Home

Een slopend uur had ik in de We doorgebracht, als een paria broeken bekloppend

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

‘Ja, goeiemiddag, met wie.’

Ik liet een stilte vallen. ‘Met wie? Met mij.’ Ik herhaalde mijn naam. ‘Jij belt mij. Niet andersom, hè.’

‘Klopt het’, vervolgde het kleuterstemmetje, ‘dat u uw sleutels kwijt bent?’

Oké, interessant, eerst niet weten wie je opgebeld hebt, en vervolgens als een helderziende je vingertje op de zere plek leggen. Het klopte, ik was inderdaad al enige weken mijn sleutels kwijt.

‘Koedie koedie’, zei ik, ‘hoe weet jij dat?’

Het kind deelde nurks mee dat er sleutels waren aangetroffen in een broekzak.

‘O’, riep ik, ‘jij bent van de We!’ Ik schreef over dit dossier al een column, ik was broeken gaan passen in deze kledingketen, en bij thuiskomst waren mijn sleutels verdwenen.

‘Mag ik vragen hoe ze eruitzien.’

‘Van ijzer met kartels’, blafte ik terug. En haastig, om nieuwe boertjes en krampjes te voorkomen: ‘Grapje, er zit een flessenopenertje aan vast. Klopt hè? Kun je een flesje chocomel mee opmaken.’

‘U kunt uw sleutels aan de toonbank komen ophalen’, rondde ze af.

Ook wel teleurstellend. Een slopend uur had ik in de We doorgebracht, als een paria broeken bekloppend. Wie is die ouwe kerel, zag ik de kinderen denken, kan die niet weggaan? Nadat ik mijn hand zeker tweemaal in alle broekzakken in de hele We gestoken had, was ik onverrichter zaken afgedropen. Ondanks mijn inspanningen had mijn bos een maand in een van de broekzakken gezeten. Ik zou een waardeloze zakkenroller zijn geweest, dacht ik mismoedig.

‘Je bent ook een waardeloze zakkenvuller.’

Akkoord. Toch was ik ook wel weer blij. Bijvoorbeeld dat we nog geen nieuwe sloten op de deuren hadden laten zetten. Ik had zo’n sleutelkoning gebeld, meer dan duizend pietermannen. ‘Dan liever inbrekers, een goedemiddag.’ Klik.

Nou, daar dacht mijn schoonmoeder anders over. Snap ik wel, zij denkt dat ik over haar dochter waak. (Het is andersom.) Nadat ze mijn column gelezen had, maakte ze zich zorgen over de dief. Die zou het stukje vrijwel zeker ook lezen, en dan in mijn andere columns, die de dief vervolgens zou uitpluizen, erachter komen dat we in Breda woonden, waarna het voor de dief, inmiddels gemaskerd met geschouderde zak, een peuleschil zou zijn om via het bevolkingsregister, denk ik dan, aan ons precieze adres te komen.

‘En dan komt-ie ’s nachts langs’, antwoordde ik, ‘om mijn columnbundels te stelen?’ Sleutelsmiley erbij, je kent het wel.

Toen mijn schoonmoeder bij ons op bezoek was, nam ze me nog aardig te grazen. We zaten te lunchen, toen ze met gespitste oren opkeek. ‘Er komt iemand binnen!’ zei ze.

Ondertussen wrongen wij ons al wekenlang in bochten om de hut toch af te sluiten, ’s nachts als we gingen slapen, maar ook als we samen de hort op gingen. (Komt voor.)

Wat we deden, was reservesleutels aan de binnenkant van de deuren steken, van buiten kan je er dan gek genoeg niet in, probeer maar eens. Vervolgens kropen we soepeltjes via een raam dat je van buiten kon afsluiten de tuin in. Vond ik slim bedacht. Kennelijk wachtte ik ergens op.

Op de We-peuter. Ik wist het wel.

Jawel, ik was toch ook wel weer blij. Ik had serieus liever een inbreker gehad, dan eerst zo’n slotenmaker over de vloer, zo’n kerel die je ook gratis bang maakt over je wc-raampje, en dan, als hij nog maar een uurtje vertrokken is, telefoon, dada, toetie, diezelfde We-peuter aan de lijn, sleutels, ffrrt, tralala, etc.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next