Home

De Noren maken een ongekende comeback in het internationale voetbal, en niet alleen dankzij Haaland

Het Noorse voetbalelftal kwalificeerde zich in 1998 het laatst voor een WK, maar staat na een sensationele reeks wedstrijden nu op de drempel van het aankomend wereldkampioenschap. Hoe transformeerde de Noren, die donderdagavond tegen Estland spelen, na jaren vol dieptepunten tot een angstwekkende opponent?

De internationals van Moldavië zijn wel wat gewend qua nederlagen, maar wat ze dit jaar tegen Noorwegen overkomt, is uitzonderlijk. Waar de uitwedstrijd tegen Italië drie maanden eerder nog eindigde in een klein 2-0 verlies, worden de Moldaviërs in september compleet overlopen door Noorwegen.

De ene na de andere bal vliegt erin: bij rust staat het al 5-0. In de tweede helft wordt de vernedering voortgezet, de teller stokt uiteindelijk pas bij 11-1. Nu is Moldavië bepaald geen voetbalreus, maar deze uitslag is een unicum: het is de zwaarste nederlaag uit de geschiedenis voor de Moldaviërs, en een van de grootste overwinningen ooit in een Europese WK-kwalificatiewedstrijd.

Na afloop is de Moldavische doelman Cristian Avram er nog beduusd van. Hij vertelt dat de Noorse superspits Erling Haaland, die zelf vijf keer scoorde en de bal na elke goal snel uit het doel haalde, hem zelfs bemoedigende woorden influisterde tijdens de wedstrijd. ‘Hij zei dat het niet mijn fout was’, zegt Avram na de oorwassing. ‘Hij verontschuldigde zich voor de haast die hij maakte na elk doelpunt. Hij zei dat ze vanwege het doelsaldo moesten blijven gaan.’

De 11-1 tegen Moldavië toonde – naast een gebrek aan genade – de kracht van de Noren, die een uitzonderlijke reeks wedstrijden hebben gespeeld. Noorwegen heeft elke WK-kwalificatiewedstrijd tot nu toe gewonnen en ligt op koers om zich voor het eerst sinds 1998 weer te plaatsen voor een wereldkampioenschap. In de afgelopen tien interlands wonnen de Noren negen keer: alleen de vriendschappelijke wedstrijd tegen Nieuw-Zeeland eindigde onbeslist.

Het doelsaldo in die duels is imponerend: 40 goals voor, 5 tegen. Zelfs van Italië werd overtuigend met 3-0 gewonnen. Met Haaland en Martin Ødegaard in de basis wordt Noorwegen her en der al getipt als outsider voor het WK van 2026.

Dieptepunt

Als het in Noorwegen gaat over de successen van het nationale elftal, wordt er steevast gesproken over het WK van 1998, toen de Noren de achtste finale haalden. Twee jaar later stond Noorwegen nog op het EK, maar in de jaren daarna kwalificeerde het zich voor geen enkele eindronde meer. Bondscoach Ståle Solbakken was zelf onderdeel van de selectie in ’98, maar is het beu om het steeds over dat WK te hebben, vertelde hij aan de Fifa-website: liever spreekt hij over de toekomst.

Over de jaren na de eeuwwisseling hebben ze het in Noorwegen in ieder geval liever niet. Keer op keer werden de Noren uitgeschakeld in de kwalificatietoernooien, de individuele kwaliteit van de spelers nam af. In 2016 werd er zelfs verloren van Belarus en Azerbeidzjan. Voetbalkenners en oud-internationals luidden de noodklok, maar het dieptepunt moest nog bereikt worden: in 2017 daalde het dolende Noorwegen af naar de 88ste plek op de Fifa-ranking, tussen Libië en Madagaskar in.

Investeringen

Destijds waren er al maatregelen genomen om het Noorse voetbal nieuw leven in te blazen, legt Håkon Grøttland uit vanuit Noorwegen. Grøttland is hoofd spelers- en trainersontwikkeling bij de Noorse voetbalbond (NFF) en geldt als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van het nationale voetbal.

Hij noemt twee belangrijke factoren die hebben bijgedragen aan de ommekeer: enerzijds het verbeteren van de faciliteiten en de grootschalige aanleg van kunstgrasvelden, waardoor Noren het hele jaar door op goede velden kunnen spelen, en anderzijds de revolutie in spelersontwikkeling.

‘De afgelopen vijftien jaar is er fors geïnvesteerd in de ontwikkeling van spelers. Dat heeft geleid tot een enorme toename van het aantal bekwame trainers, honderden nieuwe functies en een sterker ontwikkelingstraject voor onze toptalenten’, aldus Grøttland.

Hij noemt vier stappen die essentieel waren voor de ‘revolutie’: het investeren in nationale jeugdteams, een classificatiesysteem waardoor talenten een op maat gemaakt programma krijgen, de introductie van de ‘Landslagsskolen’ (een spelersontwikkelingsmodel van de NFF voor jongens en meisjes van 12 tot en met 16 jaar) en de groei van voetbalscholen met gekwalificeerde coaches.

Grøttland is de architect achter de Landslagsskolen (vrij vertaald: nationale teamschool). Het initiatief werd in 2014 gelanceerd, deels geïnspireerd door de manier waarop België een nationale koers had uitgezet voor de ontwikkeling van spelers.

‘Het doel was om het lokale, regionale en nationale niveau met elkaar te verbinden door middel van één gemeenschappelijke filosofie, zodat getalenteerde spelers – ongeacht geslacht of postcode – tijdens het hele traject met dezelfde ideeën en principes te maken zouden krijgen’, aldus Grøttland.

Gouden tijdperk

Het duurde even, maar na een aantal jaar werd het resultaat van alle investeringen zichtbaar. Bijna iedere international onder de 28 jaar heeft de Landslagsskolen doorlopen, onder wie Ødegaard, Haaland, Sander Berge en de jonge toptalenten Antonio Nusa en Oscar Bobb. De Noorse kampioen Bodø/Glimt bereikte dit jaar bovendien de groepsfase van de Champions League, als eerste Noorse club sinds Rosenborg BK in 2007.

In de meest recente wedstrijd tegen Israël (5-0 winst) beschikte Noorwegen over maar liefst tien basisspelers die in Europese topcompetities uitkomen. De enige uitzondering was Patrick Berg, captain van Bodø/Glimt. Onder andere Alexander Sørloth (Atlético Madrid), Julian Ryerson (Borussia Dortmund), Ødegaard (Arsenal), Nusa (RB Leipzig), Bobb en Haaland (beiden Manchester City) spelen voor een Europese topclub. De getalenteerde aanwas heeft ervoor gezorgd dat bondscoach Solbakken flink heeft kunnen doorselecteren: er zitten slechts twee dertigers in de selectie, de gemiddelde leeftijd is 25,9 jaar.

‘Ik geloof dat we aan de vooravond staan van een nieuw gouden tijdperk voor het Noorse voetbal’, zegt Grøttland, die ook wijst op de Noorse jeugdelftallen die zich internationaal steeds vaker laten gelden.

Wereldsterren

De Noren vormen een hecht collectief dat maar weinig doelpunten incasseert (slechts drie tijdens de WK-kwalificatie). Het elftal is fysiek imposant: in de interland tegen Israël stonden maar liefst zes spelers van minstens 1,90 meter in de basis, een goed voorbeeld van het voetbalclichébegrip ‘de luchtmacht’.

Belangrijker dan de krachtpatsers of de hechte defensie is dat Noorwegen met Haaland en Ødegaard over twee wereldsterren beschikt. Met name topspits Haaland is dit seizoen in bloedvorm: hij scoorde in 18 wedstrijden een duizelingwekkende 28 doelpunten, Messiaanse cijfers. Met 12 goals is hij op dit moment de afgetekende topscorer van de Europese WK-kwalificatie.

De laatste keer dat de Noren zich plaatsten voor een eindronde, was Haaland nog niet eens geboren. Nu lijken ze het WK nauwelijks meer te kunnen mislopen: Noorwegen staat drie punten voor op achtervolger Italië en heeft nog maar twee wedstrijden te spelen. Bij een gelijk aantal punten is het doelsaldo (+16 in het voordeel van Noorwegen) doorslaggevend, dus is een overwinning thuis tegen Estland officieus al genoeg.

‘Als we ons kwalificeren voor het WK, zou dat hetzelfde zijn als dat een groot land het eindtoernooi wint. Het zou het grootste feest ooit worden’, zei Haaland tegen Time Magazine. Als iemand de aangewezen persoon lijkt om donderdagavond het startschot te geven voor de festiviteiten in het Ullevaalstadion in Oslo, is hij het wel, de superspits die symbool staat voor de nieuwe Noorse gouden generatie.

Noorwegen speelt nog twee WK-kwalificatiewedstrijden: donderdag tegen Estland (thuis) en zondag tegen Italië (uit)

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next