is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Het dorp Moerdijk telt 1.100 inwoners en 360 huizen. Die moeten wijken voor een nog te bouwen energieknooppunt, voor meer duurzame stroom.
Misschien is er aan de rand van de Biesbosch een stukje grond voor een dorp van 360 villa’s. Als daar prefab woningen worden neergezet van drie ton per stuk komt de totale rekening uit op ruim 100 miljoen euro. Dat is verdeeld over tien miljoen gebouwen in Nederland die op het stroomnet zijn aangesloten slechts 10 euro. Nu de media de beteuterde gezichten van de dorpsbewoners van Moerdijk zo breed hebben uitgemeten, zal niemand daar moeite mee hebben.
Nieuw is het niet. In de Nederlandse geschiedenis zijn waarschijnlijk meer dorpen (gedefinieerd als bewoonde nederzettingen rond een kerk) verdwenen dan er over zijn. De meeste daarvan zijn verzwolgen door water. In Zeeland alleen gaat het om tweehonderd dorpen, waaronder Reimerswaal, ooit de derde stad van de provincie. Het Dagblad van het Noorden meldde dat onder de Dollard ook tientallen voormalige dorpen te vinden zijn. En dat zal ook gelden voor het IJsselmeer en vele andere waterwegen.
Andere dorpen hebben plaats moeten maken voor verdedigingslinies. En dan is er een deel dat moest wijken voor industrie, infrastructuur en landbouw. In het verleden werd daar niet moeilijk over gedaan. In de jaren vijftig en zestig werden veel dorpen opgeofferd voor de wederopbouw, zonder dat er een haan naar kraaide.
In 1957 gaf de regering toestemming voor de bouw van een nieuw Schiphol met meerdere start- en landingsbanen. Daarvoor moest het dorp Rijk wijken. Toen een plan om het dorp 3 kilometer te verplaatsen het niet haalde, werd het complete dorp met bulldozers van de kaart geveegd. De bewoners werden gehuisvest in het verderop gelegen Rijsenhout.
Ook De Hoek en Rozenburg verdwenen voor Schiphol. De dorpen Oterdum, Heveskes en Weiwerd maakten plaats voor uitbreiding van het havengebied bij Delfzijl. In Limburg verdween Kerensheide voor wat nu het industrieterrein Chemelot is.
De inwoners van Nieuwesluis en Blankenburg moesten verhuizen om plaats te maken voor de Botlek en Europoort. Er werd niet gewacht op vergunningen. De ingekochte palen werden verticaal opgeslagen, hetgeen betekende dat ze de grond in werden geheid voordat de bewoners waren verhuisd. De media hadden nauwelijks belangstelling: het nieuws kwam destijds van de staat, niet van de straat. In die tijd kon ook heel snel vervangende woonruimte uit de grond worden gestampt voor mensen die moesten verkassen.
Dat is veranderd. Nederland is het ontwend dat dorpen verdwijnen door de steeds complexere planologische procedures. Als het een keer gebeurt is er grote weerstand. Op de oude locatie willen mensen niet weg en op een potentiële nieuwe locatie zwerft wel een rugstreeppad rond, of er schuilen vleermuizen. Het duurt zeker tien jaar voordat Moerdijk is verplaatst.
Zoals het in Nederland in de jaren vijftig en zestig ging, gaat het in China en India nu. En daar moet tegen worden geconcurreerd. Het volgende te ontruimen dorp zou Wijk aan Zee kunnen zijn: 2.100 bewoners en 1.300 huizen. Want naast elektriciteit uit Moerdijk heeft Nederland ook staal nodig.
Als op rijksgrond 1.300 nieuwe villa’s à drie ton worden gerealiseerd, kost dat 400 miljoen euro. Dat is peanuts gezien de kosten van de totale verduurzaming van Tata: nu geschat op 6,5 miljard euro.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns