Na tien jaar leek Haïti weer klaar voor verkiezingen. Die moesten dit weekend een democratisch lichtpuntje worden in het door armoede en corruptie verscheurde land. Maar vanwege geldgebrek en bendegeweld draaide het uit op weer een teleurstelling.
In het land is geen functionerend vliegveld meer over. De hoofdstad is voor meer dan 90 procent in handen van bendeleden, die het gezag van de politie op straat met geweld hebben overgenomen. Er is al twee jaar geen regering meer. De vorige democratisch gekozen president werd vier jaar geleden doodgeschoten.
Dat is nu de situatie in Haïti. De opgave om nieuwe verkiezingen te organiseren leek sowieso al onmogelijk. Maar eind vorige maand trok de verkiezingsraad zelf de conclusie: verkiezingen zijn onhaalbaar.
Zo is er niet genoeg geld: voor de verkiezingen is 137 miljoen dollar (ruim 117 miljoen euro) nodig. Daarnaast woont 60 procent van de bevolking in een gebied waar gevaarlijke bendes stemmen onmogelijk maken. Ruim een miljoen Haïtianen hebben hun huis moeten verlaten, velen hebben honger en de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens.
Sinds tien jaar verkeert Haïti in een machtsvacuüm. De laatste president was de mateloos impopulaire Jovenel Moïse, die in 2021 door bendeleden om het leven werd gebracht. Na zijn dood nam Ariel Henry het stokje van hem over, maar zonder succes. In 2024 werd Henry toegang tot zijn eigen land geweigerd. De bendes hebben nog altijd bijna de hele hoofdstad Port-au-Prince in handen, inclusief de luchthaven.
Na het vertrek van Henry werd een tijdelijke regering opgetuigd die Haïti naar stabiliteit moest loodsen. Met als uiteindelijke doel: verkiezingen dit weekend. De resultaten zijn teleurstellend, zegt Robert Fatton jr. tegen NU.nl. Hij komt uit Haïti en is hoogleraar Bestuur en Buitenlandse Zaken aan de universiteit van Virginia in de Verenigde Staten.
"De overgangsregering moest een nieuwe grondwet opstellen en die per referendum goedkeuren. Dat is niet gebeurd", zegt Fatton. "Ook moest ze de veiligheid in Port-au-Prince herstellen. Ook dat is niet gebeurd. En tot slot moest ze verkiezingen organiseren. Dat gaat ook niet gebeuren."
Het mandaat van de overgangsregering eindigt op 7 februari 2026. Dan moet er een nieuwe president zijn. Maar Fatton betwijfelt of dat gaat lukken.
Volgens Fatton lag er een plan voor "slechte verkiezingen" op tafel. "Dat zou de politieke crisis alleen maar verder aanwakkeren." Meer dan 220 partijen waren goedgekeurd voor deelname. Dat is een stuk meer dan de 149 zetels die in het Haïtiaanse parlement te verdelen zijn.
En zolang de bendes de dienst uitmaken, zijn veilige verkiezingen sowieso onmogelijk. De beruchtste en machtigste groepering is Viv Ansanm, die vooral in en rond Port-au-Prince actief is. De leider is oud-politiechef Jimmy Chérizier. Zijn bijnaam 'Barbecue' kreeg hij vanwege beschuldigingen dat hij mensen in brand steekt.
Onderhandelen met de bendes is een optie, maar geen populaire. Viv Ansanm heeft duizenden doden op zijn geweten, onder wie vele onschuldige burgers, blijkt uit VN-cijfers. De bende beheert wegen, scholen en zelfs het drinkwater in de bezette delen. Haïtianen worden met belastingen uitgebuit en onderdrukt.
Toch sluit Fatton niet uit dat een toekomstige president de groep te vriend zal moeten houden. "Als de omstandigheden maar slecht genoeg zijn, kunnen bendeleiders tegen wil en dank politieke figuren worden."
Het alternatief is de bendes te verdrijven, iets wat tot nog toe maar niet wil lukken. Daarvoor is de regering erg afhankelijk van hulp van buitenaf. Fatton: "Het is maar de vraag of de bendes zo machtig zijn, of dat vooral de politie en het leger zo ongelofelijk zwak en corrupt zijn dat ze de bendes gewoon niet aankunnen."
Eerdere pogingen om Haïti via de Verenigde Naties te hulp te schieten, strandden. Maar vorige maand was er toch een lichtpuntje. Op de Algemene Vergadering keurde een meerderheid van de VN-leden de inzet van een buitenlandse troepenmacht goed.
De zogeheten Gang Suppression Force (GSF) moet bestaan uit 5.500 militairen die de bendes te lijf gaan. De vraag is vooral wie gaat bijdragen. "Niemand weet wie onderdeel van die macht wordt", zegt Fatton. "Er wordt veel gesproken over inzet van landen in Centraal-Amerika, Azië en Afrika. Maar dat is zeker nog niet rond." Ook financieel zijn er nog grote gaten te vullen.
Bovendien kan het nog wel tot april duren voordat zo'n grote troepenmacht op de been is. Dat is maanden nadat het mandaat van de overgangsregering is verlopen, benadrukt Fatton. "En als de overgangsregering aftreedt, weet niemand wat er gaat gebeuren en wie de macht grijpt."
Toch zou zo'n grote buitenlandse troepeninzet een nachtmerrie zijn voor Viv Ansanm, dat zich met hand en tand verzet tegen buitenlandse inmenging. De steun voor de GSF laat bovendien zien dat de internationale gemeenschap Haïti nog niet heeft opgegeven, schreef een Britse denktank onlangs.
Maar ook als de GSF slaagt, is er nog een lange weg te gaan, stelt Fatton. "Zodra de orde is hersteld, moet het land opgebouwd en hervormd worden. En ik weet niet of Haïti en de internationale gemeenschap het daar makkelijk over eens gaan worden."
De weg naar vrede en stabiliteit is dus nog lang. Haïti zal nog wat langer moeten wachten op de eerste verkiezingen in meer dan tien jaar.
Source: Nu.nl algemeen