Hans Wijers kwam donderdag onder politiek vuur te liggen vanwege zijn uitspraken over VVD-leider Yesilgöz. Samen met Sybrand Buma moet hij Rob Jetten en Henri Bontenbal begeleiden bij het schrijven van de ‘basis van een regeerakkoord’. Wie zijn deze twee informateurs?
Juist de mensen met echte invloed hebben vaak de neiging die te bagatelliseren. Toen Hans Wijers weer eens torenhoog was geëindigd in de Volkskrant Top 200 van invloedrijkste Nederlanders, vond hij dat zelf nogal overdreven. Het is toch echt gewoon het kabinet dat de besluiten neemt, merkte hij op, gecontroleerd door de Kamer en de pers. ‘Dan ben ik maar eerste klasse amateurs.’
Wie daarop zijn cv bekeek, moet hebben geconcludeerd dat Wijers te bescheiden was. Zoals de jury destijds al stelde: ‘Wijers is een van de zeer weinigen in Nederland die op het hoogste niveau actief waren in zowel de politiek als in het bedrijfsleven.’
Op dat snijvlak opereert Wijers (74) al zijn hele werkzame leven. Hij is macro-econoom, gepromoveerd op industriepolitiek en sinds 1976 lid van D66. Ruim 45 jaar geleden al was hij economisch adviseur van D66-leider Jan Terlouw.
Enkele jaren later leverde Wijers de sociaaleconomische passages van de speech waarmee partijoprichter Hans van Mierlo zijn politieke rentree aankondigde. Hij was directeur van organisatie-adviesbureau Horringa en De Koning toen diezelfde Van Mierlo hem in 1994 naar het Binnenhof haalde als minister van Economische Zaken in het eerste paarse kabinet.
Weinig ministers drukten zo’n duidelijke stempel op het land als Hans Wijers, die uitgroeide tot het gezicht van de liberalisering en de marktwerking. Hij verruimde de winkeltijden, brak de prijsafspraken van advocaten en notarissen, liberaliseerde de taximarkt en introduceerde de marktwerking in de distributie van elektriciteit: afnemers kregen vrijheid in de keuze van hun leverancier.
Hij weigerde met belastinggeld Fokker te redden, waarop de Nederlandse vliegtuigfabriek failliet ging. Maar ook introduceerde hij het Actieprogramma Duurzame energie, dat onder meer de plaatsing van windturbines eenvoudiger maakte.
Toen het afscheid van Van Mierlo zich aankondigde, keken velen naar Wijers als gedroomde opvolger. Maar die bedankte vriendelijk voor de eer (‘ik heb gemerkt dat ik naar mijn aard minder makkelijk functioneer als partijpoliticus’) en kondigde in 1998 zelfs aan dat hij de politiek helemaal verliet.
Daarmee werd zijn directe invloed weliswaar kleiner, maar zijn indirecte des te groter. Na zijn politieke jaren was hij de topman van AkzoNobel, voorzitter van het Wereld Natuur Fonds en veelgevraagd commissaris, met een sterke voorkeur voor instituten met een nationale uitstraling. Hij belandde onder meer bij Shell, Heineken, ING, voetbalclub Ajax en het Concertgebouw. Niemand keek vreemd op toen hij in 2013 werd benoemd tot voorzitter van het Nationaal Comité dat de inhuldiging van koning Willem-Alexander organiseerde.
Hans Wijers zit op alle plekken die ertoe doen, concludeerde deze krant in 2014. Nu keert hij, na 27 jaar, terug in politiek Den Haag. En meteen weer op de plek waar alle ogen op gericht zijn: de Schrijfkamer waar in de komende drie weken op onconventionele wijze de basis moet worden gelegd voor het kabinet-Jetten.
Welke kant hij de premier in spe op gaat sturen, laat zich lastig voorspellen. Veel PvdA’ers konden in de jaren negentig uitstekend met Wijers uit de voeten, maar de oudgedienden zullen ook nog niet zijn vergeten dat toenmalig VVD-leider Frits Bolkestein de D66-bewindsman weleens plagerig ‘de zesde VVD-minister’ noemde.
GroenLinks-PvdA-leider Jesse Klaver zal niet meteen gejuicht hebben bij het nieuws dat de Leeuwardense burgemeester Sybrand Buma nu als informateur bij de kabinetsvorming betrokken raakt. In 2017 botsten Klaver en Buma hard tijdens de mislukte onderhandelingen over de vorming van een kabinet-Rutte III. ‘Het was surrealistisch’, zei de toenmalige CDA-voorman over zijn ervaringen met GroenLinks. ‘Het kon alle kanten opgaan.’
Het onverbloemde oordeel paste bij de rechtlijnige en ietwat steile reputatie die Buma (60) opbouwde in 25 jaar aan het Binnenhof. Hij begon in 1994 als medewerker van het CDA en klom daarna als Kamerlid op in de rangen van de partij. Aanvankelijk zag lang niet iedereen een partijleider in hem. Buma leek beter te gedijen op de achtergrond.
Pas in 2010 kreeg de jurist landelijke bekendheid bij de vorming van het kabinet-Rutte I met gedoogpartner PVV. Buma trok samen met Maxime Verhagen op om die samenwerking door te drukken. Als fractieleider moest hij daarna alle zeilen bijzetten om dissidenten binnenboord te houden en brandjes in de diep verdeelde partij te blussen.
Dat Geert Wilders al na anderhalf jaar het kabinet liet struikelen, kon Buma hem nooit vergeven. Nog jaren later vlogen de CDA’er en PVV’er elkaar tijdens debatten in de haren over de gang van zaken in het Catshuis, waar de samenwerking na wekenlang onderhandelen spaak liep.
Buma wist na de kabinetsval Mona Keijzer te verslaan in een strijd om het partijleiderschap, en moest het zwaar aangeslagen CDA er weer bovenop zien te helpen. De nieuwe CDA-voorman voerde stevig oppositie tegen het kabinet-Rutte II, wat hem op het verwijt kwam te staan ‘een verantwoordelijkheidsvakantie’ te hebben genomen.
Binnen de eigen gelederen groeide langzaam de waardering voor Buma, die trouw bleef aan zijn ietwat hoekige stijl en soms bevreemdende humor. Onder zijn leiding ging het CDA de strijd aan met de VVD om de rechtse kiezer. In een opzienbarende HJ Schoo-lezing sprak Buma over de gewone Nederlander die verweesd achtergebleven was door de komst van vele nieuwkomers en de individualisering. ‘Onderweg naar dat volmaakte Nederland raakten ze iets kwijt: hun gemeenschap, hun identiteit, het gevoel thuis en geborgen te zijn.’
In 2017 leverde dat verhaal een opleving van 13 naar 19 zetels op voor het CDA, dat toetrad tot het kabinet-Rutte III. Buma bleef als fractievoorzitter in de Kamer, maar dacht ook al na over zijn vertrek. Hij leek uitgekeken op het Haagse wereldje en de obsessie met beeldvorming. ‘We nemen onszelf zo serieus.’
Na Buma’s vertrek naar Leeuwarden belandde het CDA opnieuw in een existentiële crisis door een hevig gevecht om het partijleiderschap, waarna Pieter Omtzigt brak met de partij. Een klein jaar voor zijn exit uit de landelijke politiek had de huidige informateur in de Volkskrant nog gesproken over een van zijn favoriete boeken: Dagboek van een onderhandelaar van PvdA’er Ed van Thijn, over de befaamde formatie van 1977.
De uitkomst destijds: een kabinet over rechts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant