Tot voor kort leefde het Spaanse stadje Andorra van de bruinkoolcentrale. Die is gesloten, maar er ligt een groene toekomst in het verschiet: een enorm project voor groene waterstof. Spanje wil de grootste groene waterstofproducent van de EU worden. ‘Alsof we de loterij winnen’, zo klinkt het in het nu nog doodse dorp.
is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Zelfs de kerk van Andorra, met zijn diepblauwe gewelven in Moorse stijl, is deze middag in september dicht. ‘Met een beetje geluk is er iemand overleden’, bromt inwoner Rafael Medrán (65). Op een verweerd houten bankje op het kerkplein kijkt hij verveeld voor zich uit. ‘In dat geval houden ze straks een mis, dan kun je erin.’
Veel meer dan begrafenissen en galgenhumor valt er niet te beleven in Andorra, een dorp van zo’n zevenduizend inwoners in het oostelijke binnenland van Spanje. Er zijn wat barretjes open en in de straten hangen veelkleurige vlaggetjes voor het naderende feest van Sint Macarius, de lokale patroonheilige – maar daar is alles ook mee gezegd.
Koplopers
in de
energie-
transitie
Het dorp heeft niet eens de titel van belangrijkste plaats met de naam Andorra. Dat is de gelijknamige dwergstaat, die ruim 200 kilometer noordelijker ligt. De enige toeristen die in dit Spáánse Andorra belanden, zijn ski-liefhebbers die de afslag naar de Pyreneeën hebben gemist.
Toch durven de Andorrezen te dromen van een gloedvolle toekomst. Die droom heet Catalina. ‘De naam van mijn oma’, zegt Medrán, maar belangrijker: die van het megaproject dat van Andorra, en daarmee Spanje, een grootmacht op het gebied van groene waterstof moet maken. Medrán: ‘Catalina zou voor ons een heel nieuwe wereld kunnen openbaren.’
Kan een land zonder olie of gas in de grond een energiereus worden? Dat is de grootse ambitie van Spanje. In een wereld waarin energie geld en macht betekent, richt de regering in Madrid zich op wat haar land wél in overschot te bieden heeft: ruimte, wind en zon.
Die drie ingrediënten zijn onmisbaar voor de productie van wat overheden en experts zien als een van de grootste energiebeloftes van de 21ste eeuw: groene waterstof.
Waterstof is geen energiebron, zoals zon en wind, maar een zogenoemde energiedrager. Door de energie die opgewekt wordt met zonne- en windparken op te slaan in waterstof, kan die ook worden gebruikt op momenten dat de zon niet schijnt of het even niet waait. Groen geproduceerde waterstof zou de energietransitie zo in een volgende versnelling kunnen brengen.
En dus ruikt Spanje zijn kans. Als alle geplande waterstofcentrales er daadwerkelijk komen, produceert het land tegen 2030 ruim een kwart van de groene waterstof in de Europese Unie. Daarvoor moet nog wel een hele hoop gebeuren: net als in de rest van Europa is nog slechts een kruimel daadwerkelijk gebouwd.
De Spaanse premier Pedro Sánchez laat zich niet afremmen door die weerbarstige praktijk. Op het gebied van duurzame waterstof is zijn land ‘een van de centra van de wereld, en misschien wel de meest veelbelovende van allemaal’, glunderde de sociaaldemocraat in januari dit jaar.
Om al die waterstof zo goedkoop mogelijk naar andere landen te kunnen exporteren, zijn pijpleidingen nodig. Het nationale gastransportbedrijf Enagás presenteerde in april een plan voor de aanleg van een 2.600 kilometer lang netwerk in eigen land.
Ook andere Europese landen hebben zich op de bouw van zulke netwerken gestort. De bedoeling is dat die met elkaar worden verknoopt. Zo hebben Spanje en Frankrijk de handen ineen geslagen voor de aanleg van een onderzeese pijpleiding tussen de havens van Barcelona en Marseille. Via deze route, die de naam BarMar heeft gekregen en voor 2030 af moet zijn, kan het Spaanse waterstof naar de rest van Europa worden vervoerd.
De meest waarschijnlijke eindbestemming is de basischemie en zware industrie. Denk aan producenten van kunstmest of staal. Overstappen zal fabrieken wel een berg geld kosten: om een hoogoven voor staal te vervangen met een alternatief op waterstof zijn enkele miljarden euro’s nodig.
Ook Nederland herkent de potentie van Spanje als exportland. In Puertollano, op tweeënhalf uur rijden ten zuiden van Madrid, begon in 2022 de op dat moment grootste waterstoffabriek van Europa te draaien. Een jaar na de opening nam koning Willem-Alexander er een kijkje. Een teken dat Nederland graag aanhaakt.
Sánchez’ regering wees vorig jaar zeven plekken aan als zogenoemde waterstofvalleien. Dit moeten knooppunten worden voor het opwekken en verdelen van de brandstof. Voor de ontwikkeling van deze valleien reserveerde de regering 1,2 miljard euro uit het Europese coronaherstelfonds.
Uit deze subsidiepot is 245 miljoen euro bestemd voor Catalina. Van de zeven valleien is dit het project dat de meeste waterstof moet gaan winnen. Op wat nu nog een dor stuk grasland in het buitengebied van Andorra is, met als enige verkeer af en toe een overvliegende gier, verrijst volgens de planning voor 2029 een hypermoderne fabriek.
Dat is niet alles. In de directe omgeving staan 1,4 miljoen zonnepanelen en 132 windmolens ingetekend om de waterstoffabriek van energie te voorzien. Als alles straks klaar is, heeft Catalina een vermogen dat vijfentwintig keer groter is dan dat van de fabriek die door Willem-Alexander werd bezocht.
Daarmee kan de fabriek een bron van hervonden trots worden voor Andorra. Tot 2020 was hier een belangrijke bruinkoolcentrale actief, die deels gevoed werd met kolen uit mijnen rond het dorp.
Samen waren de centrale en de mijnen goed voor duizenden banen. Praktisch alle Andorrese mannen werkten er. Zeker, het bestaan onder de grond was zwaar en gevaarlijk. Maar hun gemeente was dankzij deze industrie wél de rijkste in de regio.
Alles veranderde met de teloorgang van de mijnbouw. Eerst sloten de mijnen; daarna de vervuilende centrale. Met de sloop van de centrale, door middel van een gecontroleerde ontploffing, stortte twee jaar geleden ook het zelfbeeld van de Andorrezen in. De tranen liepen bij de vroegere werknemers over de wangen toen hun schoorsteen, die hoger was dan de Eiffeltoren, tegen de vlakte ging.
Nog traumatischer was het verlies van zo veel goedbetaalde banen. Op het laatst werkten er in de centrale nog zo’n vijfhonderd mensen. Hoewel de overheid beloofde om die werkgelegenheid te compenseren, kwam daar in eerste instantie niets van terecht.
Nu is daar de belofte van Catalina. Zeker vierhonderd mensen zouden in de waterstoffabriek hun brood kunnen verdienen, plus de tijdelijke banen bij de bouw van de fabriek. En daar zal het niet bij blijven, speculeren de Andorrezen opgewonden: andere industrie zal zich maar wat graag in de buurt van hun waterstofhub willen vestigen.
‘Als Catalina echt hiernaartoe komt’, zegt Roberto Miguel, de voorzitter van de plaatselijke ondernemersvereniging, ‘zal het zijn alsof we na de bruinkoolcentrale voor de tweede keer de loterij hebben gewonnen.’
De bedrijven achter het waterstofproject spelen slim in op dat verlangen naar nieuwe arbeidsplaatsen. Hoewel het project met overheidsgeld wordt ondersteund, is Catalina, net als de andere zes ‘valleien’, een privaat initiatief. In totaal investeren het Deense investeringsfonds CIP en het Spaanse Enagás 2,2 miljard euro.
Een klein deel van dit geld gaat naar 22 Catalina-studiebeurzen. Daarmee krijgen jongeren uit de regio tot 4.000 euro per jaar voor hun studie aan de universiteit of in het beroepsonderwijs. De beurzen zijn bestemd voor studierichtingen die aansluiten op het werk in de nieuwe fabriek, zoals chemische technologie en elektrotechniek.
De boodschap van CIP en Enagás is duidelijk: wij bieden een toekomst. En dat is nodig ook, weet de jeugd in Andorra. ‘Wonen kun je hier best, maar voor een baan moet je ergens anders heen’, zegt Marc Balaguer (15).
In het centrum van Andorra hangt Balaguer wat rond in zijn peña, een informeel jeugdhonk dat eruitziet als een krakerspand. Balaguer en nog zo’n vijftien opgeschoten jongens zitten en liggen er op sofa’s met grote happen schuim uit de voering. In een gebruikt plastic bekertje staat nog een laagje rode wijn, een jongen lurkt aan een rietje uit een drinkpakje.
Ze hebben de leeftijd, kortom, van grote veranderingen. En van grote vragen, zoals: hoe gaan ze hun geld verdienen? Voor de jongeren die hen voorgingen, was het antwoord meestal: elders. Mede door deze vlucht verloor Andorra de afgelopen vijftien jaar zo’n duizend inwoners.
Kan de waterstoffabriek Balaguer en zijn vrienden hier houden? Enige publieksvoorlichting lijkt wel nodig. In de peña hebben de jongens geen flauw benul van wat het project precies inhoudt, al kennen ze de naam Catalina van horen zeggen. Dat hun dunbevolkte streek in trek is bij energiebedrijven is Balaguer zeker wél opgevallen: ‘Je moet de weg naar Albalate eens nemen. Daarlangs ligt nu een zonnepark zo groot als een meer.’
Die landschapsvervuiling, die sommige inwoners van de regio nu al een doorn in het oog is, krijgt een andere dimensie als Catalina straks zijn windmolens en zonnepanelen neerzet. En dat is nog het minste probleem.
Naast ruimte, wind en zon, de eerder genoemde bouwstenen waarmee een industrie rond groene waterstof kan worden opgetuigd, is er namelijk een vierde nodig: water. Om groene waterstof te krijgen, worden watermoleculen gesplitst. Per kilo waterstof gaat er in de fabriek rond de 10 liter zuiver water doorheen. En daar wringt de Spaanse schoen.
Zoals het hele land zucht Teruel, de provincie waarin Andorra ligt, onder de gevolgen van klimaatverandering. In de snikhete zomer van 2024 moest de brandweer er af en aan rijden om gemeenten van extra water te voorzien. Hoe moet dat straks als Catalina er is? Voor de fabriek is 4,3 miljard liter water per jaar gereserveerd. En dat is slechts voor de eerste fase van het project.
Zo tekent zich hier een waterconflict af – een van de vele als Spanje zijn waterstofambities doorzet. Naburig Calanda, beroemd om zijn perziken zo groot als meloenen, heeft het schaarse water net zo hard nodig. ‘We moeten blijven inzetten op de perzik uit Calanda’, wil ook Roberto Miguel, de voorman van de Andorrese ondernemers.
Maar misschien, suggereert Miguel, zijn er wel andere, minder winstgevende vormen van landbouw, zoals de amandelteelt, die een stapje terug kunnen doen. ‘Als je me vraagt waar ik voor kies: de landbouw of de creatie van vierhonderd banen? Dan ga ik voor de vierhonderd banen.’
Andorra moet met de rest van Spanje mee, voorúít. Het mag geen plek worden ‘waar jullie uit de grote steden komen kijken hoe mensen veertig of vijftig jaar geleden leefden’. ‘We kunnen straks leidend zijn in de productie van duurzame energie. In dat waar niet alleen Europa, maar de hele wereld naartoe beweegt’, zegt hij. ‘Pioniers: dat kunnen we worden.’
Koplopers
Tijdens de klimaattop bezoekt de Volkskrant landen die in een bepaald onderdeel van de energietransitie voorop lopen. Wat valt daarvan te leren? Ook in deze serie:
- Noorwegen: wereldkampioen elektrische auto’s
- China: razendsnelle trein is wél een goed alternatief voor het vliegtuig (nog te publiceren)
- Duitsland: opmars van de thuisbatterij (nog te publiceren)
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant