Home

Op bezoek bij het F1-weerstation: 'Soms krijg ik mail om 1 graad verschil'

Weinig sporten zijn zo afhankelijk van het weer als de Formule 1. De koningsklasse van de autosport beschikt zelfs over een eigen weerstation, dat bij iedere Grand Prix wordt opgebouwd. NU.nl nam in Mexico een kijkje achter de schermen.

In een sport waarin nagenoeg niets aan het toeval wordt overgelaten, is het opmerkelijk dat de beslissende factor nog regelmatig uit de lucht komt vallen. Regen, wind of een plots opstekende storm: het zijn de momenten waarop de blik van Paul Abeillé ineens zwaarder weegt dan die van de wedstrijdleider of regerend wereldkampioen Max Verstappen.

Abeillé leidt het weerteam van de FIA, een klein maar onmisbaar gezelschap. "We zijn per race met drie mensen: één meteoroloog en twee IT-specialisten", zegt hij. De Fransman verzorgt voor de Formule 1 bij zo'n acht tot negen Grands Prix per jaar het weerbericht. Hij werkt in dienst van Météo-France en doet hetzelfde werk ook voor andere grote sportevenementen, zoals het tennistoernooi op Roland Garros en vorig jaar de Olympische Spelen in Parijs.

Zijn werk bij de Formule 1 begint in de raceweek al op maandag, dan vaak nog op afstand. "Dan start ik met de voorspelling, waarbij de temperatuur dan vaak al redelijk betrouwbaar vast te stellen is. Teams kunnen dan rekening houden met de afstelling van hun auto. Afhankelijk van het weerpatroon is dat de ene keer gemakkelijker dan de andere keer."

In de Formule 1 wordt het weer gemeten met militaire precisie. De FIA sleept voor iedere Grand Prix een compleet mobiel weerstation de wereld over, inclusief een radarinstallatie die speciaal voor de sport is ontwikkeld. "Onze radar is uniek", zegt Abeillé. "De meeste radars geven elke tien minuten en per tien vierkante kilometer informatie. Onze radar doet dat elke minuut, met een precisie van honderd vierkante meter."

Dankzij die nauwkeurigheid kan Abeillé exact zien of het in bocht één regent en in bocht vier nog niet. "We moeten weten wat er per minuut gebeurt", zegt hij. Abeillé stuurt alle data rechtstreeks door naar de wedstrijdleiding, die op basis daarvan beslissingen neemt over safetycars, starttijden of rode vlaggen.

De teams krijgen dezelfde informatie via een interne website, maar kunnen hem tijdens races niet bellen. "Ik ben alleen", zegt Abeillé, die wel rechtstreeks in contact staat met de wedstrijdleider. "Als twintig teams mij tegelijk gaan bellen, zou het chaos worden." Toch weten de teams hem geregeld te vinden. "Soms krijg ik een mail vanwege één graad verschil met de voorspelling", zegt Abeillé, lachend. "Eén graad! Maar ja, dit is de Formule 1."

Elk raceweekend draait het weer om details. Abeillé: "Na elke race verdwijnt het hele systeem in tientallen flightcases: de radar, de sensoren en de kabels, om vervolgens naar het volgende circuit te vliegen. Alles is speciaal gebouwd voor de Formule 1. Niemand anders doet dat."

Sommige circuits blijven zelfs voor de meest geavanceerde radars een nachtmerrie. Abeillé hoeft niet lang na te denken over de plek waar zijn werk het lastigst is. "Singapore", zegt hij zonder twijfel. "Daar ontstaan onweersbuien die binnen een uur opkomen en zich maar een paar kilometer verplaatsen. Soms vallen ze precies op het circuit, soms net ernaast. Het is moeilijk te bepalen waar het circuit wordt geraakt, maar de teams gaan er wel vanuit dat je dat precies kunt vertellen."

Ook São Paulo, de Grand Prix die dit weekend op het programma staat, staat hoog op het lijstje als het gaat om lastige weersvoorspellingen. "Altijd onweersbuien", zegt hij droogjes.

"En in Monaco is het ook tricky, omdat het gebergte achter het circuit zo steil is. Soms regent het letterlijk 1 kilometer verderop. En dan moet jij beslissen of dat ook het circuit gaat raken, of dat het achter de bergen blijft hangen. Als je zegt dat het gaat regenen en het blijft droog, is dat óók een probleem."

Ook Zandvoort is voor de weerman een uitdaging. "Door het windmolenpark en de schepen op zee krijgen we daar geregeld storingen in de radar. De beelden zijn niet altijd schoon. En het weer verandert snel door de ligging aan de kust."

Daar komt soms bij dat hij het niet alleen tegen de natuur moet opnemen. Abeillé: "In Bakoe konden we dit jaar onze radar niet opbouwen, vanwege politieke spanningen tussen Frankrijk en Azerbeidzjan. We moesten alles op afstand doen. Dat was moeilijk, maar het ging."

Of hij aan het eind van een weekend met wisselende omstandigheden weleens trots is op zichzelf? "Ik weet het niet", zegt hij. "Je kunt altijd iets beter doen. Soms zit je er één graad of één minuut naast met de regen. Het is ook maar werk. Maar het begint wel te kriebelen als ik vlak voor de start omhoog kijk en donkere wolken zie aankomen."

Montreal 2022 noemt hij als een van zijn moeilijkste weekenden ooit. Stevige onweersbuien en regenval zorgden toen voor chaos. "Dan sta je continu onder druk", zegt hij. "Of Suzuka in 2019, toen de kwalificatie werd uitgesteld door een tyfoon. Ik kwam net van een andere race uit het World Endurance Championship, waar óók een tyfoon raasde. Aan het einde was ik uitgeput."

In Mexico is het dit keer een stuk rustiger. De zon brandt ongenadig boven het asfalt en de voorspelling is zo stabiel als maar kan. Abeillé haalt zijn schouders op. "Ik maak het weer niet", zegt hij. "Ik probeer het alleen te begrijpen. En dat is vaak al lastig genoeg."

Source: Nu.nl sport

Previous

Next