schuldig aan seksuele exploitatie van de lokale bevolking?

‘Dat is lastig te zeggen. Ik heb veel van zijn persoonlijke brieven aan anderen gelezen, en daarin onthult hij eigenlijk heel weinig over zijn seksleven, hij is veel discreter.’

In de film wordt de suggestie gewekt dat de relatie tussen Mrabet en Bowles wellicht ook een seksuele dimensie had. Maar wanneer je zijn relatie met Bowles verder probeert uit te diepen, word je geërgerd afgekapt door Mrabet. Hoe zit het nou?

‘Ook dat is lastig te zeggen. Uiteindelijk is niemand erbij geweest. Ik heb wel interviews met anderen gedaan, die veel explicietere dingen zeggen over de relatie tussen Bowles en Mrabet, maar dat heb ik er uiteindelijk uitgelaten, omdat het ook maar om vermoedens gaat. Ik vond het niet kies om Mrabet vermoedens voor te leggen.

‘Daarnaast: je kent de Marokkaanse schaamtecultuur; seks, en zeker seks tussen mannen, is een enorm taboe. Mrabet is een Marokkaanse man, met inmiddels achterkleinkinderen – ik wilde hem niet in een ongemakkelijk parket brengen.

‘Maar dat wil niet zeggen dat ik het onderwerp helemaal uit de weg ga. Ik plaats hun relatie wel tegen de achtergrond van het Tanger van de jaren vijftig, waarin dat soort seksuele relaties wel degelijk plaatsvond.’

Mrabet had eerst allerlei andere baantjes – barman, visser, caddy – voordat hij als manusje van alles voor het echtpaar Bowles aan de slag ging. Tussen de werkzaamheden door – hij was kok, chauffeur, verzorger – liet hij blijken over een onvermoed verteltalent te beschikken. Een talent dat hij, zoals andere Marokkaanse verhalenvertellers, ontwikkeld en geperfectioneerd had in cafeetjes, waar de straatarme en werkloze jeugd tijd had stuk te slaan.

Bowles besloot de verhalen van Mrabet op te tekenen en kreeg ze met succes uitgegeven bij de Amerikaanse uitgeverij Black Sparrow Press, onder andere de uitgever van Charles Bukowski. Zijn werk werd enthousiast ontvangen door de pers (‘Gevrijwaard van egocentrische idealisering of psychologische opsmuk’, oordeelde The Kirkus Review). Ook vond het werk enthousiaste lezers onder Amerikaanse culturele grootheden zoals Patti Smith en acteur Michael Imperioli (Chris Moltisanti in The Sopranos) die Mrabet ‘een van mijn favoriete schrijvers aller tijden’ noemt.

In Mohammed & Paul heeft Lasfar oude archiefbeelden gemonteerd die een inkijkje geven in de opmerkelijke werkwijze tussen de Amerikaanse en Marokkaanse auteur. Mrabet vertelt in het Darija (Marokkaans-Arabisch) verhalen die een onverwachte, magisch realistische afslagen nemen, waarna Bowles het in bondig, helder Engels vertaalt.

Wie is nou de auteur van deze boeken? Mrabet, die de verhalen vertelt, of Bowles die ze vertaalt en opschrijft?

‘Ja, dat is een lastige, want waar houdt Mrabet op en begint Bowles? Mrabet vertelt altijd bitter dat Bowles zijn woorden vervormd heeft, dingen heeft toegevoegd die hij niet verteld zou hebben. Maar ik ben daar sceptisch over. Bowles geldt als een uitstekende vertaler, hij heeft bijvoorbeeld het werk van Jean-Paul Sartre voortreffelijk vanuit het Frans naar het Engels vertaald, en hij had een oprechte belangstelling in de oorspronkelijke Marokkaanse cultuur.

‘Helaas kon ik de oorspronkelijke cassettebandjes die Mrabet vulde met zijn verhalen niet terugvinden. Wat ik wel terugvond, zijn de cassettebandjes van Larbi Layachi, een andere analfabete verhalenverteller die door Bowles is vertaald. Als je Layachi’s boek A Life Full of Holes naast de ingesproken tekst op de cassettebandjes legt, dan zie je dat Bowles nauwelijks van het oorspronkelijk verhaal afwijkt. Hij laat hooguit hier en daar wat overbodigheden weg, zoals elke eindredacteur dat zou doen, om het verhaal strakker te maken.’

De relatie tussen Mrabet en Bowles zou, met de blik van nu, makkelijk gekarakteriseerd kunnen worden als een exploitatieve, gevormd door koloniale verhoudingen. In de archiefbeelden die Lasfar wist te achterhalen is Mrabet het weinig spraakzame hulpje, de ongeletterde jongeman die geen weet heeft van hoe het literaire bedrijf werkt, zijn eigen werk niet eens zou kunnen teruglezen.

