Patti Smith wist al lang dat er een ‘companion’ moest komen van haar iconische memoires Just Kids. Tijdens het schrijven van Engelenbrood deed ze een ontdekking waardoor ze zichzelf opnieuw moest definiëren.
is kunstredacteur voor de Volkskrant en schrijft over fotografie en beeldende kunst.
Op 15 oktober: een nieuw videobericht van Patti Smith (78) op Substack. Ze staat op een klein balkon op de bovenste verdieping van haar hotel in Brussel, waar ze ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van haar legendarische debuutalbum Horses twee avonden zal optreden.
Wollen muts op het lange grijze jaar, bril met lichtgetinte glazen, colbert over een T-shirt met opdruk – haar vaste outfit.
De stemming is opgetogen. Niet alleen omdat ze in de stad is waar zo graag komt, omdat ‘die wilde Brusselaren’ haar al sinds haar eerste Europese tournee, in 1976, op handen dragen. Ook omdat het hotel waar ze logeert zich bevindt in de straat waar de 19de-eeuwse dichter Arthur Rimbaud, misschien wel haar grootste literaire held, door zijn minnaar Paul Verlaine in de pols werd geschoten.
Ze draait haar laptop naar de straat, draait ’m weer terug omdat ze bang is dat hij van de rand van het balkon valt. Gaat verder over de twee geliefden: daar was het hotel waar het gebeurde, daar het café waar ze vaker zaten, het politiebureau waar Verlaine vastzat, en niet ver hiervandaan bracht Rimbaud op 19-jarige leeftijd zijn meesterwerk Une saison en enfer naar de drukker.
Je ziet haar gezicht, steeds vrolijker, en je weet: de mensen die een kaartje voor haar show hebben weten te bemachtigen, treffen vanavond een performer die zin heeft er een onvergetelijke avond van te maken.
Toch is Horses niet de reden dat we de dag erna hebben afgesproken. Dat zijn haar nieuwe memoires Bread of Angels (in het Nederlands vertaald als Engelenbrood). Het is de tweede keer dat we elkaar spreken; tien jaar geleden, bij de verschijning van haar memoires M Train, had de Volkskrant een telefonisch interview met haar.
‘Ik herken je stem’, zegt ze als we elkaar de hand hebben geschud. ‘Wat leuk om er nu een gezicht bij te zien.’
Destijds vertelde ze dat ze alweer met een nieuw boek bezig was. Het moest een ‘companion’ worden van haar wereldberoemde memoires Just Kids, het coming-of-ageverhaal dat ze schreef over haar relatie met (de later wereldberoemde fotograaf) Robert Mapplethorpe. Broekies van 20 toen ze elkaar eind jaren zestig ontmoetten in New York, beiden vastbesloten het als kunstenaar te gaan maken.
Wie wil weten hoe het leven in die stad voor jonge kunstenaars was, in de jaren zeventig: lees dat boek. Dichterbij kun je niet komen. Armoede, baantjes, gehossel, op een kamertje wonen in het Chelsea Hotel, de plek waar William Burroughs Queer schreef, waar Joan Baez kwam en Janis Joplin, Bob Dylan, Alan Ginsberg, Sam Shepard.
Smith schreef er haar gedichten, die later, begeleid door gitaar, songs zouden worden en haar de naam godmother of punk zouden opleveren. Ze bleek een oerkracht op het podium, vormde een band, nam Horses op. Onbedoeld werd ze een rockster; zelf zou ze zich in eerste instantie schrijver blijven voelen.
Dat nieuwe boek, zei ze in het vorige interview, zou over de beginjaren van haar band gaan, en meer dan ze tot dan toe had aangedurfd, over haar jong overleden man Fred ‘Sonic’ Smith, oprichter van de activistische punkband MC5. Voor hem trok Smith zich op het hoogtepunt van haar roem vijftien jaar terug uit de openbaarheid, om zich op het schrijven te storten en een gezin te stichten.
Bread of Angels is uiteindelijk veel meer geworden dan dat: het verhaal omspant uw hele leven.
‘Heb ik je de vorige keer niet verteld over de droom waarin een boodschapper mij een boek bracht? Het was een wit boek, met een wit lint eromheen, en er stonden allemaal Irving Penn-achtige foto’s in van jurken, van mijn eigen jurken. Een communiejurkje, een wat haveloze victoriaanse jurk die Robert bij een kringloopwinkel voor me had gekocht, een feestjurk die mijn broer Todd me had gegeven, mijn trouwjurk.
‘Ik werd wakker uit die droom, met mijn handen uitgestrekt, alsof ik dat boek nog steeds vasthield. En omdat ik een beetje bijgelovig ben, was dat voor mij een teken dat mijn volgende boek over de verschillende perioden van mijn leven moest gaan, maar ook over de mensen die veel invloed op me hebben gehad: mijn ouders, broer en zussen, geliefden, klasgenoten zelfs (lacht). Ik wilde hen, als dank, tot leven brengen, een beetje zoals ik in Just Kids met Robert had gedaan.’
Engelenbrood gaat inderdaad over de dierbaren in het leven van Smith, van wie er veel zijn overleden. Mapplethorpe: in 1989. Haar man Fred: in november 1994. Todd, haar broer, een maand later.
Maar het boek gaat ook veel over haarzelf en over hoe ze geworden is wie ze is geworden. De eerste hoofdstukken gaan over haar jeugd. Over haar vader en moeder, fabrieksarbeider en serveerster. Over hoe ze als kind niet wil opgroeien, met haar hoofd in de boeken zit, wegdroomt in een fantasiewereld en op haar 10de al weet dat ze kunstenaar wil worden.
Hoe ze niet veel later, opgegroeid met de Bijbel (haar moeder was Jehova’s getuige), afstand neemt van het geloof als ze tijdens bijbelles te horen krijgt dat voor kunst geen plaats is in Gods koninkrijk.
Hoe ze op haar 19de zwanger raakt en de moeilijke beslissing neemt om het kind af te staan, omdat ze een onstuitbare drang heeft haar droom na te jagen.
Op haar eerste single uit 1974, Piss Factory, opgenomen in de Electric Lady Studio in New York, hoor je hoe dat klinkt:
I got nothing to hide save desire (...)
I’m gonna get on that train and go to New York City
I’m gonna be somebody
I’m gonna get on that train, go to New York City,
I’m gonna be so big I’m gonna be a big star
Een rebel, noemt u zichzelf; het boek begint zelfs met een woord dat u zelf heeft verzonnen: rebellenbult.
‘Ik heb er niet over nagedacht, het woord stond ineens op papier. Ik keek ernaar en dacht: wat zou het betekenen?’
Een bult veronderstelt een soort last. Voelde u die ook?
‘Ik heb altijd geweten dat je dingen moet opofferen als je de roeping voelt om kunstenaar te worden, of dichter. Niet alleen financieel; toen ik begon, in New York, of zelfs de decennia ervoor, de ééúwen ervoor, was de kans dat je arm en onbekend dood zou gaan groter dan dat je rijk zou worden met je kunst.
‘Maar het kunstenaarschap vergt ook een andere opoffering. Die van tijd en aandacht voor anderen. Ik ben sociaal gezien een mislukking. Ik vind het niet leuk om tijdens een diner naast een vreemde te zitten, ik weet gewoon niet wat ik moet zeggen. Dan verontschuldig ik me dat ik naar de wc moet, en dan blijf ik daar.
‘Toen ik jong was, heb ik eens een gedicht geschreven over hoe ik op een feestje was en zin had om te dansen. Er gebeurde iets dat mijn verbeelding op gang bracht, en toen ben ik weggeglipt om op een rustige plek te kunnen schrijven. En dan mis je dingen. Camaraderie. Plezier.’
Patti Smith is twee dingen. Ze is natuurlijk veel meer, maar deze twee zijn de kern: ze is een performer en een schrijver. Een extravert en een introvert. Iemand die niets liever doet dan met haar publiek in de zaal, haar miljoen volgers op Instagram of haar 240 duizend subscribers op Substack, te delen wat haar inspireert. En iemand die teruggetrokken leest en leest en haar gedachten noteert in aantekenboeken – er gaat geen dag voorbij dat ze dat niet doet.
Een worker noemt ze zichzelf. En de dingen die ze in de openbaarheid doet: haar duty.
De performer en de schrijver wisselen elkaar voortdurend af, maar overzie je haar leven in Bread of Angels, dan is ze ook langere perioden óf het een óf het ander.
Als er na Horses nog een album komt, en nog een, en tournees, en fans die haar adoreren en alle nummers woord voor woord meezingen, nestelt zich in Smith langzaam een groeiende behoefte zich als schrijver te ontwikkelen. Niet alleen van nummers of van gedichten, ook van verhalen.
En als haar man op 46-jarige leeftijd aan hartfalen overlijdt en ze haar gezin moet onderhouden, legt ze alles wat ze heeft geschreven in een la en richt ze zich weer op de muziek.
In een van de mooiste hoofdstukken uit het boek beschrijft ze de vijftien jaar die ze samen met haar echtgenoot en hun twee kinderen in St. Clair Shores, Michigan doorbrengt. Rommelig huishouden, weinig geld, een boot gestrand in de tuin, twee volwassenen die ondanks hun teruggetrokken leven niet ophouden met groot dromen.
Je ziet Fred, gebogen over zijn zeekaarten, ook al is de boot niet zeewaardig. Hij wil leren vliegen, haalt zijn vliegbrevet, wil een nieuw soort symfonie schrijven. Patti staat elke dag om vijf uur ’s ochtends op om te schrijven, tot de rest van het gezin wakker is en de boterhammen moeten worden gemaakt.
Dagdromen: als ze met haar kop muntthee tegen de witte muur van een hengelsportwinkel zit, beeldt ze zich in dat ze in Tanger, Marokko is.
‘Ik heb mijn stem gevonden door te reizen’, schrijft u in het boek, ‘niet alleen als mens, ook als schrijver.’ Maar in de jaren in Michigan heeft u niet één reis gemaakt.
Ze knikt.
Veel mensen zouden gefrustreerd raken, maar u hebt de gave om aan alles wat niet helemaal loopt zoals gewenst een positieve draai te geven.
‘Maar ik reisde wel in mijn herinnering. En ik reisde door te studeren. Ik kwam in die tijd op plekken waar ik nooit eerder was geweest, zoals Egypte, gewoon door er boeken over te lezen, naar Egyptische muziek te luisteren. Fred bracht uit de bibliotheek zelfs een boek met luchtfoto’s voor me mee, zodat ik het land kon zien alsof ik er in een vliegtuig overheen vloog.
‘Ik ben in die tijd ook begonnen aan een boek over een reiziger die niet reisde, behalve dan in gedachten.’
En waar ging die reiziger heen?
‘O, naar de bergen in Peru, naar het Spanje van de 19de eeuw, naar allerlei plekken. Maar dat boek heb ik nooit afgemaakt. Ik heb al decennia niet meer gekeken naar wat ik in die tijd heb geschreven. Ik word verdrietig van de notitieboeken met de Transformers-stickers die mijn zoon Jackson erop plakte toen hij 5 was, van de pagina’s met aantekeningen van iets wat Fred had gezegd en wat interessant was om te onthouden. Van al die kleine dingen uit een gelukkige tijd.’
Was het om die reden ook moeilijk om dit hoofdstuk te schrijven?
‘Ja. Het duurde niet alleen lang voor ik eraan kon beginnen, ik vond het ook moeilijk om te schrijven over Fred als privépersoon. Het was een kwestie van de goede balans vinden: ik wilde dat de lezer Fred leerde kennen, als mens. Maar ik wilde de dingen ook niet mooier maken dan ze waren.’
U bent terughoudend in het beschrijven van de laatste periode van zijn leven. Zijn lichaam was verzwakt door een vroege verslaving. ‘Het is het moeilijkste dat ik ooit heb meegemaakt’, is wat u daarover kwijt wil.
‘Er zijn mensen die denken dat ze er recht op hebben om alles van je te weten, alleen maar omdat je bekend bent. Ik vind dat ze dat recht niet hebben.’
Waarom noemt u hem ‘mijn kapitein’?
‘Omdat ik niet alleen van hem hield, maar hem ook bewonderde. Fred had een aangeboren wijsheid. Hij was zo iemand die, als hij zijn zinnen ergens op zette, alles kon. Hij was ook veel empathischer en meelevender dan ik, en meer politiek geëngageerd.
‘Toen Iraanse studenten Amerikaanse diplomaten en burgers in gijzeling hielden in de Amerikaanse ambassade in Teheran (tussen 4 november 1979 en 20 januari 1981, red.) heeft Fred de ambassade gebeld en gezegd: wij bieden onszelf aan, in ruil voor de gegijzelden. Ik bedoel: voordat we kinderen kregen, had ik maar één wens: kunstenaar zijn en de wereld zien. Hij was echt een activist. Ook dat heb ik van hem geleerd. Eigenlijk kun je zeggen: ik ben dankzij hem een beter mens geworden.’
Er wordt weleens gezegd: als schrijver ben je getuige van je eigen tijd. Maar u kiest er niet voor om de grote wereldgebeurtenissen in uw boeken te verweven. Waarom niet?
‘Omdat mijn verbeelding, die behoorlijk actief is, mijn grootste gave is. Mijn engagement en mijn activisme bewaar ik voor mijn optredens en lezingen.’
Nog een zijstapje naar de muziek. People Have the Power, ook al bijna veertig jaar oud. Bij vrijwel al haar optredens is het de toegift. Als je even niet meer weet hoe het voelt om hoop te hebben op verandering: zoek het nummer op YouTube. Kijk niet alleen naar het podium, maar ook naar de zaal. Hoe de armen omhooggaan als Smith eindigt met de oproep: ‘Use your voice.’
Die zaal staat overigens, sinds Just Kids, soms voor meer dan de helft vol met mensen onder de 25. ‘Dat boek heeft me een nieuw publiek gebracht. Omdat het een boek was over de jeugd. En ik hou van jonge mensen. Van hun energie. Ik vertrouw op ze, zij zijn de toekomst.’
Wat was de aanleiding voor People Have the Power?
‘De kandidaatstelling van Jesse Jackson (dominee en mensenrechtenactivist, red.) voor het presidentschap van 1988. Fred en ik waren allebei aanhangers – onze kinderen heten niet voor niets Jackson en Jesse (geboren in 1982 en 1987, red.). Fred wilde een nummer voor hem schrijven, voor zijn campagne, maar toen Jackson zich terugtrok, dacht hij: dan moet het een soort anthem worden, voor het volk.
‘Op een dag liep hij binnen terwijl ik aardappels stond te schillen in de keuken – ik had een slecht humeur, weet ik nog, Jackson had honger en ik moest de afwas nog doen –, de captain liep dus de keuken binnen en hij zei:
‘Tricia.’
‘Ja?’
‘People have the power.’
‘Oké.’
‘En hij zegt: ‘Schrijf het.’
‘Ik dacht: hier heb je je mensen met macht, je kunt een aardappel naar je hoofd krijgen.’ Ze lacht. ‘Dat was een grapje.
‘Kort daarna ben ik ervoor gaan zitten. Ik dacht: wat is de mens, op zijn best? En toen herinnerde ik me een uitspraak uit de Bijbel: de zachtmoedigen zullen de aarde beërven. Niet zachtmoedig als zwak, maar als nederig. En omdat ik ben opgegroeid met de protestbeweging van de jaren zestig, wilde ik ook dat ze in opstand kwamen.’
Ze gaat alle coupletten langs. Geeft uitleg. ‘Dit gaat over Afghanistan, dat net was aangevallen door Rusland.’ ‘Dit is een couplet over het klimaat.’ ‘Kleine knipoog naar Martin Luther King.’ Ze eindigt met die ene zin: ‘People have the power to wrestle the world from fools.’
Die zin heeft nu nog meer betekenis dan toen u ’m schreef.
‘Het is onze belangrijkste opdracht: onszelf te ontworstelen aan de gekken. We hebben nu een van de sluwste, kwaadaardigste mensen als president, die bezig is ons land over te nemen. We leven bijna in een dictatuur. Het is verschrikkelijk.’
Op driekwart van het boek: een verrassing. Patti Smiths vader, Grant Smith, over wie ze in de eerste hoofdstukken zo liefdevol schrijft, die haar bijbracht: zelf denken, je eigen pad bewandelen, blijkt niet haar biologische vader te zijn.
Er waren weleens vage insinuaties geweest, pas na de dood van haar beide ouders doet ze samen met haar zus een DNA-test. Smith is 70 als ze achter de identiteit van haar vader komt. Hij was boordschutter tijdens de Tweede Wereldoorlog, had Joodse voorvaderen in Rusland. Haar moeder had vlak na de oorlog kortstondig een affaire met hem gehad.
Heeft die ontdekking uw boek ook een andere richting gegeven?
‘Nou, het werken eraan heeft er allereerst twee jaar door stilgelegen. Ik moest eerst verwerken wat ik had gehoord. Vervolgens wist ik niet wat ik met de informatie moest doen. Als ik het geheim zou houden, zou het boek iets onwaarachtigs krijgen. En ik wilde niks schrijven dat gehuld zou zijn in bedrog.’
U moest uzelf helemaal opnieuw definiëren, schrijft u.
‘Niet alleen mezelf, ook hoe je iemand die je nooit hebt ontmoet, integreert in je familieverhaal. Pas toen ik hem, samen met mijn zus, die dus mijn halfzus bleek te zijn, volledig had omarmd, kon ik beginnen met over hem schrijven.
‘We hadden het aan het begin van ons gesprek over die rebellenbult. Als kind had ik altijd al het idee dat ik anders was dan mijn broer en zussen. Ik was opstandiger, bevroeg altijd alles. En nu hoorde ik van mensen die mijn biologische vader hadden gekend dat hij eigenwijs was en een geagiteerde inslag had. Dat hij gul was, maar ook een beetje arrogant. Hij hield bovendien van reizen. Dus ja, alles viel met die ontdekking meer op zijn plaats.’
Uw boek leest als de laatste memoires, waarin u de balans opmaakt van uw leven en aan een proces van loslaten begint. Vindt u dat een moeilijk proces?
‘Alles gaat achteruit als je ouder wordt. Je gezondheid, je uiterlijk, je mobiliteit. Maar de natuur is in die zin vriendelijk voor me, dat ik geestelijk meer helderheid heb gekregen. En dat ik verlies makkelijker accepteer.
‘Ik weet dat ik uiteindelijk van het leven afscheid moet nemen, dus ik leer mezelf aan om nu al de kleine dingen los te laten. Mijn favoriete boeken, de talismannen die ik in mijn leven heb verzameld. Het is een pijnlijk proces, en het wordt pijnlijker naarmate je jezelf meer aan alles vastklampt. Maar het is ook een gezond proces. Het heeft iets bevrijdends.’
Ze pakt een pluk van haar grijze haren vast. ‘Misschien knip ik dit er binnenkort wel allemaal af. Net zoals je dat kunt doen als je een kind bent. Gewoon, de schaar erin. Just, uhm, be free.’
1946 Geboren op 30 december in Chicago.
1967 Verhuist naar New York en ontmoet Robert Mapplethorpe.
1971 Schrijft samen met Sam Shepard toneelstuk Cowboy Mouth.
1973 Vormt een band, treedt op in kleine clubs in downtown Manhattan.
1975 Brengt Horses uit.
1976-1978 Albums Radio Ethiopia en Easter. Op die laatste plaat staat haar grootste hit Because the Night, geschreven met Bruce Springsteen.
1979 Na haar vierde album Wave trekt Smith zich terug uit de openbaarheid.
1980 Trouwt met Fred ‘Sonic’ Smith. In 1988 maken ze één album samen, Dream of Life.
1992 Woolgathering, poëziebundel.
1996 Album Gone Again. Daarna volgen nog vijf studioalbums, Banga uit 2012 is de laatste. Van Horses verschijnt in 2005 een livealbum.
2005 Benoemd tot Commandeur in de Franse Ordre des Arts et des Lettres.
2007 Opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.
2010 Just Kids. Wint de National Book Award voor non-fictie.
2015 M Train.
2016 Neemt namens Bob Dylan diens Nobelprijs voor de literatuur in ontvangst.
2019 Year of the Monkey.
2022 Book of Days.
2025 Publicatie Bread of Angels (Engelenbrood) en jubileumuitgave Horses.
Patti Smith woont in New York City.
Patti Smith: Engelenbrood. Uit het Engels vertaald door Nadia Ramer. De Geus; 352 pagina’s; € 21,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant