LEIDEN - 'Hij kwam weer op me af. Ik pakte het wapen van de grond, deed mijn ogen dicht en heb geklikt.' De 24-jarige Ayoub H. beschrijft dinsdag in de rechtbank hoe hij tijdens een gevecht met de 38-jarige M.H. uit Leiden een schot loste. Hij was in paniek en het was zelfverdediging, zo is zijn verhaal.
H. komt op 6 juni vorig jaar naar de woning van het slachtoffer aan de Korte Langestraat in Leiden. Ze hebben een dag eerder afgesproken dat het slachtoffer hem negen kilo hasj zal leveren voor ruim 3600 euro.
Maar H. heeft niet al het geld bij zich. Dinsdag vertelt hij tegen de Haagse rechtbank dat hij eerst wilde zien of al het spul klaar stond en pas dan zou hij de rest van het geld gaan ophalen bij zijn maat, Houdaifa A. Deze A. was de opdrachtgever van de deal. H. noemt zichzelf 'een werker, een loopjongen'.
Maar het slachtoffer wil juist eerst al het geld zien voor hij de big shopper met de hasj meegeeft. Deze patstelling wordt een discussie, daarna een ruzie en uiteindelijk een handgemeen, waarbij het slachtoffer volgens H. een wapen pakt en dat op zijn hoofd zet.
'Hij schreeuwde: 'Probeer je me te bestelen in mijn eigen kankerhuis?' Ik dacht: als het afgaat, ben ik dood. In een reflex pakte ik zijn hand vast en duwde die weg.'
Er ontstaat een worsteling waarbij de mannen over de bank rollen en op de grond vallen. Het wapen valt ook. H. heeft het als eerste te pakken.
Ook nadat H. heeft geschoten, de kogel gaat door het linkerbeen van het slachtoffer en eindigt in het rechterbeen, gaat het gevecht door, zo vertelt de verdachte. Het slachtoffer probeert hem te wurgen, zo stelt hij. 'Hij bleef maar schreeuwen: 'Wollah, ik ga je dood maken'', aldus H.
Uiteindelijk weet hij zich los te wurmen, zo beweert hij. Hij gooit nog de koffietafel naar het slachtoffer en maakt zich dan uit de voeten, met de boodschappentas met hasj en het wapen. Bij een vriend wast hij het bloed van zich af. Dan vlucht hij. Een maand later wordt hij aangehouden in Spanje.
De nabestaanden van het slachtoffer zijn intens verdrietig over de dood van M.H.. Zijn moeder zei: 'Ik ben nu anderhalf jaar aan het huilen. Ik ben gek geworden. Ik praat op straat en ga veel naar familie, want thuis moet ik de hele tijd aan hem denken.'
'Hij zegt dat mijn zoon een wapen had. Waarom ging hij dan niet weg?', zei de vader van het slachtoffer. 'De kleding van mijn zoon is bij mij thuis en ik kijk er nog steeds naar. Zijn foto’s hangen in huis, ik kan hem niet vergeten.' De nabestaanden hopen op een zware straf.
Het Openbaar Ministerie ziet geen bewijs meer voor een vooropgezet plan van H. en zijn medeverdachten voor een ripdeal, zoals eerder nog wel werd aangenomen.
Ook was er volgens het OM geen vooropgezet plan om het slachtoffer van het leven te beroven. H. zou dan ook alleen veroordeeld moeten worden voor doodslag, niet voor moord, en voor het vervoeren van de negen kilo hasj.
Maar het OM vindt ook dat er geen sprake is geweest van noodweer, ofwel zelfverdediging. Het slachtoffer had veel meer letsel dan de verdachte. H. maakte zelf foto's van zijn letsel, maar heeft geen foto's van letsel dat wijst op verwurging.
Ook de baan van de kogel klopt niet bij de verklaring van H. over waar hij was toen hij schoot. H. zegt daarnaast dat hij van minstens 70 centimeter schoot, terwijl het NFI stelt dat het van 2,5 centimeter was. Dat het slachtoffer continu zou hebben geschreeuwd dat hij H. ging doodmaken betwijfelt het OM.
Het OM gelooft ook niet dat H. niks weet van vuurwapens, zoals hij heeft verklaard. De man is eerder veroordeeld voor vuurwapenbezit. Ook zijn er geen aanwijzingen dat het slachtoffer een wapen in huis had.
Dat H. zo geschrokken was van wat er was gebeurd dat hij moest overgeven toen hij naar buiten kwam, klopt ook niet. Er zijn geen sporen van braaksel gevonden. En zo constateerden de twee officieren van justitie in deze zaak een hele reeks van tegenstrijdigheden in de verklaringen van H. en die van zijn medeverdachten.
Het OM gaat ervan uit dat H. zelf het wapen had meegenomen. 'Hij bevond zich in een circuit waarin hij makkelijk aan een wapen kon komen.' Het OM vindt het gemak waarmee in het drugsmilieu naar wapens wordt gegrepen zeer zorgelijk.
Dat H. na zijn daad vluchtte naar Spanje maakt het 'noodweerverhaal' onaannemelijk en daarom eist het OM een celstraf van elf jaar.
De verdediging vindt dat er wel degelijk sprake is geweest van zelfverdediging. Advocaat Cem Polat vindt het juist moedig dat zijn cliënt alles heeft bekend en heeft meegewerkt aan een reconstructie.
Volgens Polat zijn de recherche en het OM te veel op zoek geweest naar de tegenstrijdigheden in het verhaal van H.. 'Het idee dat er iemand vrijuit gaat terwijl er iemand is overleden, is vaak moeilijk te verteren.' Toch vindt hij dat H. zou moeten worden vrijgesproken.
Over de baan en de afstand van de kogel zegt Polat dat het wel kan als het linkerbeen van het slachtoffer voor het rechterbeen was, omdat het slachtoffer naar voren aan het bewegen was. De raadsman weerlegde de tegenstrijdigheden die het OM meent te zien stuk voor stuk.
'Hij heeft één keer geschoten. Hij is niet blijven schieten. Niet twee, drie, vier keer. Maar één keer en toen heeft hij het wapen weggelegd.'
Het wapen was volgens de verdediging ook wel degelijk van het slachtoffer. Het DNA van zijn vriendin zat op de kogelhuls die werd afgevuurd. 'Het is ook logisch dat er een wapen in huis is als je zoiets gevaarlijks doet als hasjhandel', aldus de verdediging.
Wat de rechtbank ervan maakt weten we over drie weken. De uitspraak is op 2 december.
Source: Omroep West Den Haag