Maar volgens Lasfar ligt het complexer. In de film komt een vriend en onderbuurman van Bowles aan het woord, Phillip Ramey, die vertelt dat Bowles zeker een ‘koloniale kijk’ had op Marokko, maar dat hij niet ‘gemeen’ was.

Wat bedoelt Ramey daarmee?

‘Bowles was in die zin een koloniaal dat hij eigenlijk vond dat Marokkanen niks aan hun cultuur en omstandigheden moesten veranderen. Hij moest ook niets hebben van de bestuurlijke en culturele elite van Marokko die het land en de bevolking probeerden te moderniseren. Dan word je hooguit een nep-Fransman, vond Bowles.

‘Het is een soort exotisme. Zo keek hij ook een beetje naar Mrabet. Hij had niks met Marokkaanse intellectuelen, hij was meer geïnteresseerd in de ongepolijste straatjongens. Het had ook iets spannends voor hem. Zo van, kijk mij eens met dit soort rauwe jongens optrekken.’

Maar was zijn interesse in Mrabet oprecht?

‘Ja, dat weet ik wel zeker. Natuurlijk is het vermengd met exotisme, maar kijk: je blijft niet tot aan je dood in Marokko wonen als je neerkijkt op het land, je spant je niet in voor verhalenvertellers als Mrabet als je er niet iets van waarde in ziet. Hij had oprechte bewondering voor de Marokkaanse verteltraditie en zag met lede ogen aan hoe dat genre langzaam uitstierf.’

Toch verzuurt de relatie tussen Mrabet en Bowles. Hoe komt dat?

‘Vooropgesteld: Mrabet is best een lastige man. Ik ken hem nu al heel wat jaartjes, heb hem vaak opgezocht, en hij is toch altijd een beetje achterdochtig gebleven. Hij kan ook om het minste of geringste verontwaardigd raken.

‘Maar ik ben zijn verbittering wel beter gaan begrijpen. Hoewel Bowles veel voor hem heeft betekend, heeft hij zich ook altijd ondergewaardeerd gevoeld, vooral door de Amerikaanse entourage van Bowles. Hij werd beschouwd als het hulpje, de privéchauffeur, en niet zoals hij zichzelf zag: een kunstenaar. In de biografieën van Bowles worden er maar weinig woorden aan hem besteed. Hij voelde zich gebruikt.’

Wat klopt er van Mrabets bewering dat hem royalty’s zijn onthouden?

‘Dat hij nooit een cent aan royalty’s heeft gekregen is niet waar. Ik heb cheques gezien waaruit blijkt dat er geld aan hem is overgemaakt voor zijn literaire werk. Of hij ook álle royalty’s heeft ontvangen, kan ik niet zeggen. Dat is niet meer te verifiëren.

‘Het ding met Mrabet is: hij is een analfabeet, voor hem is wantrouwen als grondhouding een manier om te overleven in een wereld die hij niet snapt. Hij snapte de contracten niet die hij tekende, had het idee – bij nieuwe edities van zijn eerder werk – dat er nieuw werk van hem werd uitgegeven waarvan hij geen weet had. Dat voedde zijn wantrouwen en versterkte het idee bij hem dat hij werd uitgebuit.’

Uit je film wordt ook duidelijk dat hij behoorlijk gewiekst was – door zijn ‘exotisme’ in te zetten wist hij westerlingen ook om zijn vinger te winden, soms zelfs financieel uit te kleden.

‘Je moet je voorstellen: hij vond zichzelf altijd terug in ongelijke verhoudingen. Hij, een analfabete jongeman, tegenover hoogopgeleide, succesvolle westerlingen, die van alles van hem willen, zijn verhalen, zijn arbeid. Hij dacht: ik kan dit lijdzaam ondergaan, en tevreden zijn met de kruimels die ze mij toewerpen, maar morgen zijn zij weer weg, en sta ik met lege handen.

‘Bowles begreep dat. Die maakte er ook geen groot probleem van als er af en toe opeens spullen uit zijn huis verdwenen. Het was onderdeel van een soort transactie.’

En dankzij die transactie hebben we de boeken van Mrabet.

‘Mrabet was een ritselaar, een jongen van de straat, die van het ene baantje naar het andere ging. Hij had zeker een aangeboren verteltalent, maar het is vanwege de inspanningen van Bowles dat we nu boeken hebben die hun gelijke niet kennen in de wereldliteratuur.’

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next