Stephen Kings boek uit 1982 over de tot fascistische heilstaat omgebouwde Verenigde Staten is opnieuw verfilmd. Edgar Wrights remake is ambitieuzer en diepgravender dan de vorige.
schrijft voor de Volkskrant over film.
Rouwdouwer-fabrieksarbeider Ben Richards vecht in de eerste scène van The Running Man zijn ontslag aan en meteen is duidelijk hoezeer de liefde voor de betere B-film bij regisseur en scenarist Edgar Wright door de aderen stroomt. Want welke werknemer-in-nood neemt in hemelsnaam zijn zieke dochtertje mee naar een ontslaggesprek, in zo’n aftands kantoortje met uitzicht op een hal vol vonken en staal? Ben doet dit niet om extra zielig te lijken, bijt hij zijn baas toe, maar om te voorkomen dat ‘ik je in elkaar sla’. De toon is vlot gezet.
Wright, onder meer bekend van zombiekomedie Shaun of the Dead (2004) en de verrukkelijk muzikale achtervolgingsfilm Baby Driver (2017), kiest direct voor een volstrekt over de top beeld. Je hoeft niet bekend te zijn met de zwierig-zelfbewuste films van de Engelsman om zijn gevoel voor pulp op waarde te schatten.
The Running Man is gesitueerd in een Amerika waar een reusachtig techbedrijf is vervlochten met een alles en iedereen onderdrukkend overheidsregime. Brood en spelen zijn verhuisd naar reality-tv: het volk wordt vermaakt met een spelshow waarin deelnemers worden opgejaagd tot de dood erop volgt. Wie 30 dagen overleeft, een heilig doel waarin niemand eerder slaagde, wacht een leven in luxe, met de juiste medicijnen voor je zieke kind.
Het is een dystopie uit het brein van Stephen King, die in 1982 tijdens het presidentschap van de mediaslimme conservatief Ronald Reagan onder zijn pseudoniem Richard Bachman schreef over de tot fascistische heilstaat omgebouwde Verenigde Staten van, jawel, 2025.
De eerdere verfilming (uit 1987) van Kings roman stond voornamelijk in dienst van de oneliners van de enkele jaren daarvoor doorgebroken Arnold Schwarzenegger (in de remake prijkt zijn hoofd op de zogenoemde New Dollar-biljetten) en toverde het speldecor om tot pure camp. Schwarzenegger gaat als Richards gekleed in een geel spandexpak, het strijdtoneel beperkt zich tot een uit de kluiten gewassen tv-studio, de tegenstand bestaat uit krankjorum uitgedoste spierbundels met kettingzagen en vlijmscherpe ijshockeysticks.
Wrights remake kent met Glen Powell een wat anoniemere hoofdrolspeler, maar is verder verzorgder, speelser en graaft dieper. Dat zie je terug in de reclames voor The Running Man-show die de onderdrukte burger tegemoet tettert: met zichtbaar plezier gemaakte jarentachtigpastisches zijn dat, in de trant van de nepreclames waarmee Paul Verhoeven zijn RoboCop lardeerde.
De actie is virtuoos en vindingrijk: het idee om enkele scènes te voorzien van ‘live’ tv-commentaar past bij de mediakritische noten die de film tracht te kraken. In dat opzicht is The Running Man behoorlijk ambitieus. Niet alleen beeldmanipulatie door AI komt aan bod, Wright laat zijn publiek óók kauwen op de rol van televisie als katalysator van polarisatie.
Actie
★★★★☆
Regie Edgar Wright.
Met Glen Powell, Josh Brolin, Colman Domingo, Michael Cera, William H. Macy, Jayme Lawson.
133 min, in 113 zalen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant