President Trump wil militairen sturen naar ‘met criminaliteit doordrenkte’ steden. Baltimore doet er alles aan ze buiten de deur te houden. De beruchte stad boekt juist succes met de zachte aanpak die de regering wegbezuinigt.
is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Ze woont in New York.
Kevin Bethea zit in een kringgesprek met een bord op zijn schoot en een kogel in zijn been. Happend van zijn broodje ei, kaas en worst luistert hij naar nieuwe vrienden en voormalige vijanden. De jongemannen om hen heen behoren volgens de gemeente van de Amerikaanse stad Baltimore tot de grootste risicogroep om dader of slachtoffer te worden van geweld. De 19-jarige Bethea werd een jaar geleden neergeschoten.
Hier op het kantoor van Roca, een Amerikaanse non-profitorganisatie die jongeren op het rechte pad probeert te houden, praten ze over hun doelen in het leven. ‘Ik wil een betere vader worden’, hoort Bethea naast hem zeggen. ‘Ik ben al blij dat ik de 40 heb gehaald’, zegt een ander.
Dan krijgt Bethea de beurt. Hij zit onderuitgezakt op de bank met het wankelende bord – benen languit, capuchon op. ‘Mijn doel is om mijn middelbareschooldiploma te halen’, zegt hij, haast onverstaanbaar zacht, ‘en ik voel me vandaag… fantastisch.’
Enkele jaren geleden verkocht Bethea nog drugs op straat. Nu belichaamt hij de transformatie die Amerikaanse steden met hoge criminaliteitscijfers nastreven. De vorige regering, van president Joe Biden, investeerde miljoenen in lokale programma’s tegen geweld en de gevolgen zijn meetbaar geworden. Het geweld nam in de meeste steden af. Zelfs hier in Baltimore, Maryland, lange tijd het symbool van een gevaarlijke Amerikaanse stad. Maar de vraag is voor hoelang.
De regering-Trump heeft een andere visie op criminaliteit. Donald Trump denkt dat sommigen gevaarlijk geboren worden. ‘Ze zijn hardcore’, zei de president eind september in het Witte Huis over kinderen uit Baltimore. ‘Ze zijn geboren om criminelen te zijn.’
Trump wil militairen sturen om de orde te handhaven in ‘met criminaliteit doordrenkte’ steden. Maar experts vrezen dat de nieuw verworven veiligheid van steden als Baltimore daarmee wordt ondermijnd.
‘Ik ben dezelfde persoon als vroeger’, zegt Bethea na het kringgesprek, ‘maar ik beweeg me anders door de wereld.’ Nu hij weer alleen is, klinkt zijn stem luider. Vorig jaar raakte hij op straat verzeild in een schietpartij waarbij tien kogels zijn kant op vlogen. Eentje belandde in zijn been. ‘Dat krijg je ervan als je op straat drugs verkoopt. Maar nu kan ik me de stress van dat straatleven niet meer voorstellen.’
Sinds een jaar loopt Bethea elke ochtend het gebouw van Roca binnen, levert zijn telefoon in, wordt gefouilleerd op wapens. In de ochtend volgt hij lessen. In de middag maakt hij parken schoon voor 15 dollar per uur. In healing circles praat hij over zijn trauma’s en tijdens cognitieve gedragstherapie leert hij tot tien te tellen wanneer het rood wordt voor zijn ogen. ‘Niet meteen handelen’, zegt hij. ‘Eerst bedenken wat het met mijn moeder doet.’
Dit is wat Wes Moore, de gouverneur van Maryland, de ‘allesomvattende aanpak van openbare veiligheid’ noemt: coaches die de buurten goed kennen, helpen jongeren met perspectief op een alternatief leven, waarin ze op hun eigen benen kunnen staan, buiten het criminele circuit.
Het programma lijkt te werken. Vorig jaar telde Baltimore met 201 doden een van de laagste moordcijfers in meer dan tien jaar tijd. In 2023 vielen er 262 doden. Ook New York, Los Angeles, Chicago en Washington zagen hun moordcijfers dalen naar historisch lage niveaus.
Volgens Christopher Herrmann, criminaliteitsonderzoeker aan John Jay College of Criminal Justice in New York, werpen de investeringen in lokale projecten op veel plekken hun vruchten af. ‘Ze richten zich op de onderliggende problemen zoals armoede en kansenongelijkheid. En dat werkt.’
