Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Terwijl een luidruchtig deel van Nederland zich schor schreeuwt tegen de komst van asielzoekers, en het hardcore-protestlied Wij zeggen nee, nee, nee tegen een azc een miljoen keer is gestreamd op Spotify, staat in Zwolle een Eritrese mensensmokkelaar terecht in een zaak die de verdrietige toestand van de grote wereld samenvat.
De getallen zijn hallucinant, de feiten gruwelijk: gesmokkelde mensen over de ‘dodenroute’ van het arme, dictatoriale Eritrea via Libië naar Europa, marteling, verkrachting, ontvoering en opsluiting in een loods met duizend anderen, gedwongen tot telefonades met familie om meer geld af te troggelen, onderwijl hard geslagen opdat ze thuis het krijsen en huilen horen.
Negen inhoudelijke zittingsdagen, zeventien voorbereidende, 191 getuigen en een dossier van 25 duizend pagina’s: dit is een megaproces van mondiaal belang. Gewoon in een rechtbank waar de doordeweekse politiezaken doorgaan – het is bevreemdend. En toch kan niemand schrikken van de weerzinwekkende verhalen die de rechter uur na uur kalm en soms wat aangedaan opsomt: het is de alledaagse realiteit, nog steeds.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Daar zit-ie dan: korte man in blauwe jas met het ronde gezicht en de wijkende haargrens die de getuigen zo goed kennen. Zo ziet een verdachte mensensmokkelaar eruit: gewoon een man. Die niets te vertellen heeft behalve dat ze de verkeerde hebben, een verdedigingslinie die ik ook zag bij de veroordeling van de Soedanese oorlogsmisdadiger Ali Kushayb. Alsof hij hier zomaar is beland.
Hij zet zijn koptelefoon op om naar de tolk te luisteren, zakt wat met zijn hoofd voorover en blijft in die houding.
Dit is het slotstuk van herculesarbeid door het Openbaar Ministerie, dat jarenlang onderzoek deed ondanks de grootte van de zaak, de kleinheid van dit land en de angst van de getuigen te worden herkend. In de samenvatting van de rechter zijn de getuigenissen eensluidend en hartverscheurend: in de Libische woestijn belandden ze in het ‘magazijn’ van Amanuel W., die graag sloeg met verse boomtakken omdat die pijnlijker zijn dan droge. ‘Wij waren bezittingen van W.’ ‘Je bent onder hun genade, en deze mensen kennen geen genade.’ Steeds weer betalen: drieduizend, vierduizend, vijfduizend euro. ‘En ik maar denken’, zegt de rechter, ‘dat de slavernij was afgeschaft.’
Dit zijn feiten van bijna tien jaar geleden; de korte man is vast allang vervangen door een ander. Het aantal Eritreeërs dat asiel aanvraagt in Nederland, verdubbelde dit jaar: de mensensmokkelmachine draait meedogenloos door. Huiveringwekkend zijn de verhalen, huiveringwekkender is dat ze al decennia te horen zijn. Aan de hekken van Calais, bij het aanmeldcentrum van Ter Apel, in de gehoorkamers van de immigratiedienst, in de noodopvangen – overal waar asielzoekers komen zijn hun verhalen, als tekens van onmacht in een onverschillige wereld.
Geweld, littekens, lijken. Ziekte en honger en een kleine lekke boot. Een van de getuigen wilde niet nog een keer vertellen, bang dat haar naam bekend werd bij de dader en zijn handlangers, maar ook omdat Nederland niet in staat bleek iets voor haar te betekenen, en voor haar kinderen die de reis ternauwernood overleefden.
Na vier jaar heeft ze nog steeds geen verblijfsstatus, dat is het asielsysteem. Daarom blijft die opvang zo vol, daarom zijn er zoveel demonstraties in een land waar mensen alle vrijheid krijgen hardcore over asielzoekers te klagen: ‘wij zeggen nee, nee, nee tegen een azc, voor onze kinderen, voor ons bestaan’, ‘ze noemen ons racisten, fascisten, mensen met haat, omdat we vechten voor onze vrouwen op straat’.
Jezelf uitspreken – moet je eens proberen in Eritrea.
En de korte man beweegt nauwelijks, knippert met zijn ogen, verwijst naar zijn advocaten.
Ooit schreef ik een boek over de vastgelopen asielmachine, een verslag van binnenuit over lange, gevaarlijke reizen en jaren wachten, overbevolkte opvang en de onmogelijkheid van terugkeer, met een pleidooi voor een greencard-systeem dat kan helpen mensensmokkelaars buitenspel te zetten. Dat was in 2005. In de twintig jaar die volgden, is weinig veranderd.
Inmiddels proberen politici in arren moede het ‘tweestatussensysteem’ opnieuw in te voeren, dat bewezen slecht werkt, omdat het de asielprocedures alleen maar langer maakt. En daarmee de mensensmokkelaars nog steeds reden geeft mensen te smokkelen op de manier zoals deze getuigen dat beschrijven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns