Home

Op de tweede week van de klimaattop moeten deelnemende staten vooral aan hun beloftes worden gehouden

Klimaattop Gastland Brazilië wil dat op deze klimaattop de beloftes die landen tijdens eerdere klimaattoppen deden, worden omgezet in actie. In hoeverre dat lukt, zal eind deze week blijken. De onderhandelingen van vorige week verliepen stroef.

Betoging tegen fossiele brandstoffen zaterdag, tijdens de klimaattop in het Braziliaanse Belém.

„We praten niet langer over wat deze klimaattop moet doen – we doen het – maar we moeten streven naar meer.” Met deze woorden opende Simon Stiell, hoofd van het klimaatbureau van de Verenigde Naties, maandag de tweede week van de VN-klimaattop in de broeierige Braziliaanse Amazonestad Belém.

Brazilië wil dat op deze klimaattop de klimaatbeloftes die landen tijdens eerdere klimaattoppen deden worden omgezet in actie. De tijd van praten is voorbij, vindt het gastland: de technische onderhandelingen door diplomaten over wat landen zouden moeten doen, zijn afgelopen week afgerond, nu moeten concrete afspraken volgen.

Inmiddels zijn klimaatministers van de meeste landen gearriveerd om de onderhandelingen verder op te pakken in de tweede week. Ook demissionair minister Sophie Hermans van Klimaat (VVD) en Eurocommissaris Wopke Hoekstra (Klimaat) zijn aanwezig. Later deze week, aan het eind van de top, moet er een slotverklaring komen.

Waar staan de onderhandelingen, nu we over de helft van de klimaattop zijn en de onderhandelingen politiek moeten worden? En wat viel verder op aan de eerste klimaattopweek?

Soepel begin

De eerste week begon verrassend soepel. Het vaststellen van de agenda, met onderwerpen waar tijdens de klimaattop over gepraat moet worden, veroorzaakte bij eerdere klimaattoppen verhitte discussies en neemt normaal meerdere dagen in beslag. Dit jaar was de agenda op de eerste dag al rond.

Brazilië had daarvoor een truc uitgehaald: moeilijke thema’s waren niet op de plenaire agenda gezet maar op de zogenoemde actie-agenda. Over punten op die agenda hoeft geen consensus worden bereikt, in tegenstelling tot de punten op de plenaire agenda. Nadeel is wel dat nog moet blijken in hoeverre punten op de actie-agenda tot resultaten leiden. Maar in elk geval hoefde er niet over iedere komma te worden gediscussieerd, waardoor de agenda snel tot stand kon komen.

Al even snel begonnen de technische onderhandelingen vast te lopen. Over belangrijke thema’s – waaronder tekortschietende nationale klimaatplannen en ‘inclusief klimaatbeleid’ – is vorige week nauwelijks overeenstemming bereikt.

Belangrijke onderhandelingen over dat laatste werden belemmerd door een discussie over het woord ‘gender’. Vrouwen wereldwijd zijn extra kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatopwarming omdat zij vaak minder financiële middelen hebben voor noodsituaties, of bijvoorbeeld omdat zij verder moeten lopen om water te halen, als putten in de buurt zijn opgedroogd. Vandaar dat gendergelijkheid ook besproken wordt in Belém. Maar waar de meeste landen willen focussen op inclusieve klimaatplannen ging het gesprek voor een groot deel over of het woord ‘gender’ in de teksten veranderd moest worden in ‘biologisch geslacht’. Dat is een controversiële wens van onder meer het Vaticaan en Argentinië, die moeite hebben met begrippen als non-binair en transgender.

Demonstranten houden een grote Braziliaanse vlag vast tijdens de mars zaterdag. )

„Deze poging om een ​​enge definitie van gender op te leggen is een manier om de onderhandelingen te vertragen, het proces te belasten en ambitieuzere gesprekken te blokkeren”, reageerde Claudia Rubio Giraldo van de Women’s Environment & Development Organization in de Britse krant The Guardian.

Lichtpunten waren er zeker ook in de eerste week. Zo vonden er ambitieuze gesprekken plaats over het uitfaseren van fossiele brandstoffen. Dat onderwerp staat niet op de officiële agenda, maar dat überhaupt veel over het belang ervan gesproken werd als positief gezien.

Duidelijk is dat het klimaatbeleid van individuele landen (vooral) moet gaan over het geleidelijk uitfaseren van fossiele brandstoffen. Toch hebben landen dit onderwerp op eerdere klimaattoppen zo veel mogelijk vermeden. Het is nog spannend wat de precieze uitkomst van die gesprekken zal zijn.

Dat veel onderhandelingen nog weinig hebben opgeleverd, strookt niet met het voornemen om van COP30 de cop of action te maken. Toch kijkt niemand ervan op. Over het algemeen worden pas in de tweede week, tijdens de politieke fase, concrete beslissingen genomen. Pas dan zal blijken in hoeverre het ministers lukt concrete plannen op te nemen in het slotakkoord.

„Duidelijk is dat er enorm veel werk ligt voor ministers en onderhandelaars”, zei Stiell maandag in zijn speech over de komende dagen. „Ik spoor u aan om snel naar de moeilijkste kwesties te gaan”.

Begrafenis fossiele brandstoffen

Afgelopen zaterdag gingen tienduizenden mensen uit de hele wereld de straat op in Belém om de afgevaardigden op te roepen om actie te ondernemen. Dit is voor het eerst sinds de 26e klimaattop in Glasgow dat er weer ruimte was voor zo’n grote demonstratie – de laatste drie tops waren in Egypte, Dubai en Azerbeidzjan, waar demonstreren minder makkelijk gaat.

Tijdens een optocht van zo’n vier kilometer zongen de activisten (inheemse) liederen en hielden ze borden met teksten en getekende dieren in de lucht. Het meest opvallende: er werd een begrafenis voor fossiele brandstoffen gehouden. Enkele in het zwart geklede vrouwen, met zwarte tranen als make up, droegen drie doodskisten, met de tekst ‘olie’, ‘steenkool’ en ‘gas’ met zich mee, aldus The Guardian. „Ons leven hangt af van de uitbanning van fossiele brandstoffen”, zei een van hen tegen die krant.

Dat actie noodzakelijk is, werd opnieuw duidelijk in de eerste klimaattopweek. Rondom de klimaattop verschijnen doorgaans verschillende klimaatrapporten en dit jaar logen die er niet om. Begin vorige week hadden landen nog snel hun klimaatdoelen voor 2035 aangescherpt, maar uitvoering daarvan zou „weinig tot geen meetbare vooruitgang in de voorspellingen over opwarming van de aarde” tot gevolg hebben, stond in een rapport van de Climate Action Tracker (CAT) van vorige week.

Simon Stiell, hoofd van het VN-klimbaatbureau.

Op de klimaattop tien jaar geleden in Parijs spraken landen af om op de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2, en liever 1,5 graad in vergelijking met het pre-industriële niveau. Met alle plannen die landen hebben doorgerekend, stevent de wereld af op 2,3 tot 2,5 graden opwarming. Elke tiende graad opwarming vermijden telt, om ergere klimaatrampen als overstromingen en hittegolven te voorkomen dan die nu al plaatshebben. ‘Klimaatadaptie’, die landen moet beschermen tegen de gevolgen van opwarming, en de financiering daarvan, staat dit jaar dan ook hoog op de agenda.

„Onderhandelaars werken dag en nacht”, zei Stiell maandag. „Ik prijs de de goede wil gedurende de eerste week. ” En: „Nu is het tijd om onze mouwen op te stropen, om samen te komen en de klus te klaren.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Klimaat

De laatste ontwikkelingen rond klimaat natuur en duurzaamheid

Source: NRC

Previous

Next