In de unieke mensensmokkelzaak tegen Eritreeër W. kwamen in de Zwolse rechtbank slachtoffers aan het woord. ‘Ik was een onbevangen, misschien naïeve jongen, maar die is voorgoed weg.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Ze werden in hun vlucht uit Eritrea ontmenselijkt door hun smokkelaar, en nu ‘deze sadist’ terechtstaat voor de rechter in Zwolle, wil de tragiek dat de slachtoffers ook bij het uitoefenen van hun spreekrecht naamloos blijven. Uit angst dat de tentakels van verdachte Amanuel W. tot ver buiten de gevangenis reiken, zijn ze maandag in de rechtbank gereduceerd tot hun getuigennummer.
Waar verdachte W. consequent blijft zwijgen, spraken in Zwolle maandag G-101, G-114, G-078, G-079.
‘Het allerergste van dit alles is niet dat wij zijn mishandeld, want dat geneest uiteindelijk’, zegt G-101, een 38-jarige man met zwart kroeshaar. ‘En ook niet dat wij honger hebben geleden, want als je hier niet aan sterft dan gaat dit ook voorbij. Nee, ik denk nog steeds aan de vrouwen die onder dwang werden meegenomen en verkracht.’
De rechtbank in Zwolle hervatte maandag de unieke mensensmokkelzaak tegen W. Uitzonderlijk, omdat een niet-Nederlander terecht staat voor daden die hij in het buitenland pleegde tegen niet-Nederlanders. Op de vierde zittingsdag was niet alleen het woord aan de slachtoffers, maar werden ook de persoonlijke omstandigheden van W. besproken.
Om daar zicht op te krijgen, verbleef W. een maand in het Pieter Baan Centrum. Psychologen en psychiaters observeerden hem, maar kregen ‘onvoldoende zicht op zijn vermogen tot empathie’. Uit verklaringen die W. aflegde nadat hij aan Nederland werd uitgeleverd in 2022, blijkt dat hij zelf een tragisch leven achter de rug heeft. Zijn vader zegt hij niet gekend te hebben, terwijl zijn moeder hem op zijn 7de afleverde om te werken bij een veeboer. Net als voor alle mannen in dictatuur Eritrea wachtte op zijn 18de een lange dienstplicht in het leger.
Hij weet daar na jaren te ontsnappen, maar niet nadat hij forse straffen van eigen leiders had ondergaan. W., zo vertelt de Zwolse rechter, zou een keer hebben geweigerd te schieten op een collega-militair die op de vlucht sloeg. Voor straf werd hij in de brandende zon zes uur in de ‘helikopterhouding’ gelegd, waarbij de rechterarm aan het linkerbeen op de rug wordt gebonden en de linkerarm aan het rechterbeen. Het zijn het soort martelingen waartoe W. volgens slachtoffers later zelf opdracht gaf als leider van een van de grootste mensensmokkelnetwerken in Libië.
Het lot bracht G-078 al op 14-jarige leeftijd in handen van W. De littekens door de ‘mishandelingen verdwijnen langzaam’, zegt zijn advocaat namens hem, omdat de zaak voor hem nog te veel losmaakt om er zelf bij te kunnen zijn. ‘Maar wat hij van binnen met mij heeft gedaan, dat gaat niet meer weg. Ik was een onbevangen, misschien naïeve jongen, maar die is voorgoed weg.’
Voor veel slachtoffers is het extra pijnlijk dat W. een landgenoot is, iemand die dezelfde taal spreekt en nota bene zelf ook zegt te zijn ontsnapt aan het Eritrese dictatoriale regime. ‘Je zou verwachten dat iemand je dan helpt’, zegt G-101, die nu pakketbezorger van beroep is. Inmiddels vraagt hij zich af of ‘er wel iets menselijks zit’ in de man op de stoel naast hem. ‘Voor hem is een koffiekopje meer waard dan een mensenleven.’
W. ontkent sinds het begin de misdadiger te zijn waarvoor justitie en bijna tweehonderd gehoorde getuigen hem houden. Maar in de rechtbank weten slachtoffers het zeker. De man met zijn teruggetrokken haarlijn, die tijdens de zittingen steevast zijn blauwe ski-jack aanhoudt, gedachteloos voor zich uit kijkt en alleen af en toe zijn witte Nikes van onder zijn stoel onder de tafel schuift en terug, is zonder twijfel hun beul.
‘Voor mij is hij geen verdachte’, zegt G-114, taxichauffeur van beroep. ‘Ik was erbij, ik was zijn slachtoffer, getuige, ik was daar, ik heb alles gezien.’
Met ‘daar’ doelt hij op de loods van W. in Libië. Waar hij volgens getuigen permanent meer dan duizend voornamelijk Eritreeërs opeengepropt gevangen hield. Mensen die al duizenden euro’s hadden betaald om daar onder erbarmelijke omstandigheden via Soedan en de Libische woestijn te komen, maar vervolgens naar familie moesten bellen met de boodschap meer geld over te maken. Om de mensen aan de andere kant van de lijn daarvan te doordringen, werden slachtoffers tijdens het telefoongesprek gemarteld.
Dat bellen met familie boezemt G-079, een van W.’s vele misbruikslachtoffers, nog steeds angst in. Zij is overtuigd dat hij daardoor precies weet met wie hij van doen had. ‘Dat maakt dat ik nog steeds bang ben dat hij mij via handlangers kan bereiken’, zegt haar advocaat namens haar. ‘Afgelopen nacht had ik weer een nachtmerrie. Hij was vrij en zei dat de wet niet voor hem geldt. Ik werd zwetend en huilend wakker en ben gaan bidden om bescherming.’
Zich richten tot God was ook wat G-114 deed toen hij door toedoen van W. op een waardeloos schip op de Middellandse Zee dobberde. Een vrouw aan boord bleek de ‘Lofzang van de Heilige Maria’ bij zich te hebben. ‘Voor God is niets onmogelijk’, zei ze tegen hem. ‘Sta op en doe wat, jij kunt het.’ En dus begon hij maar.
‘De mensenmassa begon met mij mee te zingen’, vertelt hij in de rechtbank. ‘Door de kracht van God bleven wij beschermd totdat de grote boot kwam. We staken veilig de zee over.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant