De planeet stuurt ons een laatste aanmaning, stellen vooraanstaande Europese wetenschappers, onder wie Thomas Piketty. Daarom moet de Europese Unie zo snel mogelijk een einde maken aan de fossiele subsidies die mede de klimaatverandering veroorzaken.
Donderdag komen de minister van Financiën van de EU samen bij de Raad van de Europese Unie om te beslissen of Europa doorgaat met het subsidiëren van juist die krachten die het klimaat ontregelen of dat er eindelijk een begin wordt gemaakt met het aanpassen van het belastingbeleid aan het wetenschappelijk bewijs.
De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) heeft bevestigd dat 2024 het warmste jaar was dat ooit is gemeten. Voor het eerst is de gemiddelde temperatuur op aarde gedurende een heel jaar meer dan 1,5 graad Celsius hoger geweest dan vóór de industriële revolutie. Met het huidige niveau van de uitstoot van broeikasgassen (GHG) is het doel van het beperken van de wereldwijde opwarming tot 1,5 graad Celsius onbereikbaar, volgens de meest recente bijstelling van klimaatindicatoren zoals vastgelegd in het kader van de IPCC.
Europa, dat nog ruim twee keer zo snel opwarmt als het wereldwijde gemiddelde, krijgt nu de rekening van die versnelling gepresenteerd: dodelijke hittegolven, catastrofale overstromingen, mislukte oogsten en oplopende verzekeringskosten. Voor miljoenen burgers zijn deze gevolgen geen waarschuwingen meer maar maken ze deel uit van het dagelijks leven en vormen ze een voorproefje van de bedreigende toekomst.
Over de auteurs
Christophe Cassou is klimaatwetenschapper (Frankrijk); Lucas Chancel is econoom en universitair hoofddocent (Frankrijk); Stefan Dullinger is hoogleraar ecologie (Oostenrijk); Franz Essl is hoogleraar (Oostenrijk); Jean Jouzel is paleoklimatoloog (Frankrijk); Luca Mercalli is voorzitter en hoofdredacteur van het tijdschrift Società Meteorologica Italiana (Italië); Thomas Piketty is econoom en hoogleraar (Frankrijk); Petr Pyšek is hoogleraar ecologie (Tsjechië). Stefan Rahmstorf is hoogleraar oceaanfysica (Duitsland); Jean-Baptiste Sallée is oceanograaf bij het CNRS (Frankrijk); Yamina Saheb is onderzoeker bij Sciences Po (Frankrijk); Rashid Sumaila is hoogleraar oceaan- en visserij-economie (Canada); Mark van Kleunen is hoogleraar ecologie (Duitsland); Sebastian Villasante is directeur van het EqualSea Lab (Spanje); Valérie Masson-Delmotte is klimatoloog aan CEA (Frankrijk).
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Onder het oppervlak neemt de oceaan meer dan 90 procent op van de overtollige warmte die wordt geproduceerd door de vermeerdering van koolstof in de atmosfeer als gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen. De oceaan is nu overal aan het verzuren waarbij de zevende planetaire grens wordt doorbroken. Het State of the Ocean Report (2024) concludeert dat mariene ecosystemen gevaarlijke drempels overschrijden, waarbij hun chemische balans verschuift voorbij de grenzen waarbinnen het leven daar zich heeft ontwikkeld.
Het instorten van de ecosystemen van koraalriffen, van plankton-gemeenschappen en van visgronden langs de kust is niet langer een voorspelling, maar een constatering.
De cryosfeer vertelt hetzelfde verhaal. Door het versnelde smelten van de ijskappen van Groenland en de westelijke Noordpool moeten we rekening houden met een stijging van de zeespiegel van meer dan 1,5 meter, nog deze eeuw, waardoor Europese steden in kustgebieden ernstig gevaar lopen. Elke nieuwe verzameling gegevens bevestigt wat het IPCC al jaren herhaalt: elke fractie van een graad opwarming verergert de crisis en de enige redding voor een leefbare toekomst is een snelle en blijvende beperking van de uitstoot.
En toch blijft Europa de verdere wereldwijde opwarming subsidiëren met belastingvoordelen. Onder de huidige Richtlijn Energiebelastingen (ETD) blijven de fossiele brandstoffen die worden gebruikt in de luchtvaart, zeetransport en visserij volledig vrijgesteld van belasting. Deze vrijstellingen belopen een jaarlijks verlies van 46,8 miljard euro aan belastinginkomsten. Alleen al de luchtvaart is goed voor 21,3 miljard euro, zeetransport voor 24 miljard euro en de visserij voor zo’n 1,5 miljard euro.
De visserijvloot van de Europese Unie verstookt jaarlijks meer dan 2,3 miljard liter onbelaste brandstof en stoot daarmee 7,3 miljoen ton CO2 uit. Dit is niet alleen een klimaatkwestie. Volgens het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten is de druk door de visserij de belangrijkste oorzaak van het verlies aan mariene biodiversiteit. Door het in stand houden van deze brandstof slurpende en verwoestende praktijken verergeren deze belastingvrijstellingen de gecombineerde crises van klimaat en natuur.
Klimaatwetenschappers, economen en verzekeringsexperts waarschuwen ervoor dat de huidige trends kunnen leiden tot ‘planetaire insolvabiliteit’, als de systemen rond voedsel, water en de economie het allemaal begeven. Uit sommige onderzoeken blijkt dat elke ton CO2 die nu wordt uitgestoten, zo’n 300 euro schade veroorzaakt. In dat licht bezien, is doorgaan met het goedkoper maken van fossiele brandstoffen in plaats van het verantwoordelijk houden van vervuilers een daad van fiscale nalatigheid en ook een moreel falen.
In een recente raadgevende opinie heeft het Internationaal Gerechtshof bevestigd dat staten de wettelijke plicht hebben om ernstige klimaatschade te voorkomen en te handelen op basis van het beschikbare wetenschappelijk bewijs.
Het beschermen van concurrentie en het bevorderen van welvaart blijven legitieme doelen, maar die kunnen niet bestaan in een verslechterend klimaat. Als wetenschappers zien wij gevolgen die groter zijn dan enkele tientallen jaren geleden werd voorzien. Als economen zien wij dat subsidies die vervuiling belonen en de ineenstorting van het klimaat versnellen de concurrentie verstoren en vernieuwing tegenhouden. Beide disciplines komen tot dezelfde conclusie: het afschaffen van subsidies op fossiele brandstoffen is essentieel voor het behoud van een stabiel en leefbaar Europa.
De herziening van de Richtlijn Energiebelastingen is een moment van waarheid. De ministers van financiën en EU-lidstaten kunnen ervoor kiezen om een eind te maken aan iedere bevordering van het gebruik van fossiele brandstoffen, belastingvrijstellingen voor luchtvaart, zeevaart en visserij af te schaffen en nationale overheden toestaan om belasting te heffen op schadelijke energieconsumptie. Ze kunnen ook garanderen dat er een systeem van minimumbelastingtarieven overeind blijft om zo eerlijke omstandigheden te garanderen in de hele EU en tegelijkertijd ambitie te stimuleren.
Onder druk gezet door een aantal lidstaten hebben opeenvolgende voorzittende landen het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie uitgekleed. Het huidige voorstel van voorzitter Denemarken voert niet alleen weer volledige vrijstellingen in, maar verbiedt ook het opnieuw aankaarten van dit onderwerp tot 2035. Zelfs lidstaten die brandstofbelasting willen invoeren voor de luchtvaart, zeevracht of visserij zouden dat wettelijk niet meer mogen doen.
Voor die sectoren waarop nu belasting wordt geheven, vertraagt het voorstel ook het optrekken van belastingtarieven met de inflatie of veranderingen in de kosten van levensonderhoud tot 2041, waardoor het belastingtarief ineffectief wordt. In de komende dagen, voorafgaand aan de politieke beslissing op 13 november, onderhandelen lidstaten over het nog verder afzwakken van wat nu al een compromis is. Langzaam maar zeker verwordt de richtlijn Energiebelastingen tot een volstrekt lege huls.
Het doorgaan met subsidiëren van fossiele brandstoffen en tegelijkertijd burgers en bedrijven vragen om de ecologische transitie te betalen is onrechtvaardig en onhoudbaar. De inkomsten uit de belasting op fossiele brandstoffen kunnen worden gebruikt om begrotingen te ondersteunen, schone investeringen te bevorderen en het vertrouwen van de burgers in een eerlijke klimaatactie te herstellen.
Het fiscale systeem van Europa is ooit ontworpen voor een wereld die er niet meer is. Donderdag 13 november hebben de ministers van Financiën van de EU de kans dit te heroverwegen voor de wereld die er nog wel is. De kosten van uitstel zullen niet alleen worden uitgedrukt in euro’s maar ook instabiliteit van het systeem van de aarde en alle levens die daarvan afhankelijk zijn.
Vertaling: Leo Reijnen
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant