Home

Volendam is precies het formaat van Wilders’ verbeelding, zijn mini-utopie

Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

In 2013 ging ik naar Volendam om Geert Wilders te zien. Hij was met een tourbus gekomen. Op de zijkant van de bus stond met grote letters ‘Steun het verzet’. Hij was die dag zowel NSB-erfgenaam als verzetsman. Net als Mulisch zei hij eigenlijk: ‘Ik bén de Tweede Wereldoorlog.’

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Tijdens zijn omgang op de dijk werd hij omstuwd door hunkerende Volendammers. Allemaal wilden ze hem aanraken en een selfie. Wilders houdt meer van katten dan van mensen, zegt hij zelf, maar van de aandacht van mensen hield hij duidelijk wel. Demagogentrekje.

Ik wilde hem eens goed in me opnemen, zo tussen zijn devotees, maar werd daarbij gehinderd door agenten die me tweemaal staande hielden. Ze controleerden mijn tas en schreven mijn naam en adres op. Toen ik vroeg waarom sprak een van hen de geheimzinnige woorden: ‘U vertoont afwijkend gedrag in de menigte.’

Wat ik van Wilders zag was dat hij nogal morsig was. Vlekken en kreukels. Hij zei verzet, ik dacht stomerij.

Met de jaren is de man zelf ook steeds vlekkeriger en kreukeliger geworden. Sleets pluche. Hij wil tot zijn 80ste aanblijven, zei hij vorige week na de verkiezingen. Nog achttien jaar dat gekanker. Griezelige gedachte: drie generaties die het levenslicht zagen en de volwassenheid bereikten terwijl hij permanent het nationale humeur bedierf.

Afgelopen verkiezingsavond bracht Wilders opnieuw in Volendam door. Gratis kibbeling plus geblondeerde vrouwen, schreef Petra de Koning in NRC. Volendam is de omvang van zijn politieke verbeelding, zijn enkelvoudige mini-utopie. ‘Geen man van de wereld. Een man in zijn wereldje’, noemt Tom-Jan Meeus hem in zijn essay Duidelijkheid.

Vorige week ging het RTL Tonight-praatje rond dat Wilders de politiek zou verlaten om naar een Amerikaanse denktank te gaan. Het bleek pijnlijk onwaar. De werkelijkheid is dat geen denktank hem wil hebben. Zelfs niet in Boedapest, waar zich achter elke tweede voordeur een conservatieve denktank bevindt en de rabiaat-rechtse tegencultuur zelfs een heuse universiteit heeft nagebootst.

We komen nooit meer van hem af, met andere woorden, voorgoed vastgelijmd aan de nationale politiek.

Hij is niet eens uit op echte macht, op regeren en het verwezenlijken van zijn agenda, liet hij zich vorige week ontvallen: ‘Oppositie voeren is veel leuker.’ Het klonk als opluchting. Alleen de oppositie of een absolute meerderheid past hem, merkte ik hier al eens op, alles wat riekt naar overleg of consensus is hem een gruwel. De kabinetten waaraan hij meewerkt zijn uitsluitend voor de vorm, tot hij ze kan opblazen om weer terug te keren naar de oppositiebanken. Daar gedijt zijn colère het beste; hij hoeft zich nergens voor te verantwoorden en kan zich uitleven met schimpscheuten, rancune en tweespalt.

Het straalt ver uit. De sociale omgeving van het voetbalveld is een goede graadmeter. De KNVB meldde recentelijk een sterke toename van racistische incidenten langs de velden. Een bloemlezing uit de laatste weken: islamitische moeders die langs de lijn met waterflesjes worden bekogeld, donkere jongens die worden uitgescholden voor fietsendief en moeten ‘oprotten naar Marokko’. Spakenburg-spits Ahmed El Azzouti die vanaf de tribunes wordt uitgescholden voor ‘kankermoslim’ en ‘kankermarrokaan’, met als gescandeerd refrein ‘azc weg ermee’.

Heel het repertoire van voorzanger Wilders kortom, op zomaar een zaterdagmiddag in Werkendam en overal elders in het land.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next