Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Alle politieke partijen die zich druk maken over daklozen verloren bij de verkiezingen. Daklozen stemmen niet, tegelijk zijn ze zichtbaarder dan ooit. De tentjes staan in het oog van de stad, op het tollende verkeersplein, in een parkje dat nauwelijks luwte biedt tegen het geraas. Zeker nu de bomen hun blad verliezen.
De laatste keer dat ik daklozen zag wonen op een rotonde was in India. Vier tenten tel ik en Jessica heeft de hare goed te kijk gezet: ze is de schaamte voorbij. Iedereen mag weten dat daklozen op de rotonde wonen, en waarom.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het Keizer Karelplein is gevreesd om z’n gevaarlijke voorrangsregels, dag en nacht een maalstroom van aanstormend verkeer. Daar middenin zweeft als een luchtspiegeling het parkje. Oversteken is riskant, maar dat geeft ook rust, zegt een verslaafde jongen (‘crack’) die net is ontslagen uit de gevangenis (‘stelen’) en gedreven door zijn high over de rotonde stuitert. ‘Hier komt niemand dus zijn we niemand tot last.’
Met zijn vriendin bewoont hij een laag mosgroen bergbeklimmerstentje. Koud? ‘Goed aankleden.’ Hij is 22 en heeft een lasdiploma, stonden de drugs hem niet in de weg, dan vond hij een baan. ‘Hulpverleners vinden dat ik van alles moet. Ik moet niks.’
Het is waterkoud, een nare wind laat het tentdoek bollen, of zijn dat de mensen in de tenten. Morgenochtend komen de handhavers, zegt de man die zijn magere gezicht door de rits steekt, ‘dat doen ze elke week’. Wie weg moet, keert gewoon weer terug. Jessica: ‘De mensen doen alsof wij niet bestaan, daarom jagen ze ons het centrum uit.’
Ze komt aan de tent een peukie vragen maar de shag is op, geschreeuw van een vrouw, de man trekt de rits verder open en beent de stad in voor statiegeldblikjes. Iedereen verzamelt blikjes. Jessica: ‘Dat is ook nuttig voor de samenleving.’
Dakloosheid is zo gewoon geworden dat het Openluchtmuseum een dakloze vroeg z’n spullen te exposeren: drie broeken, twee onderbroeken, een muts, een fiets, een tas vol blikjes. Het museum wil ‘een representatief beeld van de Nederlandse samenleving schetsen’ – vandaar. Onderwijl was Mirjam Bikker zichtbaar aangedaan toen ze de verkiezingen verloor: haar ChristenUnie maakte dakloosheid tot inzet van de campagne. In het CDA-programma komt het woord alleen voor bij ‘migratie’. D66 heeft er twee zinnen over: ‘woonprobleem’.
Een bleke jongen in een trui stapt trillend op een fiets en valt eraf. Een rat schiet over de rotonde. Zelfs Bernard Kregting zegt ‘bizar’, als ik hem bel en naar de tentjes vraag. Zelf dakloos na een scheiding leefde hij in de uiterwaarden, nu organiseert zijn stichting Vagebond veelzeggende wandelingen met ex-daklozen.
En hij vertelt over een jonge vrouw met een verstandelijke beperking die maar geen hulp krijgt. ‘De wereld is harder geworden, maar de hulpverlening ook’; ‘ze stellen eisen aan daklozen’. Het is een ‘heel moeilijke vrouw, iedereen stuurt haar door naar het volgende loket’. Oorzaak: ‘de liberale politiek van zoek het zelf maar uit’. Maar ook de angst voor overlast.
De statische stilte van de rotonde is bedrieglijk: mensen komen en verdwijnen. Ze hebben het druk, de daklozen. Warm blijven, zegt Jessica, blikjes zoeken, eten regelen, handhavers trotseren. Ze heeft de daklozenmotoriek: schichtige passen, ogen overal in het hoofd. Een zesde zintuig voor gevaar.
Toch is ze ook trots op haar uithoudingsvermogen: ‘Ik kan dit, ik kan heel goed voor mezelf zorgen.’ Alleen die kou. De regen. En ze vertelt over handhavers die haar kleding afnamen en vernietigden, en daarmee haar ID-kaart die in een broekzak zat. Hulpverleners? ‘Dat moet per se met begeleiding en dat ga ik echt nooit meer doen, die behandelen je als een gek en dat ben ik niet.’
Die tentjes op de rotonde zijn een symptoom van deze tijd, zegt Bernard. Dakloosheid is een spiegel: de angst ervoor bepaalt het denken erover. Niemand wil verliezen in een wereld vol winnaars, toch kan iedereen zomaar dakloos worden. Schulden, baanverlies, scheiding, verslaving, psychische problemen; het is een dun vlies om doorheen te vallen.
Ook dat maakt het moeilijk een mens te zien in een dakloze. En daarom win je er geen verkiezingen mee.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns