Home

Heel soms twijfelt Olena: moeten ze niet terug naar Oekraïne?

De Volkskrant volgt drie migranten in hun dagelijks bestaan. Hoe vinden ze hun weg in Nederland, hoe ziet hun leven eruit en wat zijn hun verwachtingen? Deze week doet een lamp in de kringloopwinkel Olena (45) terugdenken aan vroeger.

is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincies Utrecht en Flevoland.

Naam: Olena Kotenko
Leeftijd: 45
Komt uit: Oblast Kyiv
Woont in: Rotterdam, met haar man en dochter van 11
Werkte als: fotograaf en bakker
In Nederland sinds: augustus 2023

‘Ik spreek een klein beetje Nederlands’, zegt Olena Kotenko tegen de vrouw achter de toonbank. ‘Mag ik u wat vragen? Waarom heet uw winkel Ouwe Koeie?’

De vrouw van deze tweedehandswinkel – pardon: ‘conceptstore’ – in Spijkenisse begint te glunderen en legt dan in net iets te snel Nederlands uit dat we hier een spreekwoord hebben waarbij oude koeien uit de sloot worden gehaald, dat dit betekent dat je niet te veel naar het verleden moet kijken, maar dat zij dat met hun tweedehandsspullen in feite wel doen.

Over deze serie
De Volkskrant volgt drie migranten in hun dagelijks bestaan. Hoe vinden ze hun weg in Nederland, hoe ziet hun leven eruit en wat zijn hun verwachtingen? Alle afleveringen vindt u hier.

Olena begrijpt het maar half, knikt beleefd en vervolgt dan haar ronde langs speelgoedautootjes, borrelglaasjes, oude Heinekenviltjes (acht voor 2,50 euro), een schommelstoel, een antieke speelgoedkinderwagen en emaillen bordjes met in kapitalen de woorden ‘trekken’ en ‘duwen’.

Ze houdt van kringloopwinkels. ‘Het zijn net musea, maar hier mag je de geschiedenis aanraken.’ Een mooi geïllustreerd boek over de scheepvaart bijvoorbeeld, ‘bijna honderd jaar oud’. Of Het boek der psalmen nevens de gezangen bij de Hervormde Kerk van Nederland, dat verderop op een tafeltje ligt: ‘Kijk, uit 1778.’ In Oekraïne zijn zulke oude spullen zeldzaam, zegt ze, omdat tijdens de vele oorlogen veel Oekraïens erfgoed is vernietigd.

Olena hoopt vandaag gordijnen te vinden, waarmee ze haar 11-jarige dochter Vlada iets meer privacy kan geven in hun eenkamerwoning in de opvanglocatie in Hoogvliet, waar ze tegen hun zin nog altijd wonen. En misschien een cadeau voor haar andere dochter, Daria, die in Polen studeert. Vrienden gaan er binnenkort heen, zij kunnen iets meenemen. Olena denkt aan ‘iets typisch Nederlands’, een lepeltje, of misschien een bord. ‘Het hoeft niet groot te zijn, als ze maar een beetje liefde voelt elke keer dat ze het gebruikt.’

Brokstukken

Een beetje liefde kan ze zelf ook wel gebruiken. Een dag eerder sloeg een jongen uit de opvanglocatie Vlada een blauw oog, vertelde ze voor het bezoek aan de kringloopwinkel. En dat terwijl Vlada al kwetsbaar is. Vanwege een bedreigend incident op hun vorige opvanglocatie lijdt ze aan PTSS. Ze is vaak somber en in zichzelf gekeerd.

Haar toestand is allesbepalend in het gezin. Deze zomer probeerden Olena en haar man, Oleg, Vlada zo veel mogelijk op pad te sturen, omdat ze zich op de opvanglocatie vaak gespannen en onveilig voelt. Ze ging naar twee verschillende zomerkampen en logeerde nog een week bij een vriendin. Het ging goed met haar, maar de verbetering bleek tijdelijk. Uitzicht op een nieuwe woning – die volgens Olena verlichting kan bieden – is er nog altijd niet.

Overweegt ze weleens om dan maar terug te gaan naar Oekraïne, nu het leven hier zo moeizaam blijkt? Ze woonden voor de Russische inval – ruim drieënhalf jaar geleden al – in een vrijstaand huis in een dorp in de omgeving van Kyiv.

Ja, fluisterde ze van achter haar tranen, soms komt die gedachte wel bij haar op. ‘Ik weet niet wat slechter is voor Vlada: hier in Nederland, met die vijand in haar hoofd, of in Oekraïne, met het risico dat een vijand ons bombardeert.’

Want gebombardeerd wordt er nog steeds. Een paar maanden terug kregen ze een telefoontje van hun buren in Oekraïne, die sinds hun vertrek op hun huis passen. Er waren brokstukken van een raket in de tuin beland. Het huis was godzijdank niet geraakt.

En eind oktober ontwaakte Olena met het nieuws dat er een nachtelijk bombardement was geweest op Kyiv. Op foto’s herkende ze de wijk waar haar moeder woont. Olena had geprobeerd te bellen, maar kreeg haar niet aan de telefoon. Pas na veertig eindeloze minuten ontving ze een teken van leven. ‘Ze stond onder de douche en hoorde mijn telefoontje niet. Er was net weer elektriciteit. Dat is maar een paar uur per dag.’

Soepterrine

Gordijnen vindt Olena vandaag niet in de kringloopwinkel, en een geschikt cadeau voor Daria heeft ze ook nog niet gezien. Wel stuit ze her en der op spullen die herinneringen oproepen. ‘Mijn oma had er ook zo een’, zegt ze bij een tafellamp met een messing voet en een witglazen kap. ‘Alleen brandde die niet op elektriciteit maar op petroleum. In ons zomerhuis las ze ons voor bij het licht van zo’n lamp.’

Later, in een tweede kringloopwinkel, zal ze ook nog wijzen naar een porseleinen soepterrine met deksel. ‘Zo een had mijn grootmoeder. Die kon je in de Sovjet-Unie alleen kopen als je iemand kende die erin handelde.’

Als Olena haar rondje bij Ouwe Koeie heeft voltooid, klampt de eigenaar haar nog even aan. Ze heeft een cadeautje voor Olena, zegt ze. Dan overhandigt ze haar een zelf ontworpen rechthoekig bord met een toepasselijke tekst erop: ‘Het komt goed’.

Olena kijkt er verrukt naar. ‘Wat aardig’, zegt ze. ‘Mag ik u een knuffel geven?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next