Home

Vakantieplannen en vrijwilligerswerk: zo leven zij met uitgezaaide kanker

Steeds meer patiënten bij wie uitgezaaide kanker wordt ontdekt, kunnen langer leven, bleek dinsdag uit onderzoek. Ook NU.nl-lezers Elbert Aarssen en Noreen Aveskamp hebben kanker met uitzaaiingen. "Toch zeggen mijn zoons dat ik wel honderd word."

Op 13 september 2017 nam Elbert Aarssen plaats in de grote wachtruimte van het Tergooi-ziekenhuis in Hilversum. Hij had net urine ingeleverd. "Ik had een slappe bak koffie voor mijn neus en probeerde zoveel mogelijk contact met anderen te vermijden. Als je in een ziekenhuis zit, ga je dood, dacht ik", zegt de 65-jarige Elbert nu.

Diezelfde ochtend kregen Elbert en zijn partner Karen te horen dat hij uitgezaaide prostaatkanker heeft. "De röntgenscan kleurde zwart door alle uitzaaiingen. Karen dacht dat de oncoloog vast de verkeerde foto voor zich had. Dat was niet zo, verzekerde de arts."

Genezing was niet meer mogelijk, maar de artsen zouden er wel alles aan doen om de groei van (nieuwe) uitzaaiingen te remmen. "Ik was ontzettend boos en teleurgesteld en dacht dat het met me gedaan was. De arts verwees me door naar het Helen Dowling Instituut, dat zich specialiseert in psychologische zorg voor mensen met kanker. Inmiddels heb ik, dankzij het instituut, die emoties een plaats gegeven."

Hoewel de boodschap ook bij Karen insloeg als een bom, stortte ze zich al snel op de praktische zaken. "Moeten we iets met extra vitamines of eetstijl, bijvoorbeeld. Huilen kan wel als het eenmaal zover is", vertelt ze.

Intussen leeft Elbert al acht jaar met de uitgezaaide kanker, waar hij eerst nog drie tot vier jaar had gekregen van de oncoloog. "Ik maakte de afspraak om tien jaar vol te maken", zegt Elbert. "En daar hou ik hem nog altijd aan", vult Karen aan.

Elbert vergelijkt zijn kanker met een poppetje in een kamer. "Dat poppetje is er altijd, net als de kanker. Als ik me goed voel, dan staat dat poppetje ergens in de hoek. De laatste tijd zit dat poppetje nog net niet aan de eettafel. Ik ben snel moe en loop sinds kort moeilijk, waarschijnlijk door ontstekingen in mijn hiel."

De verschillende behandelingen, zoals hormoonprikken en immuuntherapie, hebben ook andere voordelen, ervaart Karen. "Elbert dacht altijd zwart-wit, maar denkt nu ook in tinten grijs. Hij huilt soms sneller bij televisieprogramma's dan ik", grapt ze.

Samen met zijn vrouw richt Elbert zich op alles wat nog wél kan. "We kunnen samen huilen van het lachen. En we gaan graag op vakantie in Engeland. Waar we normaal het rugzakje vol eten hadden tijdens de wandeling, lopen we nu een paar 100 meter en staat de koelbox in de auto", vertelt hij.

Vakanties of zelfs weekendplannen zorgen volgens Elbert voor een toekomst. "Als je toekomst hebt, dan is er hoop." Net als Elberts hoop dat iemand door zijn verhaal de stap durft te maken om naar de huisarts te gaan bij onverklaarbare klachten.

"Ik kon ineens niet meer praten", herinnert de 64-jarige Noreen Aveskamp zich van vijf jaar geleden. De artsen dachten dat Noreen een hersenbloeding had. "Na een MRI-scan van mijn hoofd en torso bleek dat helemaal niet het geval."

Op de scans waren een hersenmetastase (een uitzaaiing van een tumor op een andere plek in het lichaam) en tumoren aan beide longen te zien. "Er ontstond een groot gat onder mijn voeten waar ik door werd opgezogen", zegt Noreen. "Eenmaal uit het ziekenhuis ging ik thuis alles opruimen. Zo zorgde ik ervoor dat al het juiste papierwerk klaar lag, mocht ik snel overlijden."

Na de diagnose belandde Noreen in een "mallemolen" van onderzoeken en behandelingen. Voor de hersenmetastase kreeg ze bestralingen, die goed aansloegen. "Na één bestraling was de tumor verdwenen."

Voor de tumoren in haar longen kwam Noreen in aanmerking voor immuuntherapie. "Die sloeg zo goed aan, dat we na twee behandelingen moesten stoppen. Ik kreeg last van artrose en longembolieën. Daarnaast kwam ik door de prednison 21 kilo aan."

Sinds het stopzetten van de immuuntherapie heeft Noreen geen nieuwe behandelingen meer gehad. "Ik slik geen andere medicatie meer, behalve bloedverdunners voor de longembolieën. Maar lichamelijk ben ik wel achteruitgegaan. Ik kan slechter traplopen en voor bukken heb ik geen kracht meer."

Vanwege haar ziekte moet Noreen regelmatig op controle komen. De eerstvolgende controle is op 21 november. "In de aanloop daarvan denk ik soms: wat als? Of: het kan niet altijd goed zijn", zegt ze.

Inmiddels werkt Noreen in de sportschool aan haar conditie, waardoor ze weer stukken kan lopen. Ook doet ze vrijwilligerswerk in het ziekenhuis. "Ik ben weer nuttig, in plaats van op de bank wachten tot ik doodga. Ik heb ook helemaal geen zin om te stoppen met leven. Mijn zoons zeggen zelfs tegen de kleinkinderen: 'Oma wordt wel honderd jaar.'"

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next