Terwijl Trump bezuinigt op dit soort projecten die criminaliteit bestrijden, is hij bezig de Verenigde Staten steeds verder te militariseren. In steden als Washington, Chicago, Memphis en Portland zette de president al reservisten van de Nationale Garde in voor ordehandhaving. ‘We gaan al onze steden redden’, zei hij, ‘we bereiden ons voor om ook andere steden binnen te vallen.’
Baltimore staat hoog op zijn wensenlijst. Lokale bestuurders willen de komst van troepen naar hun stad koste wat het kost tegenhouden. Ze weten dat het in hun staat alleen maar tot meer onrust zal leiden. De procureur-generaal van Maryland schreef in oktober dat de inzet van militairen ‘machtsmisbruik’ is, dat niets te maken zou hebben met ordehandhaving.
‘We hoeven geen bezetters’, reageerde gouverneur Moore eerder. Hij schreef een brief aan de president waarin hij hem uitnodigde om Baltimore te bezoeken en het recente succes met eigen ogen te zien. Trump reageerde door Baltimore ‘een afschuwelijk sterfbed’ te noemen: ‘Ik ga daar echt niet rondlopen.’
Baltimore is een winderige arbeidersstad met een grote haven en een problematische geschiedenis. In de jaren zestig werd de stad hard getroffen door het verdwijnen van de industrie. Racistische wetgeving maakte het intussen voor zwarte burgers bijna onmogelijk om kapitaal op te bouwen. Witte Amerikanen verkasten naar de buitenwijken en heroïnehandel trok de stad binnen. Gevangenissen liepen vol. Moeders moesten het doen van één inkomen, kinderen groeiden op zonder vader.
Terwijl de criminaliteit welig tierde, verslechterde de relatie tussen de politie en burgers. De wereldberoemde serie The Wire (2002), opgenomen in Baltimore, legde dat wantrouwen voor de hele wereld bloot. Maar dat bleek nog maar het begin. In 2015 werd de 25-jarige Freddie Gray met zo veel geweld gearresteerd dat hij overleed. Er braken grote protesten uit.
Jarenlang slaagden organisaties er niet in om een band op te bouwen met de gemeenschap, omdat ze vreesden met de politie te worden geassocieerd. Want wie de politie bij ruzies betrekt is een snitch, een klikspaan. Roca weet dat te doorbreken.
‘Ik dacht eerst dat hij een detective was’, zegt Bethea over de dag dat een coach van Roca op zijn deur klopte. Hij herstelde thuis van zijn schotwond. ‘Ik voelde me verloren’, zegt Bethea. ‘Ik had mijn moeder aan het huilen gekregen. Veel homeboys namen afstand van mij, omdat ik die foute jongen was.’
Zijn coach vertelt hem dat hij bij Roca een betere toekomst kan bouwen. Dat hij wordt geholpen bij het behalen van zijn schooldiploma en tegelijkertijd geld kan verdienen. ‘Na dat gesprek vertelden vrienden van mij dat de organisatie in orde was’, zegt Bethea, die snakte naar veiligheid. ‘Ik had niks beters te doen.’
De regering-Trump grijpt voor criminaliteitsbestrijding terug naar ideeën uit de jaren tachtig, toen president George Bush senior een War on Drugs voerde tijdens de crackepidemie. Meer arrestaties zouden tot meer veiligheid leiden, was de gedachte. De negatieve gevolgen destijds – generaties zwarte kinderen die opgroeiden zonder ouder, wat weer tot nieuwe problemen leidde – wuift Trump doorgaans weg.
Het Witte Huis schrapte in zijn strijd tegen alles wat ‘woke’ is de afgelopen tijd zo’n 820 miljoen dollar aan subsidies voor meer dan 550 organisaties die criminaliteit aanpakken. Ook Roca in Baltimore kreeg een brief waarin stond dat zij het voortaan met miljoenen minder moet doen.
‘Mijn grote angst is dat de moordcijfers weer zullen stijgen’, zegt directeur Kurtis Paloma op zijn kantoor. Op dit moment begeleiden twintig coaches zo’n 365 jongemannen bij Roca Baltimore. De organisatie heeft nog twee vestigingen, in de staat Massachusetts. ‘Ik kan hier zestig jongeren minder opvangen door de bezuinigingen. Ik moest al een docent ontslaan die ze hielp met examens.’
De strategie van de regering-Trump is een ‘grote stap achteruit’, zegt criminaliteitsonderzoeker Herrmann. Meer gezagsdragers op straat staat niet gelijk aan een afname van geweld. Als er een dealer wordt opgepakt, staat er zo weer een andere op straat. ‘Mensen kunnen zich tijdelijk veiliger voelen, maar die lokale organisaties kunnen voor structurele veiligheid zorgen.’
Bovendien, zegt Herrmann, stuurt Trump militairen naar steden waar de criminaliteit afneemt. ‘Hij heeft het niet over de wapenwetten die geweld mogelijk maken’, zegt hij. ‘Ik denk dat hij progressieve steden vooral wil laten zien dat hij de baas is.’
Coach Calvin Monroe (54) rijdt met zijn witte busje door een verloederd deel van Baltimore. ‘Onze relatie met de politie is eenrichtingsverkeer’, zegt hij. Het miezert. Monroe rijdt langs voortuinen vol hondendrollen en verroeste stoelen op de kop, en langs kapotte ramen die de herfstige kou van Baltimore binnenlaten. ‘Zij helpen ons met informatie, maar andersom krijgen ze niks. Anders zou dit programma het niet lang overleven.’
Monroe werkt al bijna vijf jaar als coach voor Roca. Iedere dag ontvangt hij een lijst met gegevens van jongeren die betrokken waren bij schietpartijen. Slachtoffers worden thuis of in het ziekenhuis bezocht. Omdat velen zich op die momenten kwetsbaar voelen, staan ze open voor verandering.
De organisatie helpt jongeren ook met het behalen van diploma’s, het regelen van ID-kaarten, rijbewijzen en cv’s. Als ze een outfit nodig hebben voor een sollicitatie kunnen ze bij hem aankloppen, maar ook voor een lift naar het gesprek. Hebben ze ruzie met hun partner, bellen ze Monroe.
In de achterbak van de bus heeft de coach een tas liggen met zeep, douchegel en andere verzorgingsproducten, die een van de jongens met wie hij een band aan het opbouwen is, nodig had. Een kwart van de kinderen in Baltimore leeft in armoede. Veel jongeren die vatbaar zijn voor geweld, zijn dakloos of wonen thuis met weinig middelen.
Dan ziet hij een groep jongeren, tijdens schooltijd, schuilend voor de regen onder een boom. Monroe slaat de autodeur achter zich dicht en loopt op de jongens af. Hij schudt een tiener de hand, maakt een praatje met diens blowende vrienden.
Na tien minuten is Monroe terug met een tevreden blik. Hij heeft weer wat nieuwe nummers gekregen van jongens die hij kan benaderen. ‘Als je eenmaal het vertrouwen van een jongen hebt gewonnen, maakt die weer reclame bij de rest.’
Kevin Bethea wist zijn vier jaar oudere halfbroer Tykean ook naar het programma te halen. Bethea vraagt hem op het kantoor van Roca om naar het gesprek te komen. ‘Het duurde even voordat ik doorhad dat ze het beste met ons voorhebben’, zegt Tykean Walker (23).
De broers vertellen over hun vader, die altijd dronken is als ze hem bezoeken, maar ook zegt dat hij van ze houdt. Als Bethea over zijn vaders verleden als drugsdealer begint, springt Walker op. ‘Wat?’, zegt hij verbaasd. ‘Was pa ook een dealer?’
‘Dat heeft hij mij zelf opgebiecht’, antwoordt Bethea. ‘Nog iets wat ik hier heb geleerd is praten. Dat kon ik vroeger niet.’
Zijn broer staart naar de vloer en knikt. ‘Ik had geen idee.’
Al gauw verzinken de broers in een gedachte-experiment. Wat zou er gebeuren als er militairen door Baltimore zouden marcheren, op de plekken waar zij ooit drugs verkochten?
‘Ik denk dat sommigen zich veiliger zouden voelen’, zegt Bethea. ‘Dealers zullen toch ergens anders heengaan.’ Maar Walker is het niet met hem eens. ‘Dan verplaats je het probleem’, zegt hij. ‘Ik denk dat een invasie van militairen mensen machtelozer zal maken. En hopeloze mensen doen uit wanhoop gekke dingen.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant