Home

‘Vaak helpt het als je mensen de juiste feiten en cijfers geeft. Bij immigratie heeft dat weinig effect’

Harvard-hoogleraar Stefanie Stantcheva bestudeert hoe burgers over de economie denken. Mensen overschatten het aantal immigranten sterk, zegt ze. Dat veroorzaakt verzet. ‘Het is een heel tricky gebied, met veel emoties.’

is economieredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over grote bedrijven, ongelijkheid en lobby.

Migratie is niet alleen in Nederland een belangrijk thema, maar in de hele westerse wereld. ‘Dan zie je dat mensen er schromelijk naast zitten’, zegt Stefanie Stantcheva, hoogleraar aan de Harvard-universiteit. ‘In alle onderzochte landen overschatten mensen het aantal immigranten sterk. Ze denken ook dat ze lager zijn opgeleid dan ze in werkelijkheid zijn, en dat ze vaker werkloos zijn en een uitkering hebben dan in het echt.’

Dat veroorzaakt volgens de Franse econoom niet alleen verzet tegen immigratie, maar ondermijnt indirect ook de steun voor de verzorgingsstaat. ‘We hebben een proef gedaan waarin we mensen vroegen naar hun steun voor progressief beleid. De groep waarmee we eerst over immigratie spraken voordat we naar het beleid gingen, was veel negatiever dan de groep die we eerst naar het beleid vroegen. Dus je kunt je voorstellen wat er gebeurt als mensen in de media voortdurend over immigratie horen en lezen.’

Volgens Stantcheva is deze misperceptie minder bij hoger opgeleiden en bij links, maar ook die zitten er geregeld naast. ‘Bij veel onderwerpen helpt het dan als je mensen de juiste feiten en cijfers geeft. Maar bij immigratie heeft dat weinig effect. Het is een heel tricky gebied, met veel emotie. Dan moet je met een verhaal komen, over hardwerkende immigranten die geen uitkering hebben. Dat is dan het tegenwicht tegen het dominante verhaal van de immigrant als profiteur. Wij zijn niet voor of tegen immigratie, daar gaan we niet over, maar we proberen politici en beleidsmakers te laten zien hoe mensen denken. Wat werkt en wat niet.’

Aan Harvard doet Stefanie Stantcheva (39), die onlangs in Nederland was voor de Tinbergen-lezing, onderzoek naar de vraag hoe gewone burgers aankijken tegen de economie en economisch beleid. ‘In de hoofden van mensen kruipen’, omschrijft ze haar werk. Ze kreeg eerder dit jaar de John Bates Clark Medal, een Amerikaanse prijs voor beste jonge econoom.

Stantcheva werd geboren in Bulgarije, waar ze met haar ouders al was vertrokken toen de inflatie er in 1997 de 2.000 procent passeerde. Ze studeerde aan Cambridge, aan de Paris School of Economics en aan het Massachusetts Institute of Technology in Boston, waar ze in 2014 promoveerde. Dit klinkende cv bracht haar naar Harvard, waar ze in 2018 het Social Economics Lab begon, om de denkbeelden van burgers over economisch beleid te bestuderen.

ABN Amro kwam onlangs met een rapport dat mensen in Nederland nu meer te besteden hebben dan voor corona. Toch lijken ze ontevreden. Verrassend?

‘Nee. Ons onderzoek aan Harvard toont aan dat mensen voelen dat hun kosten van levensonderhoud stijgen, misschien wel meer dan de cijfers suggereren. Dan kun je ze vertellen dat ze fout zitten, maar dat is niet mijn conclusie.

‘De rente van een lening voor een auto telt bijvoorbeeld niet mee in het inflatiecijfer, maar mensen zien het wel als kosten, en terecht. En er is inflatie-ongelijkheid. Economisch onderzoek laat zien dat mensen met verschillende inkomens die verschillende soorten goederen en diensten consumeren niet dezelfde inflatie ervaren.

‘We zien in de VS ook dat mensen een promotie of salarisverhoging niet aan de inflatie koppelen. Ze denken niet: mooi, dat maakt de hoge inflatie goed! Verder laat ons onderzoek duidelijk zien dat inflatie leidt tot gevoelens van ongelijkheid. Dat de hogere inkomens sneller stijgen dan de lagere.

‘Economen houden er niet van emoties te bestuderen, maar ik denk dat het erg belangrijk is. Inflatie leidt tot sterke, negatieve emoties: angst, stress en woede. Het heeft bovendien blijvende effecten. Zelfs als de inflatie weer daalt, laat het littekens na. Het blijft in de hoofden van mensen zitten.’

Nog een belangrijk punt: de huizenmarkt. U signaleert dat het zero sum-denken daardoor oprukt: jouw winst is mijn verlies, en andersom.

‘Inderdaad, daar wordt weinig onderzoek naar gedaan. De gedachte is: als jij meer krijgt van iets, krijg ik er minder van. Die zero sum mindset is aan het groeien, vooral bij jongere generaties in veel rijke landen. Vooral in stedelijke gebieden zien we het. Competitie om huizen en banen speelt daar een grote rol. Er is minder groei en opwaartse mobiliteit dan vroeger.

‘De huizenmarkt is een zero sum-situatie geworden. Het aanbod groeit niet of heel langzaam, vooral in de gewilde gebieden. Als anderen een huis hebben, denken mensen, dan heb ik geen huis. Vooral jonge mensen hebben daar mee te maken. En in dit geval hebben ze een punt.’

De Financial Times schreef over uw werk dat we alle problemen zelf veroorzaakt hebben, met slecht beleid.

‘Het gaat er niet om mensen van gedachten te laten veranderen, de wereld moet veranderen. Wij economen houden van positive sum-beleid, waarbij iedereen erop vooruit gaat. Als je kinderen vooruit helpt kost dat op de korte termijn geld, maar op de lange termijn levert het juist heel veel op, voor de hele maatschappij. Dat soort dingen.’

U kruipt al een hele tijd in de hoofden van mensen. Wat is de belangrijkste les?

‘Het gaat niet zozeer om feiten of cijfers, maar wat mensen fair vinden. Bij klimaatbeleid maken mensen zich bijvoorbeeld zorgen dat het lagere inkomens harder raakt dan hogere. Rekeningrijden via een kilometerheffing is economisch gezien heel effectief: de vervuiler betaalt. Maar mensen vinden het niet eerlijk dat de rijken dan wel kunnen blijven rijden en de armere mensen niet. Dan moeten vervuilende auto’s dus verboden worden, voor iedereen. Zulk gelijkheidsgevoel is heel sterk.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next