is econoom en publicist.
Asielzoekers mogen eerder en langer aan het werk. Tot nu toe schreven de regels voor dat de nieuwkomers pas zes maanden na binnenkomst in Nederland mochten gaan werken, en dan ook nog eens hoogstens 24 weken per jaar. De demissionair minister van Sociale Zaken – de quizvraag luidt: hoe heet die dezer dagen? – kondigde deze week aan dat kansrijke asielzoekers al na drie maanden aan de slag mogen en gewoon het hele jaar door mogen werken. Kansarme asielzoekers daarentegen mogen helemaal niet meer werken. Zo brengt minister Mariëlle Paul (VVD) – goed geantwoord! – de regels voor asielzoekers in lijn met het Europese Asiel- en migratiepact dat midden volgend jaar in werking treedt.
Goed idee? Ja natuurlijk. Ik zal het illustreren. De algemenere vraag is veel moeilijker te beantwoorden. Die is: mag het ‘nieuwkomerscontract’ verschillen van het sociaal contract van zittende burgers van Nederland?
Eerst de werkende asielzoekers. In november 2023 oordeelde de rechter dat de 24 weken-eis belachelijk is (mijn woorden, niet letterlijk die van de rechter) en toen is het UWV, de verantwoordelijke uitvoeringsorganisatie, direct opgehouden met het toepassen van die regel, met spectaculair effect. In heel 2022, voor de rechterlijke uitspraak dus, verleende het UWV 600 werkvergunningen aan werkgevers die een asielzoeker (24 weken) in dienst wilden nemen. Begin september van dit jaar had het UWV in 2025 al krap 17 duizend vergunningen verleend.
Aan het werk gaan is goed voor de asielzoekers zelf (geld verdienen, bezig zijn, integreren), hun werkgevers (die alleen mensen in dienst nemen als die wat opleveren natuurlijk), de overheid (die belastinginkomsten binnenkrijgt) en de samenleving (die in tijden van arbeidsmarktkrapte alle werkende handen kan gebruiken). Appeltje eitje, makkelijk zat.
Maar hoe zit het, algemener gesteld, met het sociaal contract voor nieuwkomers? Kan en mag dat afwijken van het contract van bestaande inwoners? En op grond waarvan dan?
Ik roep in herinnering dat de rapen gaar waren toen er voor de zomer (even) een Kamermeerderheid was die gemeenten wilde verbieden asielzoekers die een verblijfsvergunning hadden gekregen aan een sociale huurwoning te helpen – net als andere mensen in Nederland die geen woning hebben. Deze Kamermeerderheid vond dus dat het ‘nieuwkomerscontract’ kariger moest zijn dan het ‘oudkomerscontract’; geen gemeentelijke hulp bij huisvesting voor nieuwkomers; wel voor ‘oudkomers’. Het voorstel dat minister Paul nu doet is dus andersom: qua arbeidsmarkt gaat het nieuwkomerscontract door haar maatregel meer lijken op het oudkomerscontract, althans voor kansrijke asielzoekers.
Is de goede richting dan: maak de contracten gelijk? Nieuwe contractgenoten hebben dezelfde rechten en plichten als bestaande contractgenoten? Misschien. Maar niet zonder meer.
Heel abstract gaat het hierbij om solidariteit. Die is alleen (duurzaam) organiseerbaar tussen mensen die langdurig met elkaar in een (contract)verband leven. Voorbeeld: ik betaal al mijn hele werkzame leven AOW-premie; en over een paar jaar hoop ik van de dan werkenden zelf een AOW-uitkering te ontvangen. Nog een voorbeeld: ik betaal steevast meer zorgpremie dan ik zorgkosten maak – gezonde mensen zijn via het sociaal contract solidair met zieke mensen tenslotte – maar als dat dan een keer andersom is, moet u wel voor mij (willen) betalen. Solidariteit vereist stabiliteit. Niet 100 procent. Wel veel.
Juist omdat dit soort hoofdstukken uit het sociaal contract Nederland zo’n geweldig land maken, is het zaak de solidariteit ‘instroomproof’ te maken. Pauls voorstel moet vooral daarom worden toegejuicht: het verruimen van de werkrechten voor asielzoekers versterkt het bestaande sociaal contract.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns